Tijd van strubbelingen met de Verenigde Staten is voorbij; Japans eerste gevechtsvliegtuig loopt prima

Japan werkt samen met de Verenigde Staten aan de FSX, een superieure versie van de F-16. De controverses over de uitwisseling van technologie zijn achter de rug, aldus het Japanse ministerie van defensie.

TOKIO, 10 APRIL. Het is stil geworden rondom het eerste, naoorlogse Japanse gevechtsvliegtuig, de FSX, een project waaraan de Verenigde Staten meedoen en dat een superieure versie moet opleveren van de Amerikaanse F-16. Controverses over uitwisseling van technologie komen nog maar zelden naar buiten. De tijd dat het Amerikaanse Congres luidruchtig Japan ervan verdacht met Amerikaanse techniek op de loop te gaan, lijkt lang verstreken.

Op het Japanse ministerie van defensie, gehuisvest in morsige gebouwen in het drukke Roppongi, een van de vijf grote uitgaanscentra van Tokio, legt Yoshiaki Hotsuki uit waarom. De reden is volgens hem simpel: “Het project loopt momenteel voortreffelijk.”

Hotsuki-san is directeur "vliegtuig-divisie' van het bureau "materieel' van het departement. Hij heeft een sober kamertje, dat met metalen ladenkasten is afgescheiden van zijn ondergeschikten die, net als op alle andere, met ruimte woekerende ministeries in Tokio, hun werk moeten doen in overbevolkte vertrekken, als bijen in een korf.

Is het waar dat Japan liefst zijn eigen gevechtsvliegtuig had willen bouwen en met tegenzin de samenwerking aanging met de VS? Was Amerika bang voor Japanse superioriteit en eiste het daarom deelname aan het project?

Japan had inderdaad plannen het toestel helemaal zelf te bouwen, zegt Hotsuki-san. Maar tegenzin tegen samenwerking? Hij ontkent dat.

In Amerika reageerde men aanvankelijk geschokt op de Japanse plannen. Is de economische supermacht Japan nu ook al in staat zelf een superieur gevechtsvliegtuig te bouwen? Sommigen meenden dat Japan dan ook in staat was een civiele vliegtuigindustrie op te zetten, die een regelrechte bedreiging zou vormen voor de Amerikaanse dominantie op de wereldmarkt.

Volgens Hotsuki-san was er geen sprake van tegenzin aan Japanse kant, maar van een “wijziging in onze benadering”. Het veiligheidsverdrag met Amerika bestempelt beide landen tot militaire bondgenoten en dat deed volgens hem Japan van standpunt veranderen en de Amerikaanse technologie van de F-16 als basis gebruiken voor de FSX. Dat was bovendien efficiënter en bespaarde kosten.

Hotsuki-san: “Amerika neemt onder onze leiding deel aan een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, dat wij betalen. Het is dus niet in de traditionele zin een gezamenlijk programma dat we in 1988 met Amerika zijn begonnen. We wisselen elkaars technologie uit en dat verloopt nu voortreffelijk, hoewel er op politiek niveau nog een negatief beeld bestaat over deze uitwisseling.”

Maar is er buiten de politiek geen verschil in uitleg meer van het samenwerkingsakkoord? De verschillen zijn volgens hem opgehelderd, want veel was in het begin onduidelijk, zoals welke technologie in aanmerking kwam voor uitwisseling. Dat moest allemaal nog tot in detail worden uitgezocht.

De Amerikanen zeggen dat Japan de Amerikaanse F-16 technologie in een andere vorm teruggeeft en dat deze daarom gratis moet zijn. Hotsuki-san: “Amerika, zowel de Amerikaanse regering als Amerikaanse bedrijven, heeft de beschikking over de technologie die het resultaat, het nevenprodukt is van het programma.”

Mitsubishi, de hoofdaannemer, klaagde vorig jaar nog dat het was uitgehuwelijkt aan General Dynamics in een haastige, blinde afspraak, gearrangeerd door het Japanse ministerie van defensie. Mitsubishi moest namelijk, in opdracht van het ministerie, zijn vleugel-technologie gratis weggeven aan het Amerikaanse bedrijf, dat voor zo'n dertig tot veertig procent deelneemt aan het project en nu ook sommige van de vleugels zal maken.

Hotsuki-san wuift de klachten weg. Hij wijst er fijntjes op dat Mitsubishi de belangrijkste leverancier is van het ministerie (vorig jaar goed voor zeven miljard gulden aan opdrachten). “In het begin waren er strubbelingen tussen beide bedrijven, zoals bij elk internationaal huwelijk.” Maar die zijn nu voorbij, meent hij.

Wat krijgt Japan terug? “We hebben van Amerika toegang gekregen tot de technologie van de F-16 en we doen niet anders dan verschillende delen van dit toestel opnieuw ontwerpen.”

Er zou zijn afgesproken in geheime akkoorden dat Japan deze technologie niet mag gebruiken voor het opzetten van een eigen, civiele vliegtuigindustrie. Hotsuki-san schiet in de lach. “ Het is onmogelijk deze militaire technologie daarvoor te gebruiken. Die belofte is nooit gedaan. Op regeringsniveau is er wel over gesproken, maar dat was geen realistische discussie.”

Is alle nieuwe technologie Japans? “In veel opzichten, ja. De F-16 is een gevechtsvliegtuig van de vorige generatie. Ik noemde al de radartechnologie, die de FSX in staat stelt met grote nauwkeurigheid vijandelijke toestellen te lokaliseren. Een ander voorbeeld is het nieuwe materiaal dat het toestel onzichtbaar maakt voor radar, vergelijkbaar met de Stealth bommenwerper. Nog een voorbeeld is de computer gestuurde capaciteit voor gevechtsmissies.”

De Amerikaanse Rekenkamer klaagde vorig jaar over de geringe toegang die Amerika heeft tot deze nieuwe Japanse technologie “Ik heb het rappport gelezen. Wij hebben onze eigen technologie, die geen onderdeel is van het programma en die we hebben ontwikkeld voordat het programma begon, zoals de nieuwe radar-technologie. Als de Amerikanen die willen hebben, moeten ze die van ons kopen.” Begin februari heeft Mitsubishi, de hoofdaannemer, deze technologie verkocht aan het Pentagon.

Was de Amerikaanse vrees destijds voor Japanse militaire superioriteit gegrond? “Nee, Amerika overschatte de Japanse technologie. Amerika heeft een superieure technologie op het gebied van gevechtsvliegtuigen, dat is een geaccumuleerde technologie over vele jaren. De F-16 was een groots gevechtsvliegtuig. Het is zeer twijfelachtig dat Japan vanaf nul kon beginnen. We wilden het aanvankelijk zelf doen, maar ik betwijfel of dat dat wel konden zonder hulp van de Amerikanen. Het was zeer riskant geweest. Een deel van de Japanse technologie is superieur, maar het hele toestel in aanmerking genomen, valt het met die vermeende voorsprong nogal tegen”