Via Lewandowsky exposeert in galerie Lumen Travo; Het gemak van faxbare beelden

Vita Lewandowsky, "Everything is twice- Diplopie III', t/m 29 april in galerie Lumen Travo, Paulus Potterstraat 38, Amsterdam, open wo t/m zo 13-18u. Prijzen: 9.000 tot 12.000 gld.

AMSTERDAM, 10 APRIL. Een traag wapperende zwarte doek aan de buitenkant van galerie Lumen Travo markeert de expositie van de in Oost-Duitsland geboren Via Lewandowsky. De 29-jarige kunstenaar die sinds 1989 in Berlijn en New York woont, twijfelt een dag voor de opening nog over die lap: “Ik ben bang dat dit zwarte ding te theatraal oogt, of geduid wordt als één of ander mystiek symbool. Ik bedoel het meer als een merkteken, een ironische geste op deze locatie tegenover het Stedelijk Museum.”

Iedere passant mag zijn eigen betekenis hechten aan dit geheimzinnig heen en weer bewegende "gordijn'. Mij doet het denken aan een doodskleed, maar ook aan de Ka'aba, het heiligdom in de moskee van Mekka dat ook onder een zwart kleed schuilgaat.

Het in gang zetten van een keten van associaties, zo zou Lewandowsky's werk samengevat kunnen worden. Door zijn deelname aan de de grote moderne kunsttentoonstelling Documenta vorig jaar kreeg hij meer bekendheid; in Kassel bracht hij onder meer een glazen wand met grafische voorstellingen aan in een trappenhuis van het Fridericianum en maakte een sculptuur over het monument voor de Onbekende Soldaat heen.

Dat laatste, kritische aspect is in veel van zijn werk terug te vinden. “Ik ben op zoek naar beelden waarin de zuivere vorm is uitgebannen. Niet de vorm is belangrijk, maar de reden waarom je hem gebruikt, de zeggingskracht die hij heeft. Hij moet me in staat stellen mij uit te spreken over dat wat ik om mij heen zie.”

Vlak na het vallen van de Muur richtte de kunstenaar in de Siegessäule in Berlijn een installatie in, waarin de mozaïeken die de Duitse geschiedenis verheerlijken, aan het zicht werden onttrokken: Die Endlichkeit der Freiheit was de titel. Het werk is een commentaar op de Duitse eenwording, waarvan hij geen voorstander is. Over zijn leven in Dresden, waar hij woonde totdat hij begin 1989 eindelijk een visum kreeg, wil Lewandowsky liever niet praten: “Ik háát het Oosten. De laatste vier jaar heb ik almaar nieuwe indrukken opgedaan, mijn vaderland ligt nu ver achter me ligt. Het heeft nauwelijks nog invloed op mijn werk.”

Voor zijn vertrek concentreerde hij zich op performances die hij omschrijft als 'psychogrammen'. “Die kunstvorm werd in de DDR maar door een handjevol kunstenaars uitgeoefend. De staat begreep niet wat we wilden zeggen, daar was zijn kunstbegrip te plat voor, te fantasieloos. Wij konden dus betrekkelijk ongehinderd werken omdat we ons onttrokken aan de staatscontrole.”

Sinds 1989 werkt Lewandowsky thematisch, het menselijk lichaam is steeds het verbindende element bij onderwerpen als vermoeidheid, euthanasie en diplopie. Dit laatste is het thema van de expositie in Amsterdam. 'Euthanasie' is volgens Lewandowsky het enige motief dat rechtstreeks herleidbaar is tot Oost-Duitsland. “Het gelijkschakelen van interesses en ambities, het stilzetten van elke spontane uiting van leven, dat gedwongen inslapen - ik noem het zelfdoding, naar het Griekse eu-thanatos, omdat veel burgers uit het voormalige Oostblok nog tijdens hun leven hun eigen dood hebben meegemaakt.”

Lewandowsky heeft nooit geschilderd, misschien uit protest tegen het socialistisch-realisme. “Ik houd niet van schilderen, kan mezelf er niet toe brengen. Maar het traditionale beeldvlak wilde ik niet verlaten, dus zocht ik naar een andere tweedimensionale vorm.” Hij vond die in medische handboeken, waarin etsen van lichamelijke afwijkingen zijn uitgevoerd in gearceerde lijnen waarmee diepte wordt gesuggereerd. Die druktechniek is al eeuwenoud maar wordt nog steeds gebruikt. Deze grafische en toch realistische trant heeft hij zich toegeëigend en is zijn karakteristieke stijl geworden.

Reproduktie is dus de basis van Lewandowsky's oeuvre, hij pikt bestaande beelden die hij door middel van dia's op de ondergrond projecteert en natrekt. “Iedereen kan dat”, zegt hij nuchter, “Het voordeel daarvan is dat ik per fax een beeld kan versturen dat een ander dan voor mij op het juiste formaat uitvoert. Dat spaart tijd.”

Op de tentoonstelling bij Lumen Travo hangen tien van die grafische voorstellingen; ditmaal zijn het fossielen, versteende schelpen, tanden, een zeeëgel en poliepen die werden gekopiëerd. Eronder zijn houten bankjes of consoles bevestigd, waar parelwitte, gesteven linnen doeken overheen liggen. Het geheel doet denken aan een altaarstuk met een bidstoel ervoor.

De gewijde atmosfeer (benadrukt door de geblindeerde ramen) wordt echter wreed teniet gedaan door de afbeeldingen op de linnen lappen. Daarop zijn foetussen afgedrukt met gruwelijke deformaties. De één heeft een vergroeid schedeltje, het handje van een ander is een vormeloze vleesklomp. “Ze zijn tegelijkertijd uitdrukking van leven en dood, het zijn niet-levensvatbare baby's die allen dood geboren zijn.” Hun contouren vertonen soms overeenkomst met die van de poliepen of mosselen erboven. Andere keren weet je niet waar je precies naar kijkt en zijn de vergroeiingen bijna abstract. “Ik wilde de discrepantie aangeven tussen die miljoenen jaren oude, versteende wezens en het korte menselijke leven. Tegelijk becommentarieer ik de religieuze cultus die ook de kunst beheerst, de hang naar het zuivere en schone Beeld. Die foetussen zijn om zo te zeggen de vlekken op het onbezoedelde beeld, de scheur in de voorhang.” De titel van de expositie, Diplopie, verwijst naar die tweezijdigheid. Het woord duidt een afwijking aan waardoor elk oog afzonderlijk waarneemt: de hersenen voegen dat niet samen tot één beeld. Lewandowsky, die op driejarige leeftijd blind werd aan één oog, heeft het zien tot thema van zijn werk gemaakt. “We moeten niet zomaar aannemen dat wat we voorgeschoteld krijgen ook waar is; ik wil dat de mensen twee keer kijken naar wat ik maak, en erover nadenken. Daarom zet ik de lelijkheid op de plaats van de esthetiek.”