"OP HET FUNDAMENTALISME VOLGT DE ONTGOOCHELING'; Moslim-geleerde Abdullahi Ahmed An-Na'im

Toward an Islamic Reformation. Civil Liberties, Human Rights, and International Law door Abdullahi Ahmed An-Na'im 253 blz., The American University in Cairo Press 1992, f 69,30 ISBN 977 424 292 0

Ze zijn nauwelijks zichtbaar en nauwelijks hoorbaar in het tumult van het islamitisch fundamentalisme en de westerse angstvisioenen dienaangaande, maar ze bestaan: moslim-geleerden die hun geloof willen redden uit de handen van de zeloten. Een van de kopstukken onder hen was de Soedanese soefi-geleerde Mahmoud Mohammed Taha. Hij legde de basis voor een moderne interpretatie van de koran. Die revolutie in de exegese werd Taha niet in dank afgenomen door het fundamentalistische regime in Soedan: in 1985 werd hij, een grijsaard van 76 jaar, geëxecuteerd wegens godslastering. De dood door ophanging maakte van deze "godslasteraar' echter een martelaar voor de zaak van de modernisering van de islam. Zijn leerlingen zetten zijn werk voort.

De meest vooraanstaande van die leerlingen is de Soedanese geleerde Abdullahi Ahmed An-Na'im, die momenteel in ballingschap in Egypte leeft. Vorig jaar publiceerde hij Toward an Islamic Reformation, een boek dat hem in één keer internationale bekendheid opleverde. An-Na'im is jurist van opleiding en heeft zich geconcentreerd op de uitleg van de shari'a, de islamitische wet. Daarbij komt hij tot opmerkelijke conclusies. In zijn boek betoogt hij dat vanuit islamitisch oogpunt de shari'a, in tegenstelling tot de koran, niet als directe goddelijke openbaring beschouwd moet worden. De shari'a is mensenwerk, bepaald door historische omstandigheden en dus aanpasbaar.

De voortdurende spanning die in de islamitische landen opduikt tussen het internationale recht en de shari'a is dan ook onnodig, betoogt An-Na'im. Sterker nog: godsdienstvrijheid in de moderne betekenis van het woord is vanuit islamitisch perspectief volkomen acceptabel. Bovendien is de ondergeschikte positie van vrouwen in de shari'a helemaal niet onwrikbaar vastgelegd. En - de grootste zorg van de Soedanese geleerde - de aanvaarding van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hoeft voor moslims volstrekt geen probleem te zijn.

An-Na'im is nu zevenenveertig jaar oud, maar oogt ten minste tien jaar jonger. Zijn innemendheid is voor Soedanezen kenmerkend, zijn gedrevenheid is dat minder. Die combinatie van karakertrekken maakt dat hij zijn mening bescheiden maar gedecideerd uitdraagt. We zitten in zijn kamer ten burele van de Ford Foundation in Cairo, waaraan hij momenteel verbonden is als wetenschappelijk medewerker. Vanaf augustus zal hij in de Verenigde Staten gaan werken voor de mensenrechtenorganisatie "Africa Watch'.

Verhullen zal An-Na'im zijn overtuiging nimmer: moslim-intellectuelen dienen zich in te zetten voor een radicale verandering van de islam op basis van religieuze argumenten. Voor het te laat is, want niets doen staat gelijk aan capitulatie voor de fundamentalisten. Bovendien wordt dan het somberste scenario over de mondiale confrontatie tussen noord en zuid inderdaad voorstelbaar.

Toward an Islamic Reformation verschijnt op een moment dat het einde der ideologieën ook heeft toegeslagen in de Arabische wereld. Het socialisme is nagenoeg dood. Het pan-arabisme is failliet, zoals president Mubarak zelf onlangs toegaf. De mensen die streefden naar secularisering van de islam zijn gemarginaliseerd. En de enige geesteshouding die nu met massale geestdrift wordt aangehangen is het fundamentalisme. Voor de ideeën van An-Na'im lijkt er geen ongunstiger voedingsbodem denkbaar.

Zijn uw opvattingen eigenlijk wel levensvatbaar? Ze lijken nauw verwant aan de ideeën van de islamieten die een scheiding tussen geloof en staat wilden, maar volledig in de marge zijn weggedrukt.

""Ik beschouw mijzelf volledig als een moslim-geleerde. Omdat onze meningen op een aantal punten overeenkomen, proberen de "secularisten' mij wel eens tot hun kamp te rekenen maar dat wijs ik af, uit overtuiging. Ik heb geen geheime agenda met als uiteindelijk doel secularisering. Overigens, wie in de huidige situatie die koers kiest, speelt volgens mij de fundamentalisten juist in de kaart. De huidige crisis daagt verlichte moslem-intellectuelen uit om met behulp van religieuze argumenten te laten zien dat islam een moderne ideologie kan zijn. Doet men dat niet, dan zullen de fundamentalisten de massa's steeds meer achter zich krijgen met hun beroep op religieuze argumenten.''

En grijnzend: ""Het is eigenlijk tamelijk ironisch. In de jaren zeventig dachten velen dat het fundamentalisme door het wereldlijke socialisme en pan-arabisme wel binnen de perken te houden zou zijn. Nu maken de fundamentalisten dankbaar gebruik van de mislukking van die stromingen om de ideologische overwinning voor zichzelf op te eisen.''

Zal uw interpretatie van islam ooit buiten de academische wereld gehoord worden? Uw boek is niet in het Arabisch vertaald omdat u bang bent dat het door de autoriteiten ogenblikkelijk verboden wordt.

""Dat probleem heeft alles te maken met het dagelijks leven in de islamitische wereld. Veel moslims horen graag bij de moderne wereld, en tegelijk willen ze hun moslim-identiteit niet verliezen. Dat geeft een spanning waaraan dit boek op dit moment ten prooi zou kunnen vallen.

""Onderschat het psychologische belang vanm de moslim-identiteit niet. Deeluitmaken van de moslim-gemeenschap en het collectieve normbesef geven moslims een belangrijk gevoel van zekerheid. Daarnaast is er de zuigkracht van de geïndividualiseerde westerse comsumptiemaatschappij, en vele jongeren voelen zich verscheurd omdat het moeilijk lijkt beide te verenigen.

""Neem mijzelf. Als jongeman heb ik ook verkeerd in een situatie waarin momenteel zoveel jonge moslims zich bevinden. Veel jongeren worden verscheurd omdat het moeilijk is beide levensstijlen te verenigen. Als zij in zo'n situatie in contact komen met fundamentalisten, worden zij voor een zwart-wit keuze gesteld: het is òf islam in zijn meest traditionele uitleg, òf heulen met westerse ideeën en je eigen identiteit verloochenen. Voor deze jongeren geldt dat zij niet beschikken over intellectuele argumenten om de onjuistheid van deze zwart-wit redenering aan te tonen. Dus resten hen slechts twee mogelijkheden: of zij zwichten voor de fundamentalistische verleiding, of zij leven "westers' maar met een slecht geweten. Velen uit die laatste categorie gaan dan, als zij wat ouder zijn, op bedevaart naar Mekka, doen boete en keren alsnog terug naar een zeer conservatieve beleving van de islam. Zij zijn even weinig creatief als de eerste groep.

""Ik heb het geluk gehad dat ik in aanraking kwam met de ideeën van Taha, die ervoor zorgden dat ik wèl over tegen-argumenten beschikte. Ik weet niet welke kant ik zou zijn opgegaan zonder die ontmoeting. Mijn oproep aan jonge moslims is dan ook altijd: lees, onderricht jezelf, wees intellectueel niet lui! Onderschat dit niet: de fundamentalisten lijken voor het moment weliswaar de discussie te monopoliseren maar er zijn in de islamitische wereld allerlei dynamische, maar nog niet zichtbare onderstromingen.''

Is het probleem juist niet dat tegenwoordig de islam, net als het christelijke fundamentalisme, zich vastklampt aan de meest letterlijke interpretatie van het "heilige' boek?

""Toch ben ik een optimist. Er is sprake van de opbouw van een historisch momentum, in zekere zin is dat er al. De kern van de zaak is dat het fundamentalisme op den duur geen bevredigende antwoorden kan geven op de vele vragen en eisen van de moderne wereld. De fundamentalistische bolwerken van dit moment, Iran en Soedan, zullen niet in een paradijs veranderen. Er zal, vroeger of later, onherroepelijk een ontgoocheling volgen. Men zou dat proces kunnen vergelijken met de ondergang van het communisme, maar met één belangrijk verschil: na de val van het communisme waren er geen communisten meer. Na de ontmaskering van het fundamentalisme zal het overgrote deel van de bevolking hier nog steeds moslim willen zijn.

""Van dat momentum, dat zich in zekere zin al begint af te tekenen, zullen we gebruik moeten maken. Men zal uitzien naar islamitische antwoorden die wel bevredigen, die niet leiden tot kortsluiting tussen islam en de rest van de wereld. Of er hiervoor nog meer Irans en Soedans nodig zijn, ik weet het niet, ik hoop oprecht van niet.''

Kan de islamitische diaspora daarbij een rol spelen, in het bijzonder de moslim-minderheden in West-Europa die dagelijks geconfronteerd worden met de westerse cultuur?

Resoluut: ""Nee, dat geloof ik niet. Moslims in de diaspora hebben te veel andere problemen, de gewone problemen van minderheden. Van hen kunnen we hoogstens een zekere intellectuele ondersteuning verwachten, zoals dat al gebeurt via het werk van bijvoorbeeld de Amsterdamse hoogleraar Mohammed Arkoun. Ik verwacht de transformatie ook niet in de islamitische kernlanden, zoals de Arabische wereld en Iran. Daar is het conservatisme te sterk. Nee, ik vestig mijn hoop vooral op de islamitische periferie, waarbij ik denk aan Indonesië, Maleisië en Afrika ten zuiden van de Sahara.

""Daar is de islam anders dan in de kernlanden. In sub-Sahara-Afrika is er een grote invloed van de soefi-beweging, de mystieke tak van de islam. Daarom heerst er een soort natuurlijke afkeer van de legalistische islam, van het wahabitische puritanisme zoals dat nu in Soedan heerst en door de fundamentalisten gepropageerd wordt als het enige referentiekader voor islamitische orthodoxie. In die streken ten zuiden van de woestijn zijn, net als in Indonesië en Maleisië, de islam en pre-islamitische tradities versmolten, wat geleid heeft tot een meer pluralistische, creatieve en zelfkritische mentaliteit. Dat maakt dat moslims daar waarschijnlijk een opener houding zullen aannemen ten opzichte van een hervorming van de islam. Ik ben net in Maleisië geweest voor een islamitische conferentie. Je kan in dat land een duidelijke honger proeven naar nieuwe modellen.

""Overigens is het voor dit proces ook belangrijk dat de dialoog tussen het westen en de islamitische wereld op gang gehouden wordt. In het Westen moet men weten dat de islamitische wereld religieus niet monolitisch is. Anderzijds is het voor de moslimwereld belangrijk om evenzeer te merken dat er niet één anti-islamitisch westers standpunt is. Ik denk bijvoorbeeld aan de opstelling van het Vaticaan tijdens de Golfoorlog.''

In Egypte is de invloed van de soefi-beweging, in ieder geval op het platteland, ook groot. En de regering is een anti-fundamentalistische campagne gestart. Is dat een gunstig klimaat voor uw opvattingen?

""Nee, van een land als Egypte verwacht ik niet veel. De staatsinvloed op het religieuze establishment is veel te groot voor een goed intellectueel klimaat voor hervormingen. De man in de straat doorziet bovendien veel te scherp dat een dergelijke campagne politieke doeleinden dient en geen religieuze.''

Gedecideerd: ""Laat ik daar nog iets aan toevoegen. Veel regeringen in islamitische landen hebben, onder de druk van het groeiend fundamentalisme, nu gekozen voor een soort concurrentieslag. Zij proberen de fundamentalisten te overtroeven in islamitische gezindheid. Het lijkt een soort wedstrijd onder het motto: ""wij zijn even goede, zo niet nog betere moslims dan jullie.'' Dat gebeurt in Algerije, in Egypte en in veel andere islamitische staten. Ik acht dit een volkomen heilloze weg. Het is een concurrentieslag, die de regeringen onherroepelijk zullen verliezen omdat deze regeringen, die voorheen volstrekt wereldlijk waren, nu onmogelijk op overtuigende wijze de rol van de grote islamitische voortrekkers kunnen spelen.

""Ik verwacht ook niet dat de overheden in deze staten mijn interpretatie van de islam gaan ondersteunen, ik verwacht slechts dat zij de voorwaarden scheppen waarbinnen een goede discussie tussen de verschillende partijen gevoerd kan worden. Het is een intellectuele strijd veeleer dan een politieke. Het centrale probleem voor mij en mijn geestverwanten is voor het moment onze zeer beperkte toegang tot de media.''

U eist voor uzelf de "moderne' interpretatie van islam op. Maar dat doen de fundamentalisten ook. Neem de spirituele leider van uw eigen land Soedan, Hassan al-Turabi. Hij stelt westerlingen meestal de vraag: "Waarom zijn jullie bang van ons? Wij respecteren de rechten van vrouwen, van christenen, zijn voor modernisering maar onder behoud van onze tradities.' Dat klinkt niet onredelijk.

""En zij wijzen verder op het feit dat zij gebruikmaken van moderne bankmethodes, dat zij een computer op hun bureau hebben, enzovoort. En toch is het oude wijn in nieuwe zakken, of in deze context liever oude olie in nieuwe zakken...''

An-Na'im maakt een vertwijfeld gebaar. ""Dit kan mij soms echt tot wanhoop drijven, de naëviteit van westerse journalisten ten aanzien van de sophistication, de geraffineerdheid van iemand als al-Turabi. Neem zijn respect voor christenen. Door gebrek aan achtergrondkennis, nemen westerse journalisten al snel genoegen met zo'n cliché-antwoord. Maar de werkelijke vraag is uiteraard niet of men respect heeft voor christenen of er zelfs mee bevriend is. De vraag is of men onder godsdienstvrijheid het traditionele "dhimmi-statuut' van de shari'a verstaat, dat aan joden en christenen beperkte en aan andere religies helemaal geen rechten geeft, òf een moderne opvatting van godsdienstvrijheid, als bedoeld in de verklaring van de rechten van de mens.''

In uw boek blijkt de universaliteit van de mensenrechten, die de fundamentalisten bestrijden, uw voornaamste zorg. Maar hoe universeel zijn rechten die regelrecht uit de westerse ideeëngeschiedenis voortkomen?

""Tabandeh heeft in zijn Muslim Commentary on the Universal Declaration of Human Rights de geschilpunten aangegeven tussen de shari'a en de Verklaring zoals opgesteld door de Verenigde Naties, met als belangrijkste probleemgebieden de rechten van vrouwen en niet-moslims. Zijn conclusie: op die punten zijn moslims niet gebonden aan de Verklaring. Ik stel echter: het is de shari'a, die gereviseerd moet worden en dit kàn ook vanuit islamitisch perspectief. De shari'a-opvattingen over slavernij waren duidelijk tijdgebonden: dat geldt evenzeer voor andere aspecten van de shari'a. Hier kan men dankbaar gebruikmaken van Taha's "evolutionaire benadering': bepaalde shari'a-voorschriften zijn eerder als een fase te beschouwen in het proces van de formulering van de islamitische principes dan als onwrikbare vastlegging voor de eeuwigheid.

""Wat betreft de westerse achter-grond van de mensenrechten: die is natuurlijk onloochenbaar. Bij de ondertekening van die rechten in 1948 waren maar drie Afrikaanse staten aanwezig! Ook is het waar dat de mensenrechten, zoals zoveel westerse gedachten, de Derde-wereldlanden bereikt hebben in de minst aangename verpakking mogelijk, die van het kolonialisme of neokolonialisme. Toch moeten we hier een scherp onderscheid maken: mensenrechten zijn rechten waarover een mens beschikt op grond van zijn mens-zijn zelf.''

Met stemverheffing: ""Daar geloof ik vast en zeker in. Het feit dat in de huidige formulering van de mensenrechten de universaliteit nog niet geheel bereikt is, mag nooit een reden zijn om de gedachte van universaliteit zelf op te geven. Het zou juist moeten leiden tot een extra inspanning om die rechten op universele wijze te formuleren. Toevoeging van rechten, zoals de sociaal-economische, is in de laatste decennia mogelijk gebleken. Daarop moet het "Zuiden' zich richten, op een optimalisering van de universaliteit, niet op de opheffing ervan.''

Vooral de schending van de mensenrechten van een individuele moslim, Salman Rushdie, blijft onopgelost.

""De Rushdie-affaire is natuurlijk een goed voorbeeld waartoe het hanteren van de shari'a in een onaangepaste vorm kan leiden. U zult mijn betrokkenheid begrijpen. Ten slotte is mijn eigen leermeester Mahmoud Mohammed Taha geëxecuteerd op grond van dezelfde beschuldiging van godslastering. Maar in de huidige situatie kan men met de Iraanse regering niet in discussie treden met inhoudelijke argumenten. Men doet er beter aan om te wijzen op de procedurele kant van de zaak: zelfs volgens de traditionele shari'a-procedures is Khomeini's "fatwa' geheel ondeugdelijk. Een herbeoordeling van de procedurele kant van de zaak zou de Iraanse regering de mogelijkheid geven deze fatwa in de ijskast te zetten.

""Maar dat laat onverlet dat procedurele argumenten voor moslims als mijzelf absoluut onvoldoende zijn. Vrijheid van meningsuiting en religie hebben een solidere basis nodig. Daarvoor is herinterpretatie van de shari'a een volstrekte noodzaak. En het doet er dan niet toe of die nu plaatsvindt door middel van de door mij bepleite methode of door een andere, die hetzelfde beoogt.''

Maar tussen wens en werkelijkheid ligt hier vooralsnog een groeiende kloof.

""Het is volgens mij zeker dat de huidige crisis in de islamitische wereld, die alleen maar lijkt toe te nemen, niet kan blijven voortslepen. Er moet iets gebeuren. Er móet een doorbraak komen. Jazeker, die kan twee kanten opgaan. U noemde mij gedreven. Maar als u nadenkt over de alternatieven voor de islam, kunt u zich misschien voorstellen waarom.''

Abdullahi Ahmed An-Na'im zal Nederland van 21 tot 23 april 1993 bezoeken voor een symposium aan de Vrije Universiteit van Amsterdam over "Religious Anthropologies and Human Rights'.