Uitbreiding van haven bedreigt duinen van Voorne

OOSTVOORNE, 10 APRIL. “De nachtmerrie van 1968 is teruggekeerd”, zegt J. Van den Berg, die namens de stichting Zuidhollands Landschap toezicht houdt op 550 hectare duin bij Oostvoorne en Rockanje. Toen, een kwart eeuw geleden, werd 1.700 hectare van het Voornse duin ernstig bedreigd door plannen van Rotterdam om de Maasvlakte - aan zee ontrukt land in het verlengde van Europoort - naar het zuiden uit te breiden voor industrie- en havengebied. Dat gevaar werd afgewend, maar nu staat Rotterdam op dezelfde plek een soortgelijke expansie voor ogen: een tweede Maasvlakte van minimaal duizend hectare.

Als dit nieuwe plan doorgaat, vreest Van den Berg de teloorgang van het Voornse duin, dat hij zonder aarzelen als “het rijkste duingebied van Noordwest-Europa” bestempelt. Lyrisch spreekt hij van vochtige valleien en duinmeertjes, waar plant en dier uitzonderlijk goed gedeien. Er leven 117 soorten broedvogels, waaronder 37 die op de rode lijst van bedreigde soorten staan. De lepelaar bijvoorbeeld, maar ook de kleine strandplevier, grote stern, roerdomp, kluut en waterral. En wat de flora betreft: op nauwelijks 0,5 promille van het Nederlandse oppervlak vindt men ongeveer de helft van het aantal hogere Nederlandse plantesoorten.

Die biologische verscheidenheid staat nu opnieuw onder druk doordat het Voornse duin ingeklemd dreigt te raken. “Zand, wind en zout”, aldus Van den Berg, “zorgen hier voor een natuurlijke dynamiek, die wegvalt zodra het duin zijn contact met de open zee verliest. Dan rukt de verruiging op en maken zeldzame plantesoorten plaats voor algemene, vooral brandnetels.” Het zijn praktisch dezelfde woorden die 25 jaar geleden klonken, toen slechts een smalle strook water voor de kust van Voorne zou overblijven. “Een rampzalig plan”, sprak destijds dr. M. J. Adriani, directeur van een biologisch station in Oostvoorne, “want de duinen zullen totaal worden ontkracht. Die moeten nu eenmaal aan een onversneden zee grenzen.”

De havenuitbreiding die nu met een tweede Maasvlakte wordt beoogd, maakt deel uit van een breder "plan van aanpak' voor Rijnmond volgens het zogenoemde ROM-principe. De letters staan voor ruimtelijke ordening en milieu, wat betekent dat er een zorgvuldige afweging dient plaats te vinden tussen economische en ecologische belangen. Daarvan is echter volgens de particuliere natuurbescherming weinig of niets terecht gekomen, zeker niet bij Voorne.

De duinen zijn daar grotendeels in beheer bij de Vereniging Natuurmonumenten en het Zuidhollands Landschap, die gezamenlijk ageren tegen de dreigende aanslag op hun kostbare terreinen. “In de plannen”, zegt ir. R.D.W. Hijdra van het Zuidhollands Landschap, “blijft de natuur sterk onderbelicht, terwijl de economie weer eens alle nadruk krijgt. De aandacht is volledig gericht op de ontwikkeling van Rotterdam als mainport, als grootste haven ter wereld.”

Een van zijn grieven is dat het Natuurbeleidsplan (NBP) van de regering in het Rijnmond-dossier volledig buiten beschouwing is gebleven. Ruggegraat van dat NBP is de ecologische hoofdstructuur van Nederland, een samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingen daartussen. De Voornse duinen maken deel uit van dat netwerk, maar daarover wordt in de stukken van overwegend Rotterdamse makelij met geen woord gerept.

Zojuist heeft Hijdra de schriftelijke reactie van het kabinet op de uitbreidingsplannen ontvangen en ook daarin zocht hij vruchteloos naar de letters NBP. “De regering spreekt van een goed evenwicht tussen milieu en economie. Daar snap ik nu werkelijk niets van. Er is helemaal geen evenwicht. De natuurbelangen worden gewoon vergeten en daarom staat dit plan haaks op het nationale beleid.”

Daar komt bij dat uitbreiding van de Maasvlakte in zuidwestelijke richting een schending inhoudt van de demarcatielijn, zoals die in 1968 van regeringswege werd vastgesteld en in 1984 per Kamermotie bevestigd. Die lijn behelst de grens tussen het haven- en industriegebied van Rijnmond en de Voornse duinen. Ze werd overigens in 1987 al overschreden door de aanleg van een depot voor vervuilde baggerspecie, de zogenoemde slufter, als aanhangsel aan de Maasvlakte, die zelf in de jaren zestig tot stand kwam.

Hijdra: “Met die overschreiding zijn we destijds schoorvoetend akkoord gegaan, omdat het milieu ermee gediend was. Want zonder zo'n depot zou de vuile bagger in zee verdwijnen en dat is helemaal onverantwoord. Bovendien gold als voorwaarde voor ons aarzelend jawoord dat die slufter later een recreatieve bestemming zou krijgen en dat gebeurt ook als men de afspraken nakomt. Maar elke nieuwe schending van de demarcatielijn is voor ons absoluut onaanvaardbaar. We accepteren eenvoudig niet dat zo'n uniek natuurgebied als het Voornse duin nog verder in de verdrukking raakt. Maasvlakte I en de baggeropslag hebben al genoeg schade aangericht. We willen er geen Maasvlakte II bij hebben. Dan kunnen we het Voornse duin gevoeglijk afschrijven.”

Toch zijn ook de opstellers van het Rijnmondplan niet geheel aan het natuurbelang voorbijgegaan. Er wordt tenminste voorgesteld om onder Maasvlakte II 750 hectare kustzee voor natuurontwikkeling te reserveren. Hijdra en zijn collega Van den Berg hebben daar slechts smalende opmerkingen voor over: “Die toezegging heeft niets om het lijf. Een fopspeen ofwel een sigaar uit eigen doos. En waarom? Omdat de natuur langs de zuidwestkust van Nederland zichzelf ontwikkelt. Onder invloed van de Deltawerken onstaat er een wadachtig gebied van slikken en schorren, waar we als natuurbeschermers blij om mogen zijn. Laat wind, water en zand hun werk doen en pas geen kunstgrepen toe. Die zouden het natuurlijke proces slechts verstoren.”