Opec-topman Subroto: ecotax van Clinton en EG is heel oneerlijk

De olieproducerende landen zijn niet van plan zich de kaas van het brood te laten eten door nieuwe milieubelastingen op energie in het Westen. Ze beraden zich dit weekeinde over een mogelijke rantsoenering van het Westen. “Het is oneerlijk, jullie verdienen al veel meer dan redelijk is aan ons produkt”, zegt secretaris-generaal Subroto van het oliekartel Opec.

ROTTERDAM, 10 APRIL. Knap nerveus zijn ze de laatste weken, de twaalf lidstaten van de Organisatie van olie exporterende landen (Opec) en hun onafhankelijke concurrenten, over hun inkomens uit de export van het zwarte goud. Zo nerveus dat ze dit weekeinde de handen ineenslaan op een vergadering in de Omaanse hoofdstad Muscat. Terwijl de Westerse wereld Pasen viert, komen daar ministers van in totaal 23 olieproducerende landen, van de Amerikaanse oliestaten Texas en Alaska en de Canadese provincie Alberta bijeen.

Ondanks ferme besluiten van Opec, in februari, om de oliekranen wat minder wijd open te zetten, komt er nog steeds te veel olie op de markt, waardoor de prijs is gedaald tot 18,60 dollar per vat van 159 liter. “Dat is gewoon een uitnodiging aan Washington en Brussel om nu snel nieuwe energiebelastingen in te voeren. Bij deze lage prijs doet dat de consument nauwelijks pijn”, zegt een marktexpert.

De plannen van president Clinton en de Europese Gemeenschap voor zo'n nieuwe milieubelasting op energie ("ecotax') vormen een tweede bedreiging voor de olielanden. Want een ecotax zou de Westerse landen veel extra geld opleveren, maar tegelijk de vraag naar olie sterk doen afvlakken waardoor de olielanden het gelag betalen. Zes belangrijke olielanden, verenigd in de Samenwerkingsraad voor de Golf (Saoedi-Arabië, Koeweit, Qatar, Bahrein en Oman) hebben uitgerekend dat de ecotax hun inkomsten alleen al met 15 miljard dollar per jaar verlaagt. Voor de 12 landen van Opec zou de export met 2 miljoen vaten per dag (van de huidige 24 miljoen per dag) dalen. Dat betekent meer dan 20,5 miljard dollar aan inkomstenderving per jaar. Twee weken geleden zwoeren de Golfstaten dat ze hun exportbelangen veilig zullen stellen door tegenmaatregelen als produktieverlaging (waardoor het Westen op rantsoen wordt gezet en de olieprijs fors stijgt) of een exportheffing.

Dr. Ahmed Subroto, de secretaris-generaal van Opec, wil in een telefonisch interview vanuit zijn hoofdkwartier in Wenen niet vooruitlopen op tegenmaatregelen die het kartel kan nemen. “Wij studeren nog op het probleem. Ik spreek niet in termen van represaillemaatregelen, maar van een dialoog”, zegt hij. “Wij als Opec willen nog steeds het Westen ervan overtuigen dat de belastingmaatregelen zoals de regering-Clinton en de Europese Gemeenschap die nu voorstellen, absoluut oneerlijk zijn tegenover de olielanden. Die milieubelastingen zijn eenzijdig en discriminatoir tegenover één energiebron: olie. Want daaraan kunnen jullie als Westerse landen het meeste verdienen. Maar de olielanden lijden daardoor een groot verlies, eensdeels door een forse vermindering van de export. En ten tweede doordat die extra belasting de produkten die de olielanden uit het Westen importeren ook nog eens duurder maakt. Het is gewoon zeer oneerlijk.”

De Opec-topman schraagt zijn stellingen met cijfers: “De belastingen en heffingen op olie in West-Europa zijn in de periode 1980-1990 met 132 procent gestegen, terwijl de reële prijs van geïmporteerde olie daalde met 30 procent. In 1991 was de gemiddelde prijs die de Oeso-landen voor een vat geïmporteerde olie betaalden 18,90 dollar, terwijl het totaal van belastingen in het Westen op diezelfde olie steeg tot 69,20 dollar per vat. De totale winst die de Oeso-landen op 12,9 miljoen vaten geïmporteerde olie maakten was dat jaar 205,3 miljard dollar, terwijl de Opec-landen 86,4 miljard binnenkregen. En nu willen jullie die verhouding nog schever trekken.”

Als in de loop van dit jaar blijkt dat de dialoog mislukt en het Westen eenzijdig besluit tot invoering van de ecotax voorziet Surbroto concrete tegenmaatregelen: “Wij accepteren niet wat oneerlijk is. We zitten nu in de fase van het bestuderen van mogelijkheden en de formulering van ons standpunt. Maar het is redelijk en logisch te verwachten dat wanneer u ons pijn doet, wij daar iets aan gaan doen.” De secretaris-generaal sluit niet uit dat “sommige landen” - hij doelt op de Golfstaten - eerder met tegenmaatregelen zullen reageren dan Opec.

Subroto verdedigt het Opec-standpunt met de onverstoorbaarheid en op de gematigde toon die hem als Indonesiër kenmerkt. Maar als we het doel van de nieuwe milieubelastingen op energieverbruik bespreken - het terugdringen van schadelijke emissies, in het bijzonder koolstofdioxyde (CO2), de belangrijkste veroorzaker van het broeikaseffect - wordt zijn toon feller. Opec is voorstander van een aanpak van de milieuproblemen, maar op een heel andere manier, zegt hij.

“Als het jullie om de CO2-emissies gaat, dan moet een aantal landen in West-Europa beginnen met alle subsidies op de kolenwinning en op het gebruik van nucleaire energie af te schaffen. Die energiebronnen zijn voor het milieu veel schadelijker dan olie. Trouwens, studies van de Oeso wijzen uit dat de belasting die de Europese Commissie voorstelt, nauwelijks tot vermindering van de CO2-emissies leidt.” Om een substantiële reductie van de CO2-uitstoot te bereiken, zou een veel hogere belasting nodig zijn, zo leidt Subroto af uit de Oeso-studies. “Maar dat zou de concurrentiepositie van West-Europa al te zeer aantasten”, aldus dr. Subroto. “Dus dat doet de EG niet. Daarom is onze conclusie dat deze belasting niet tot doel heeft om het milieu te verbeteren, maar vooral om meer geld in de staatskassen te krijgen, om de overheidstekorten te verminderen. Dat is zeer duidelijk.”

Op 23 april bespreken de EG-ministers van milieu in Brussel het voorstel van de Europese Commissie om per 1 januari aanstaande een CO2-belasting van drie dollar per vat (159 liter) geïmporteerde olie in te voeren. Die heffing zou met jaarlijkse stapjes verhoogd moeten worden, tot in het jaar 2000 een niveau van 10 dollar is bereikt. Uitgaande van het huidige niveau zou daardoor de olieprijs met meer dan 50 procent stijgen.

Geen enkel vertrouwen heeft de secretaris-generaal in de bedoeling van de Europese Commissie om de opbrengst van de "ecotax' langs een andere weg weer terug te geven aan de belastingbetaler. Zo zou een "regulerende' belasting ontstaan die moet leiden tot een lager energieverbruik. Subroto: “Het wordt zeker geen kostenneutrale operatie.”

Ook voor de voorstellen van de Amerikaanse regering voor een ecotax heeft Subroto geen goed woord over. Het plan-Clinton leidt tot een prijsverhoging van 3,50 dollar per vat olie, tweemaal zoveel als voor andere brandstoffen. “De belangrijkste reden van onze zorg en ons protest is dat deze plannen tot een verarming zullen leiden in de Derde Wereld en de olieproducerende landen”, aldus de secretaris-generaal. Ook de noodzakelijke investeringen in het handhaven en uitbreiden van de produktiecapaciteit van de olielanden komen er door in gevaar, meent hij. “Om voldoende kapitaal aan te trekken heb je een zo stabiel mogelijke markt nodig, en duidelijkheid over de ontwikkeling van de vraag. De grootste stijging van de vraag naar energie, in het bijzonder van olie, zal zich niet in het Westen voordoen, maar in de ontwikkelingslanden. In plaats van de prijs op te drijven, moet je condities creëren om de levensstanddaard in die landen te verbeteren.”

Dr. Subroto herinnert aan het voorstel dat hij en de minister voor milieuzaken van Oman vorig jaar op de wereldmilieuconferentie in Rio de Janeiro hebben gelanceerd, voor een “wereldwijde, non-discriminatoire” energiebelasting (die alle energiebronnen even zwaar zou treffen), door een organisatie van de Verenigde Naties te innen. De opbrengst zou in een VN-fonds worden gestort en door de VN worden beheerd en besteed in alle landen, ook in de Derde Wereld. “Dat is een positieve oplossing, waarmee de ontwikkelingslanden aan moderne technologie worden geholpen om hun milieu schoon te houden en in de hele wereld het zuinig omgaan met energie wordt bevorderd.” Bij toepassing van dat systeem heeft Subroto er geen enkele moeite mee als de vraag naar olie in de Westerse consumptielanden minder toeneemt. “Het betekent dat we allemaal langer van de beschikbare reserves kunnen profiteren, maar tegelijkertijd worden de olielanden en de Derde Wereld er niet door benadeeld.”