De paling als rode draad De Zingende Zaag 18. 84 ...

De paling als rode draad De Zingende Zaag 18. 84 blz.ƒ17,50. Postbus 1077, 2001 BB Haarlem

Niet langer lesbisch Lust & Gratie, lente 1993. Secr.020-6622261/6275383. 104 blz.ƒ15

De paling als rode draad

Kinderen spelen wel met boekjes die uit drie steeds anders te combineren stukken bestaan: een deel met alleen maar hoofden, een met aangeklede rompen, en een stapeltje bladzijden met rokken, broeken, blote benen en beentjes. De Zingende Zaag speelt zo met poëzie. Het nieuwe nummer, weer ingenieus vormgegeven door Thomas Widdershoven, is een "treknummer' over reizen, eetlust en verlangen. Widdershoven knipte de Zaag overdwars doormidden zodat de lezer, door naar eigen trek halve blaadjes om te vouwen, zelf favoriete paren kan kiezen van gedichten en ook tekeningen.

"Veel gebruikersplezier': De Zingende Zaag laat haar lezers graag iets dóén. Elke aflevering is een koket, spielerisch geval, echter met een streng volgehouden samenhang. Om die consequentheid en het zoeken naar betekenis en eenheid mag het speelse van De Zingende Zaag niet afgedaan worden als artistiek verantwoord fröbelen.

De rode draad in deze "trekzaag' is de paling, een roofvissoort die hele einden reist om te eten of te paren. Het belangrijkste gedicht, dat de vormgever inspireerde, is Eugenio Montale's "L'anguilla', vertaald door Frans van Dooren: de aal noemt Montale "sirene der koude wateren', en "toortsvlam en zweep en schicht van Liefde op aarde'. Zo heftig klinken de Nederlandse dichters niet, evenmin als Raymond Carver van wie voor deze gelegenheid vissersgedichten vertaald werden. Opmerkelijk zijn de drie gedichten van Marc Windsant over een vallende haar, die door een tochtvlaag (de zeventiende betekenis van trek is tocht) weg wordt geblazen - “Hier in die kier van de muur kan / liggen doorgaan tot in eeuwigheid”.

In het tweede, niet doorgeknipte gedeelte, staan essays over poëzie. In "Trekharmonica' heeft Toine Moerbeek het over de polka, de tango, de vrouw en het Brabantse matriarchaat. “Polka en tango horen bij elkaar als dag en nacht. De polka is het plezier, de tango het cynisme. De polka is voor jong en oud, de tango alleen voor volwassenen.”

Peter Bruyn, Jan Kostwinder en Hein Aalders schrijven over "Last Blues' van Cesare Pavese en (poëtische) teksten van popliedjes. Redacteur George Moormann levert in zijn "Beursberichten', waarin hij vier boeken bespreekt, de ene programmatische uitspraak na de andere af. Van Postmodernen en Maximalen wil hij niets weten; wel van ernst, overgave, oorspronkelijkheid en eigenheid. Zelf dichtte hij: “Onder het water zette je een streep. // Om mij voor te bereiden, om mij / te behoeden voor navolging. / Want dulce, lief klein palinkje / we zullen elkaars huis niet zijn.” De Zingende Zaag 18. 84 blz.ƒ17,50. Postbus 1077, 2001 BB Haarlem

Niet langer lesbisch

“De verhouding kunst en seksuele geaardheid is een uiterst ingewikkelde - daar wijzen de vaak oeverloze discussies over lesbische literatuur, biseksuele schilderkunst en homoseksuele muziek op.” Het hing al een tijdje in de lucht: Lust & Gratie, onlangs door het subsidieverstrekkende Produktiefonds uitverkozen tot een van de zes beste Nederlandse literaire tijdschriften, doet na negen jaar afstand van de "etiketterende' ondertitel "Lesbisch cultureel tijdschrift'. Lust & Gratie heeft het woord lesbisch van het begin af aan heel ruim opgevat: “ook andere vormen van intense gevoelens van vrouwen, zoals een rijk gedeeld innerlijk leven, het bondgenootschap tegen de aflatende tirannie van mannen, het geven van praktische en politieke steun”. De lesbische lezer vond hierdoor het blad teleurstellend weinig lesbisch, terwijl andere lezers door die ondertitel afgeschrikt zouden zijn. Weg met etiketten en hokjes, zo weerspiegelt Lust & Gratie een modern levensgevoel: “Wij willen grenzen overschrijden, vooropgezette meningen en denkbeelden ondergraven, wij willen niet geruststellen maar verwarren”.

Het lentenummer is volledig aan poëzie gewijd. Beschouwingen over Ida Gerhardt en Elisabeth Eybers, Christine D'haen ("Lezen is heerlijk, leven zelf een vreselijk lot'), Ankie Peypers, Miriam Van hee en Elly de Waard; en gedichten van ook Brassinga, Enquist, Boelhouwer, Jansma, Roemer en Van Marissing. “Voor ons is poëzie de manier om het naamloze te benoemen, zodat erover gedacht kan worden” citeert de verjongde redactie na negen jaar opnieuw Audre Lorde (1934-1992) uit "Poëzie is geen luxe'.

Alles bij elkaar, artikelen en gedichten, is dit een niet-lesbisch prachtnummer geworden. En onmiskenbaar een vrouwelijk nummer, zonder ergens tuttig te worden. Enquist: “In de verloskamer juichen ze bij het omge- / keerde doelpunt van de geboorte. Niemand / voorziet de wraak van de keeper die hoog / op de witte tafel ligt, met lege handen.”

Lust & Gratie, lente 1993. Secr.020-6622261/6275383. 104 blz.ƒ15