Profijtbeginsel in de muziek brengt bitter weinig op

Volgens de directeur van de Boekman-Stichting, Cas Smithuijsen, wordt klassieke muziek maar voor twee procent in de concertzalen beluisterd en voor de overige 98 procent via radio, tv en "geluidsdragers'. (Opiniepagina van 29 maart).

De cd-koper "profiteert' aldus Smithuijsen van de gesubsidieerde orkesten en zou moeten meebetalen aan het instandhouden van het kostbare muziekapparaat. Maar dat doet de cd-koper al, zij het indirect! In de, in deze krant afgedrukte Edison-lezing van Bernard Haitink (1 maart jl.) merkt deze dirigent op dat de orkesten, min of meer gedwongen door subsidieverminderingen, steeds méér opnemen. In Het Parool werd op 30 januari gemeld dat het Koninklijk Concertgebouworkest in de jaargang '92-'93 maar liefst 64 opnamesessies had ingelast voor opnameprojecten. Platenmaatschappijen zouden staan te trappelen om hun stoutste dromen te verwezenlijken en aan de overvolle seizoenagenda is af te zien dat dat aardig lukt. De "rijkdom' zou dus bij de cd-koper zijn te vinden en niet zozeer bij het concertpubliek dat volgens Smithuijsen tanende is; de interesse voor klassieke muziek stijgt voornamelijk buiten de concertzaal, schrijft hij. De platenmarkt zakt weliswaar een beetje in, maar dat is slechts een golfbeweging, over een tijdje gaat het weer beter, meent hij, daarmee zijn beschouwing ondermijnend.

In de recente brochure voor het seizoen '93-'94 rept het Koninklijk Concertgebouworkest van toenemend uitverkochte zalen voor de C-serie (modern) en een verder stijgende belangstelling voor de B-serie (traditioneel). In zijn Beleidsplan 1993-1996 maakt directeur Sanders van Het Concertgebouw N.V. gewag van een extra bezoekersstroom van 40.000 muziekliefhebbers die de uitgebreide serie Zomerconcerten beluisteren. Nederland krijgt steeds meer concertzalen, met de meest recente in Eindhoven en Maastricht, wier bestaan, ondanks vermindering van orkesten, is gefundeerd op een behoorlijke exploitatie. Volgens Smithuijsen staat tegenover een verlies aan publiek (hoezo verlies?) winst van publiek dat door cd-beluistering toch weer aangetrokken wordt om muziek in de concertzaal te horen. Niettemin houdt hij vol dat de stijgende liefde voor klassieke muziek vooral de platenmarkt toevalt.

Laten we voor het gemak aannemen dat hij gelijk heeft. Hij doet aan de minister van cultuur d'Ancona de suggestie het legioen platenkopers mee te laten betalen aan de gesubsidieerde muziekvoorzieningen, zeg maar symfonieorkesten, kleinere ensembles et cetera, het zijn er zo'n tachtig op dit moment. Die heffing, want daar komt het op neer, komt aan die instellingen ten goede of vloeit terug in de schatkist. De cd-koper die op basis van het eerder gestelde al indirect de orkesten steunt, wordt nu ook nòg een keer belast.

Nu maakt maar een heel klein deel van die tachtig gesubsidieerde muziekgezelschappen regelmatig platen. De opbrengst van verkopen van cd's van Nederlandse ensembles is maar een fractie van wat er in Nederland op de platenmarkt verschijnt. Van de 170 opnames, in het aprilnummer van het platenblad "Luister' besproken, zijn er slechts 21 waarbij Nederlandse musici zijn betrokken en dan reken ik een cd met Heinrich Schiff en Ton Koopman nog tot een Nederlandse opname, als ook opnames met de in Nederland geleefd hebbende pianist Youri Egorov. Het lijkt me immers niet redelijk om een Nederlandse koper van bijvoorbeeld strijkkwartetten van Beethoven door het Moskou Quartet een heffing op te dringen ten bate van het Limburgs Symfonie Orkest.

Hieruit blijkt dat de consument een belangrijke rol speelt bij het kopen van een Karajan-editie of een complete Mozart-uitgave vol buitenlandse musici en een zeer ondergeschikte, weliswaar niet te verwaarlozen plaats, inneemt als het gaat om door Nederlandse musici vervaardigde opnames.

In heel 1992 kregen maar twee klassieke uitgaven het predikaat goud (15.000 verkochte exemplaren) en één platina (25.000 stuks). Die platina-uitgave betrof een oude opname met Glenn Gould, Bachs Goldberg Variaties (bron NVPI). Dat zal allemaal dus bitter weinig opbrengen. En trouwens, dit door Smithuijsen aan minister d'Ancona voorgestelde profijtbeginsel schept toch wel een enigszins bizar precedent. Op basis van "weinig mensen-in-de-concertzaal-maar wèl, buiten-de-zaal, vele-profiterende-consumenten' zou je ook de slager kunnen vragen een heffing op de varkensrollade te leggen als het slecht gaat in de horeca.