Blootblad met een missie en veel pretenties; Profiel van het mannenblad PLAYBOY

Op het Amerikaanse hoofdkantoor zagen ze er niets in. Een blootblad in het Nederlands zou niet levensvatbaar zijn. Toch werd, precies tien jaar geleden, het eerste nummer van de Nederlandstalige Playboy gelanceerd. Het jubilerende blad, met een oplage van 128.000 exemplaren, komt deze maand uit met een feestelijke drie-dimensionaal-dromen "special'. Maar de toekomst van het blootblad is niet zo rooskleurig. Temidden van de vele postorderbedrijven die lingerie en seks-attributen verzenden, neemt Playboy een steeds marginalere positie in.

Op zijn kamer prijkt, onder een serie foto's van een Japans naaktmodel en tussen stapels Playboys uit vijftien landen, een houtskoolportret van een sardonisch grijnzende Jezus Christus. Hoofdredacteur Jan Heemskerk grimast even terug en beaamt dan dat hij een ferme tik heeft meegekregen van zijn katholieke opvoeding. Hij zegt een gevecht met de joods-christelijke moraal te voeren en vindt dat die strijd zijn blad ten goede komt.

Het meest recente voorbeeld van zijn kruistocht is het februari-nummer van dit jaar, met de dochters van voormalige gospelzangers Gert en Hermien in extravagant transparant textiel. Niet alleen het feit dat deze twee aan de kerk ontvallen gelovigen bereid waren voor de camera van Playboy uit de kleren te gaan, stemde Heemskerk tot tevredenheid. Vooral de commotie die ontstond over het versturen van 1100 exemplaren van het gewraakte exemplaar naar VN-soldaten in Joegoslavië, verheugde hem zeer. De SGP-fractie in de Tweede Kamer vroeg minister Ter Beek verontwaardigd om opheldering en het vrouwenblad Furore protesteerde tegen het verband dat gelegd zou kunnen worden met de vrouwenverkrachtingen aldaar.

Schokeffecten heeft Heemskerk nodig, want zijn blootblad drijft op de losse verkoop: van de 128.000 maandelijkse exemplaren worden 100.000 los verkocht. Daarom zoekt de hoofredacteur telkens andere bekende Nederlanders die zich voor Playboy willen ontbloten. Met Viola Holt bereikte Playboy in 1984 een record-oplage van bijna 200.000. De presentatrice van de 5 uur show wenst er niet aan herinnerd te worden. “Ik praat niet over de Playboy”, is haar korte reactie.

Ook schandalen doen de verkoop goed. Zoals de commotie die ontstond door een serie naaktfoto's van de ambtelijk secretaris van de VVD-fractie, die met zijn vriendin, een voormalig medewerker van het VVD-Kamerlid Jaap Metz, poseerde in de groene bankjes van de Tweede Kamer.

Playboy moet serieuze artikelen over cultuur en politiek niet schuwen, luidde het devies van de Amerikaanse Playboy-oprichter Hugh Hefner. Maar die respectabiliteit moet de koper tevens een alibi verschaffen, geeft hoofdredacteur Heemskerk toe. “Door de eeuwenlange godsdienst-terreur is er een excuus nodig voor tamelijk onschuldig bloot.” De "Playboy-mentaliteit', zegt Heemkserk, is: niet te vulgair. “Geen expliciet naakt, zoals de naar gynaecologie neigende fotografie die je in een blad als Penthouse ziet.”

Bloot verpakt in respectabele verhalen - Playboy is als een of andere club die prins Bernhard als beschermheer wil om een voornaam aanzien te krijgen, meent mediasocioloog Peter Hofstede die in het jubileumnummer van Playboy een artikel wijdt aan het "taboe op bloot'. “Het blad is voortgekomen uit de pin-up”, vertelt Hofstede. “In de Tweede Wereldoorlog ontstond een hele industrie rondom de uitvergrote dames in badpak, die soldaten boven hun brits prikten. Toen tijdens de oorlog in Korea nog eens bleek hoe belangrijk de pin-up is voor de Amerikaanse geest, rijpte bij Hugh Hefner het plan voor Playboy.” Het "oorlogsbloot' kon zich door lezenswaardige artikelen over gevarieerde onderwerpen in vredestijd handhaven.

Volgens Heemskerk wilde Hefner de jonge mannelijke stadsbewoner op wie Playboy zich vooral richtte, ook aanleren hoe hij zich diende te gedragen, welke kleren hij moest aantrekken en hoe hij een Manhattan moest mixen. De Nederlandse Playboy moet zich volgens het licentiecontract aan het respectabele imago houden. Heemskerk doet dat nauwkeurig en heeft een keur van bekende Nederlandse schrijvers, journalisten, columnisten en wetenschappers zo ver gekregen in zijn blad te publiceren. Op de lijst van medewerkers figureren onder anderen Remco Campert, Hugo Claus, Jan Cremer, Maarten 't Hart, W.F. Hermans, Christien Hemmerechts, Mensje van Keulen, Harry Mulisch, Gerard Reve, Leon de Winter, Koos van Zomeren, Jan Wolkers, Joost Zwagerman en Frans Pointl. “Ik ben zeer trots op de lijst”, zegt Heemskerk, “Iedereen denkt dat wij alleen maar seks hebben, maar dat is niet zo. Dat is jammer als je bij dit blad werkt, paarlen voor de zwijnen. Playboy heeft meer dan blote meisjes. Wij zijn geen seksblad.” Desondanks betwijfelt hij of de verhalen goed gelezen worden.

Een vraag naar het waarom van een bijdrage aan Playboy roept weerbarstige reacties op. “Ik heb nooit voor Playboy geschreven”, roept Harry Mulisch in eerste instantie. Daarna herinnert hij zich een voorpublikatie van zijn roman "Hoogste tijd' in 1984. “Maar dat was dus niet speciaal voor Playboy geschreven. In die tijd deed iedereen dat. Ze zullen wel goed betaald hebben. Toen dacht ik dat het met Playboy die kant op ging. Ik weet eigenlijk helemaal niet of dat ook zo gegaan is. Ach, ik ben niet zo bang voor blote dames.”

W.F. Hermans leest het blad niet. Hij heeft het een jaar lang ongevraagd toegestuurd gekregen en vindt het “leuk voor collages”. “Het blad heeft mij gevraagd om een verhaal. Mijn vraag of dat goed zou betalen werd bevestigend beantwoord.”

Als Playboy nu aan Koos van Zomeren zou vragen iets te schrijven, zou hij weigeren. “Ik vind dat je niet op een commerciële manier overal in moet duiken, zoals Boudewijn Büch doet. Bij de voorpublikatie van mijn roman "Otto's oorlog' hadden ze er bij gezet dat het zo'n mooi boek was, van internationale allure. Ach, ik heb wel ergere dingen gedaan.”

Jules Deelder schreef verschillende verhalen voor Playboy. “Ik kan er mijn spullen kwijt en word goed betaald. Vijf- à zesduizend gulden voor een artikel.” Hij koopt het blad nooit. “Ik kijk alleen de nummers in waar ik zelf in sta. De prenten zijn altijd hetzelfde. Als mannen er opgewonden van raken, is dat mooi. Maar ik krijg er geen stijve van.” Wist hij dat de Playboy-verhalen slecht gelezen werden? “Is dat zo? Jezus, nou dan word ik niet gelezen. Jammer dan.”

Ten minste zo belangrijk voor het respectabele aanzien voor het blad als de schrijvers van naam, zijn de befaamde lange Playboy-interviews. In de Amerikaanse Playboy schitterden interviews met Gabriel Garcia-Marquez, Fidel Castro, Ferdinand Marcos en Federico Fellini. De Nederlandse editie nam een aantal van deze beroemdheden over, maar streeft ernaar zo veel mogelijk vaderlandse beroemdheden aan het woord te laten.

Behalve voor de hand liggende keuzes als Leo Beenhakker, Jeroen Krabbé en Thom Hoffman, werden ook een aantal politici ondervraagd. Zo gaf in 1991 de toen net aangetreden VVD-fractieleider Frits Bolkestein een interview aan Playboy. “De beslissing in te gaan op het verzoek van Playboy voor een interview was bepaald niet zonder risico”, zegt Bolkesteins woordvoerder Clemens Cornielje die erbij was toen de beslissing werd genomen. “We hebben erin toegestemd omdat het Bolkestein de gelegenheid gaf zich te profileren op meer gebieden dan alleen maar politiek.”

Maar Elco Brinkman weigerde pertinent, ondanks herhaaldelijk aandringen van hoofdredacteur Heemskerk. “Publiciteit kunnen we te over krijgen”, zegt voorlichter Frits Wester van het CDA. “Een interview met Brinkman zal goed zijn voor Playboy, de vraag is of wij daaraan mee moeten werken.” Hij kan zich ook niet voorstellen dat iemand die Playboy koopt, een interview met Brinkman wil lezen. “Hij is nooit te zien in spelletjesprogramma's op de televisie en dus ook niet tussen de blote borsten en blote billen. In een tijdschrift over old-timers wil je toch ook niets lezen over het financieringstekort? Een deel van ons electoraat zal zoiets trouwens niet op prijs stellen.”

Maar de befaamde interviews en beroemde schrijvers ten spijt vormen de naaktseries de kern van het imago. Actrice Liz Snoyink vond het aanvankelijk een belediging toen ze gevraagd werd te poseren voor Playboy. “Maar mijn eigen norm is met de tijd veranderd. Daarom heb ik het uiteindelijk toch gedaan.” De fotosesies vond ze “heel prettig”. “Ik had alle vrijheid om zelf te beslissen. Ja, je moet natuurlijk onderhandelen over hoeveel borsten, hoeveel schaamhaar. Maar ik had meer in te brengen dan wanneer er bijvoorbeeld foto's voor de krant worden gemaakt.” Waarom ze voor Playboy poseerde? “Ik vond dat mijn imago best wat stouter mocht, want ik loop het risico om truttig te zijn. En ik heb het ook voor het geld gedaan.”

Hoeveel ze verdiende, mag Snoyink niet zeggen. “Dat heb ik moeten beloven. Het schijnt nogal uiteen te lopen.” Heemskerk wil niet meer zeggen dan dat de financiële vergoeding afhangt van de verwachte verkoop. Wel wil hij verklappen dat een (onbekende) Playmate op de middenplaat vijfduizend gulden verdient.

Angela (“ik wil niet met mijn echte naam in de krant”) werd tijdens een miss-verkiezing gevraagd te poseren. “Ik heb meteen "ja' gezegd. Nu denk ik: ik had kieskeuriger moeten zijn. Want ik ben wel geschrokken toen ik het resultaat zag.” De reacties van anderen vielen haar “wel mee”. “Mijn vader was best trots, maar mijn moeder was er niet echt kapot van.” Vervelend vond ze de reacties van jongens, als ze uitging. “Opmerkingen en zo. Ik ben blij dat het achter de rug is.”

Is het exposeren van de vrouw als lustobject niet vreselijk vrouwonvriendelijk? “Helemaal niet”, vindt Heemskerk. “Natuurlijk, de vrouw op onze foto's is een lustobject. Maar dat is toch iedereen? Vrouwen hebben trouwens meer te duchten van de paus dan van de Playboy”, meent de hoofdredacteur. Niet alle vrouwen zijn het met hem eens. Begin 1984 gooide een actiegroep van vrouwen die zich "Duvelse kring' noemde, de voorraad Playboys van twee Amsterdamse boekhandels in de gracht.

Ciska Dresselhuys, hoofdredactrice van het feministische maandblad Opzij, zal geen Playboys in de gracht gooien of verbranden. “Maar het is wel het op-een-na-laatste blad waarvoor ik zou willen schrijven.” Niet zozeer om de blote vrouwen (“want daar gaat het toch om - de goeie interviews zul je nooit met punaises op een legerplaats zien hangen”) maar vooral omdat het blad rolbevestigend is. “Ze doen niets om mannen een andere visie op de vrouw te geven.”

Sociologe Iteke Weeda zou juist wèl voor Playboy willen schrijven. “Om die mannen te bereiken die niet uit zichzelf veranderen. Ik zou schrijven hoe ze de vrouwelijke kanten, die iedere man in zich heeft, kunnen ontwikkelen - zonder een doetje te worden.”

De oplagecijfers van Playboy stegen, tot vier jaar geleden. Toen concurrent Penthouse met nog minder verhullende foto's op de markt kwam, raakte het blootblad een deel van zijn verkoop kwijt. Mediasocioloog Hofstede is somber over de toekomst van Playboy. Het blad neemt temidden van de wijde verbreiding van postorderbedrijven die lingerie en seks-attributen verkopen, een steeds marginalere positie in. “Playboy heeft in zekere zin bloot als massaprodukt makkelijker gemaakt, vooral op de televisie. De massaliteit van tegen porno aanleunend vrouwelijk naakt, is iets van de laatste tien jaar. Nu zie je op de televisie nog uitsluitend droogneukerij, maar de penis zal onontkoombaar zijn intrede doen bij Veronica. En dan is het afgelopen met Playboy.”