Tromgeroffel

Aan het eind van 'Sering en Vlag' verzamelt John Berger de doden op een groot wit schip, zo'n schip met alle hutten eerste klas. Het vaart in een oogwenk om de wereld en legt desgewenst even aan in de Franse Alpen. Er is een casino aan boord. Men speelt daar naar believen om te winnen of om te verliezen.

In dit verband herinner ik me "Tromgeroffel in Rancas' van Manuel Scorza, gelezen in 1976. Hoe goede mensen worden uitgemoord door slechte. In dit geval ergens in de Andes.

Aan het eind bespreken de doden hun wederwaardigheden. Ze liggen weliswaar in het graf, maar niet zo ver van elkaar. Ze maken gaatjes in de aarde om elkaar beter te verstaan. Telkens als nieuwe slachtoffers worden begraven, krijgt de geschiedenis van hun dorp een vervolg.

Ik neem aan dat de schrijver zo de onverwoestbaarheid van het goede wilde symboliseren, het eeuwige leven van de waarheid. Maar ik herinner me vooral hoe welwillend de dood uit deze pagina's tevoorschijn kwam, bezielend als een goed stuk muziek, helder als een wolkje aan de lucht.

Zo werkt het niet meer.

Je wordt ouder, je laat je niet meer zo makkelijk beetnemen. Nu lees ik over doden die op een bepaalde manier verdergaan met leven en het doet me bijna niets. Ik denk alleen: die zijn dus nog niet dood.