Amusante momenten in stuk over ontbijtende hotelgasten

Voorstelling: Het ontbijt van diverse auteurs door theatergroep Carrousel. Regie: Marlies Heuer en Matin van Veldhuizen; decor: Ruud van Empel; spel: Nettie Blanken, Dik Boutkan, Walter Crommelin, Marlies Heuer, e.a. Gezien: 8/4 Toneelschuur Haarlem. Tournee t/m 29/5.

Het begint zo langzamerhand een beproefde formule te worden: vraag een aantal auteurs elk een tekst te schrijven over een van te voren opgegeven onderwerp en stel daaruit één of meerdere toneelstukken samen die met elkaar verband houden. Op die manier was vorig jaar bij Theater van het Oosten zowel het vierdelige project Indringers opgezet als De nacht van het hoogste woord, een marathonvoorstelling waaraan vijftig schrijvers deelnamen. Theatergroep Carrousel heeft nu een vergelijkbaar procédé gevolgd: op verzoek leverden zes auteurs een bijdrage aan de voorstelling Het ontbijt.

In dit geval was de toevallige samenstelling van het publiek dat elkaar treft in de ontbijtzaal van een hotel, het uitgangspunt voor een aantal scènes, geschreven door Wanda Reisel, Rob de Graaf, Michael Matthews, Maria Heiden, Marian Boyer en Rob Klinkenberg. Gezamenlijk, maar zonder elkaar te raadplegen, produceerden ze dialogen voor elf hotelgasten die door Marlies Heuer en Matin van Veldhuizen tot toneelstuk zijn omgevormd. Hoe ze dat precies gedaan hebben is niet na te gaan, aangezien niet duidelijk is wie wat geschreven heeft.

Hoewel Het ontbijt daardoor de schijn wekt uit één tekst te zijn opgebouwd, bewijst de verbrokkelde structuur juist het tegendeel - wat doet vermoeden dat het ordenen van alle dialogen een helse puzzel geweest moet zijn. En geen wonder: zolang je omwille van de verstaanbaarheid niet iedereen door elkaar wilt laten praten moet je, zoals Van Veldhuizen en Heuer, naar een gekunstelde vorm grijpen en de gasten keurig na elkaar aan het woord laten.

Aanvankelijk, als ze de halfronde zaal met hoge ramen (een ontwerp van Ruud van Empel) binnenstromen en de tafeltjes bezetten, vult de ruimte zich met het geruikelijke geroezemoes. Maar dat gaat al gauw over in duidelijk verstaanbare gespreksflarden, die in een soort estafette van tafel naar tafel gaan. Wie niet aan de beurt is houdt zijn mond en probeert krampachtig de indruk te wekken niet te horen wat er gezegd wordt aan een andere tafel.

Merkwaardig genoeg blijkt iedereen op het punt te staan afscheid te nemen: een lesbisch paar gaat uit elkaar, twee heren praten over aids, een zwijgende vrouw bladert in haar boek Adieu Picasso, een zeeman verlaat zijn geliefde, een man en een vrouw begraven hun vader. Veel sombere woorden dus, zelfs van de ober (Walter Crommelin) die met zelfmoordneigingen blijkt te kampen. Hij en de cheffin (Marlies Heuer) staan als twee strenge cipiers achter het buffet, maar af en toe komt zij daar achter vandaan om met beschuit en eieren tussen de tafels door te vlinderen. Zij bepaalt ook wanneer het tjd is voor wat muziek en een geluidsdecor van kwinkelerende vogels.

Het realisme in de voorstelling wordt op gezette tijden even doorbroken door rare dansjes en liedjes. De acteurs, (Nettie Blanken, Wouter Steenbergen en Dik Boutkan om er enkelen te noemen), schakelen allen schijnbaar moeiteloos over naar licht absurd spel, vooral Dic van Duin zorgt met zijn enigszins getikte, excentrieke gedrag voor amusante momenten. En toch sprankelt de voorstelling niet. Jammer, want het is een leuk uitgangspunt. Waarschijnlijk zou dat beter tot zijn recht zijn gekomen als de schrijvers hun werk meer op elkaar hadden afgestemd, nu heeft al dat afscheid iets eentonigs op den duur en van alles wat er gezegd is, blijft eigenlijk niets hangen. Wat dat betreft lijkt het of je in de ontbijtzaal van een echt hotel hebt gezeten.