Vredesmacht Bosnië zakt weg in propagandaoorlog

BELGRADO, 10 APRIL. De vredesmacht van de Verenigde Naties in Bosnië-Herzegovina en de rest van ex-Joegoslavië, UNPROFOR, lijkt met de dag verder weg te zakken in de intriges en propagandaoorlogen tussen de strijdende partijen, die typisch zijn voor de in 1991 begonnen Joegoslavische burgeroorlog. Terwijl in de ogen van buitenlandse waarnemers in Belgrado het risico op een onvoorziene escalatie, waarbij de relatief lichtbewapende UNPROFOR-eenheden acuut in gevaar zouden kunnen komen, eveneens toeneemt, lijken de oorlogspartijen de vredesmacht steeds vaker van het kastje naar de muur te sturen.

Gelegenheden daartoe doen zich in overvloed voor, omdat UNPROFOR zich krachtens zijn mandaat niet anders dan langs de weg van onderhandelingen een weg kan banen ter uitvoering van zijn mandaat: het bewijzen van goede diensten bij de naleving van staakt-het-vurens en andere akkoorden tussen de oorlogspartijen en het begeleiden en vergemakkelijken van het werk van internationale organisaties die zich met humanitaire hulp aan de bevolking bezighouden.

De afgelopen week was buitengewoon rijk aan chicanes tegen UNPROFOR in de thans een jaar door burgeroorlog geplaagde republiek Bosnië-Herzegovina. Enkele voorbeelden: “Alleen over mijn lijk en dat van mijn gedode familieleden” wil de Bosnisch-Servische bevelhebber, generaal Ratko Mladic, UNPROFOR de gelegenheid bieden zich met een eenheid van 120 Canadese VN-militairen in de Oostbosnische stad Srebrenica te nestelen. Op een persconferentie in Belgrado noemde Mladic gisteren het voornemen van de Franse UNPROFOR-generaal Philippe Morillon om zich met een eenheid VN-soldaten in deze door de Serviërs omsingelde moslim-enclave te vestigen, een nieuw bewijs van de "partijdigheid' van de VN-vredesmacht en andere internationale organisaties. Ofschoon UNPROFOR, formeel-juridisch, het recht heeft op vrije verplaatsing door Bosnië-Herzegovina, zal er voor de vredesmacht weinig anders opzitten dan met Mladic te onderhandelen.

Onbekenden hebben eergisteren in door UNPROFOR geëscorteerde vrachtwagens van de UNHCR (Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties) voorraden munitie verborgen, die door de Serviërs bij een routinecontrole werden gevonden.

Pag.5: Vredesmacht ook in Kroatië belemmerd

Het transport was bestemd voor moslim-bevolking, de wagens waren op het vliegveld van Sarajevo, onder de ogen van moslim- en Servische controleurs beladen. Het nog niet opgehelderde incident heeft tot heftige verwijten van het UNHCR aan UNPROFOR geleid. Een generaal van het Servische leger in Bosnië beschuldigde UNPROFOR en generaal Philippe Morillon persoonlijk ervan “dienaren van Alija Izetbegovic” (de president en moslim-leider van Bosnië-Herzegovina) te zijn. Bevelhebber Mladic en andere Servische leiders in Bosnië hebben echter geopperd dat Morillon - die de bevelhebber is van UNPROFOR in Bosnië-Herzegovina - niet persoonlijk op de hoogte was van wat zij zien als een systematische wapensmokkel door de internationale organisaties naar de moslims. Wel is het incident, volgens Mladic, aanleiding tot nog grondiger doorzoeking dan tot nu toe van voor moslims bestemde hulpkonvooien, waarbij “elke kist zal worden geopend”. De moslims in Srebrenica van hun kant beschuldigen UNPROFOR ervan met het voornemen zoveel mogelijk gewonden, vrouwen en kinderen uit Srebrenica te evacueren naar het relatief veiliger Tuzla, het plaatsje "etnisch te reinigen' en zo rijp te maken voor inname door het Servische leger. Dat op zijn beurt zegt overigens dat Srebrenica geen "militair doel' vormt, maar dat de moslim-soldaten in het plaatsje zich moeten verantwoorden voor het uitmoorden van twaalf Servische dorpen in de omgeving, in maart en juni vorig jaar. Naar verluidt zijn de Serviërs er vooral op gebrand de plaatselijke moslim-commandant Nasser Oric gevangen te nemen, die voordat de oorlog in Bosnië-Herzegovina losbrandde, één van de lijfwachten van de Servische president Slobodan Milosevic was.

De manier waarop Oric en zijn mannen eerder hebben verhinderd dat radeloze mensen in Srebrenica gebruik maakten van door UNPROFOR geboden evacueringsmogelijkheden, heeft menige buitenlandse hulpverlener ter plaatse zwaar geschokt. “Het lijkt erop alsof de moslims een bloedbad onder hun eigen bevolking willen, als goede propaganda”, meent een van hen, net terug uit Srebrenica. Inmiddels is de evacuatie moeizaam weer op gang gekomen. De liefde van de moslims in Srebrenica, die vorige maand de hoofdstraat van het plaatsje van "Tito-straat' hadden omgedoopt in "Morillon-straat', is in ieder geval grondig vervlogen, sinds duidelijk werd dat de door de generaal beloofde bescherming van de bevolking geen militaire steun tegen de Servische troepen inhield.

UNPROFOR ondervindt geenszins alleen in Bosnië-Herzegovina tegenwerking. In Kroatië belemmeren Servische eenheden de vredesmacht in haar bewegingen en heerst permanente vrees voor een nieuwe Kroatische aanval op de door de VN-troepen beschermde Servische zones, en een heropleving van de Servisch-Kroatische oorlog, aldus Cedric Thornberry, hoofd civiele zaken van UNPROFOR. “We hebben (de Kroatische) president Tudjman gezegd dat als hij een aanval in West-Slavonië in de zin heeft, hij deze maar beter snel kan vergeten”, aldus Thornberry. “Maar het risico van een grootschalige Kroatisch-Servische oorlog blijft groot”.

UNPROFOR kan noch wil verandering brengen in zijn opdracht, langs de weg van onderhandeling zijn doelstellingen te realiseren, aldus UNPROFOR-commandant Lars-Eric Wahlgren deze week. Tegelijkertijd maakt Wahlgren zich ernstig zorgen over de risico's voor zijn mannen, nu parallel aan het werk van de vredesmacht steeds meer internationale operaties op gang komen, waarbij geweldsmiddelen in of bij ex-Joegoslavië worden ingezet.

De armada van oorlogsschepen in de Adriatische zee, aanvankelijk bedoeld ter controle op de diverse embargo's en mogelijke evacuatie van UNPROFOR, kwam er in nauw overleg met en onder supervisie van de Verenigde Naties, waaronder de vredesmacht ressorteert. Hetzelfde gold voor de dropping van hulpgoederen uit de lucht in Oost-Bosnië, door Amerikaanse en andere vliegtuigen. De VN-vredesmacht is echter nauwelijks meer betrokken bij de geplande operaties van de Westeuropese Unie op de rivier de Donau, en evenmin bij de afdwinging van de no fly zone boven Bosnië-Herzegovina door Amerikaanse, Franse en Nederlandse straaljagers, waarmee de Navo maandag wil beginnen.

Vooral deze laatste operatie baart UNPROFOR zorgen, wegens het risico van vergeldingsaanvallen op UNPROFOR-eenheden door de Serviërs - of door anderen die het op een Servische aanval willen laten lijken. Een oproep van de UNPROFOR-commandant, deze NAVO-operatie verder uit te stellen, is niet verhoord. Evenmin is UNPROFOR, voor zover bekend, in verband met de nieuwe risico's van zwaardere wapens voorzien. De vredesmacht kreeg slechts luchtverkenningsapparatuur, om vroegtijdig te weten wanneer het boven hen misgaat. “De onoverzichtelijkheid neemt zozeer toe”, aldus een Westerse deskundige in Belgrado, “dat het misschien alleen nog een kwestie van tijd is voordat de zaak uit de hand loopt”.