VS vallen luchtafweer van Irak aan

WASHINGTON/BAGDAD, 10 APRIL. Amerikaanse vliegtuigen hebben gisteren fragmentatiebommen gegooid op een Iraakse militaire installatie bij een dam in de noordelijke uitzonderingszone boven Irak nadat vandaaruit op de toestellen was geschoten.

De vliegtuigen, afkomstig van de Turkse basis Inçirlik, vlogen boven het bereik van het Iraakse geschut. Dit heeft het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken meegedeeld.

Het ministerie waarschuwde voor “ernstige gevolgen” in het geval Irak zijn verplichtingen krachtens een reeks resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties niet nakomt. Irak op zijn beurt heeft ontkend het vuur te hebben geopend. Het was het eerste ernstige incident tussen Irak en de geallieerden sinds 3 februari, toen Iraaks geschut het vuur opende op twee Franse Mirages.

Volgens een Amerikaanse regeringswoordvoerder waren de vier Amerikaanse toestellen - drie F-16's en een F-4 - op een routine-patrouille in de zone boven Noord-Irak waar de geallieerden Iraakse militaire activiteit hebben verboden ter bescherming van de Koerdische bevolking. De toestellen waren eerst door Iraakse radar gevolgd, voor de Irakezen het vuur openden. Als antwoord gooiden de drie F-16's vier fragmentatiebommen op het Iraakse geschut. Het was niet onmiddellijk duidelijk of het doel werd geraakt.

Het Iraakse ministerie van buitenlandse zaken sprak van “agressief en provocerend gedrag” van de vliegtuigen. Het officiële Iraakse persbureau INA citeerde een uitspraak van de gouverneur van de provicie Niniveh, dat de Amerikanen in de aanval gingen “rond lunchtijd, toen het luchtverdedigingssysteem niet paraat was”.

De noordelijke uitzonderingszone, ten noorden van de 36ste breedtegraad, werd in april 1991 door de geallieerden - niet door de Veiligheidsraad - ingesteld om de Koerden tegen het Iraakse leger te beschermen. Het Iraakse leger was indertijd bezig met grof geweld de Koerdische opstand tegen het regime van president Saddam Hussein neer te slaan. In de zomer van 1992 werd tevens een uitzonderingszone afgekondigd ten zuiden van de 32ste breedtegraad, ter bescherming van de Iraakse shi'ieten.

Na een reeks uitdagingen aan het adres van de geallieerden en de Veiligheidsraad die leidden tot enkele Amerikaans-Brits-Franse luchtaanvallen op doelen in Irak, bood Saddam op 20 januari een eenzijdig staakt-het-vuren aan, naar zijn zeggen om de nieuwe Amerikaanse president, Bill Clinton, in staat te stellen de Amerikaanse politiek jegens Irak te versoepelen. Opmerkelijk genoeg kwam de aanval van gisteren nadat Washington en Londen kortgeleden hun beleid inderdaad hadden versoepeld en hadden besloten een beslissing over het voortduren van de VN-sancties tegen Irak niet langer afhankelijk te stellen van het verdwijnen van Saddam. (Reuter, AP)