Spaanse PSOE blijft verdeeld

MADRID, 10 APRIL. De crisis in de Spaanse regeringspartij PSOE wordt mogelijk beslecht door het aftreden van het partijbestuur ten gunste van een "politiek comité' dat de ruziënde socialisten tot aan de verkiezingen van dit najaar bijeen zou moeten houden. Een akkoord over dit plan was gisteravond echter nog niet bereikt. Het is dan ook nog altijd mogelijk dat premier Gonzalez vandaag tijdens een vergadering met het bestuur zijn functie als partijleider neerlegt. Verscheidene ministers hebben laten weten in dat geval vervroegde verkiezingen, bijvoorbeeld in juni, noodzakelijk te achten om het lijden van de PSOE niet meer al te lang te laten duren.

De crisis is ontstaan door de eis van Gonzalez dat de partij zo snel mogelijk een einde maakt aan het corruptieschandaal dat vreet aan de geloofwaardigheid van de Spaanse socialisten. Volgens de premier is niet meer vol te houden dat de illegale financiering van de PSOE door grote bedrijven in binnen- en buitenland in het ernstigste geval het werk is geweest van enkele randfiguren die toevallig over een partijkaart beschikten. Hij wil dat er politieke verantwoordelijkheid voor gemaakte fouten wordt genomen en dat er koppen rollen in de hoogste gelederen van de PSOE, zodat hij straks in de verkiezingscampagne niet meer wordt lastig gevallen met het thema "corruptie'. Gebeurt dat niet, dan treedt hij af als secretaris-generaal van de partij.

Vice-voorzitter Alfonso Guerra en algemeen secretaris Txiki Benegas hebben van begin af aan op het standpunt gestaan dat er geen corruptie-affaire bestaat zolang de rechter geen veroordeling heeft uitgesproken. Benegas heeft zijn functie ter beschikking gesteld uit protest tegen het gebrek aan “interne solidariteit” van een aantal ministers en regionale bestuurders, die in het openbaar de eis van Gonzalez hebben gesteund. Hij heeft het conflict geplaatst in de al langer bestaande tegenstelling tussen de harde socialisten onder leiding van Guerra, die hun basis hebben in het partij-apparaat, en de meer liberale "vernieuwers' (onder wie vice-premier Serra, de ministers van economische zaken Solchaga en van buitenlandse zaken Solana). Tot dusverre bewaarden beide groepen met het oog op het partij-imago een gewapende vrede, maar nu is er een confrontatie geforceerd.

De hele week zijn er door min of meer neutrale partijgenoten vruchteloze bemiddelingspogingen gedaan. Een aantal bestuursleden heeft in het openbaar laten weten niet akkoord te gaan met het aftreden van Benegas en daarmee tegen Gonzalez gekozen. Eergisteren had de premier een extra onderhoud met koning Juan Carlos, officieel om hem verslag te doen van een privé-bezoek an Helmut Kohl maar naar men aanneemt vooral om hem op de hoogte te stellen van de mogelijke consequenties van de crisis. Vannacht vergaderden Gonzalez en Guerra in een laatste poging om voor de bestuursvergadering een compromis te bereiken. Guerra beschikt vermoedelijk over een meerderheid in het partijbestuur, maar niemand wil dat de PSOE zonder Gonzalez de verkiezingen in gaat. Dat zou politieke zelfmoord zijn. Als beide groepen voet bij stuk houden, is een mogelijke oplossing schorsing van het hele partijbestuur. Dit zou vervangen kunnen worden door een comité van wijze mannen. De verantwoordelijken voor de corruptie-affaire zijn dan voorlopig uit het zicht zonder werkelijk schuld te hebben bekend en de machtsstrijd kan na de verkiezingen definitief worden uitgevochten.