Dure kuur tegen wespesteek niet nodig

ROTTERDAM, 13 APRIL. Ongeveer tachtig procent van de mensen die in behandeling zijn voor overgevoeligheid voor bije- of wespegif hebben die vaak jarenlange kuur niet nodig. Alleen al aan medicijnen kost zo'n kuur jaarlijks meer dan duizend gulden. De consultkosten komen daar nog bij. Dit zegt internist in opleiding P.W.G. van der Linden die vandaag in Utrecht promoveerde op een onderzoek naar de overgevoeligheidsreactie na een insektesteek.

Een rode, gezwollen en jeukende huid rondom een steek is de normale, niet-verontrustende reactie op een bije- of wespesteek. Bij sommige mensen ontstaat echter binnen enkele minuten na de steek een reactie in het hele lichaam die uiteen kan lopen van huiduitslag, darmproblemen, ademhalingsmoeilijkheden, lage bloeddruk tot hartritmestoornissen. Samengevat heet dat een anafylactische reactie. Deze overreactie treedt naar schatting per jaar bij 0,02 tot vier procent van de bevolking op, kan zeer snel overgaan, maar is in de gevallen van sterke bloeddrukdaling levensbedreigend.

Angst voor een volgende steek leidt via de huisarts vaak tot een bezoek aan de specialist die na een opgekomen huidtest of een positieve bloedtest op een specifieke afweerstof (IgE) soms meteen besluit tot hyposensibilisatie. Deze behandeling houdt in dat de patiënt om de zes weken injecties met het insektegif krijgt. Het lichaam went dan aan het gif en er zal na een volgende steek geen anafylactische reactie meer volgen. De behandeling is niet zonder risico. Soms treedt ook na zo'n injectie een anafylactische reactie op.

De huidtest en de bloedtest voorspellen volgens Van der Linden echter onvoldoende wat er gebeurt als de patiënt opnieuw door een bij of wesp wordt gestoken.

Van der Linden onderzocht in ziekenhuis Eemland in Amersfoort 324 mensen die eerder een anafylactische reactie op een steek hebben gehad. Deze mensen werden op de intensive care opgenomen om zich daar opnieuw door een levend insekt te laten steken. Van de bij-overgevoeligen kreeg 52 procent opnieuw een reactie, bij de wesp-overgevoeligen was dat 25 procent. Als er al een reactie ontstond na deze opzettelijke steek was die meestal minder ernstig, soms even ernstig als de oorspronkelijke reactie. Belangrijker was dat een huid- en IgE-test en ook een test op een beschermende afweerstof (antilichaam G4) geen enkele voorspellende waarde hadden voor een nieuwe reactie.

Inmiddels is, volgens Van der Linden, ook aangetoond dat mensen die wel een anafylactische reactie op een wespesteek hebben gehad, maar bij wie de tests geen overgevoeligheid uitwijzen en die daarom meestal niet worden behandeld, toch weer een kans lopen op een ernstige reactie na een nieuwe steek. Er worden dus niet alleen teveel mensen behandeld, er lopen ook mensen onbehandeld rond die wel gevaar lopen.

Hoewel Van der Lindens promotie-onderzoek bestond uit het ontrafelen van het ontstaansmechanisme van de anafylactische reactie, heeft hij nog geen definitief voorspellende test gevonden. De provocatietest, waarbij mensen zich op een intensive care laten steken door een insekt waarvoor ze vermoeden overgevoelig te zijn, geeft nog de meeste zekerheid en is aan te raden voor aan een hyposensibilisatiekuur wordt begonnen.