Justitie vindt dat requisitoiren te weinig aandacht krijgen; "Rechtbank vaker op televisie'

DEN HAAG, 10 APRIL. Het ministerie van justitie wil dat requisitoiren van officieren van justitie via bioscoopfilmpjes en in uitzendingen van lokale televisiestations bij een groter publiek onder de aandacht worden gebracht.

Volgens de directeur criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie, dr. J.J.M. van Dijk, blijft het standpunt van het openbaar ministerie (OM) inzake de aanpak van de criminaliteit nu “maar al te vaak beperkt tot de vier muren van de rechtszaal”. Het departement bestudeert in hoeverre “de morele verontwaardiging” uit het betoog van de officier van justitie actief aan de samenleving kan worden kenbaar gemaakt.

Naast het eigenhandig maken van bioscoopfilmpjes denkt Justitie ook aan het vaker toelaten van de televisie in de rechtszaal bij strafzittingen. De directeur voorlichting van Justitie, J. Schinkelshoek, zegt dat er “concrete plannen liggen om de voorlichting een impuls te geven”, maar hij wil nog geen details geven.

Van Dijk noemt het “weinig inspirerend en ontmoedigend” dat een officier van justitie met zijn requisitoir nu vaak maar een beperkt publiek bereikt. “Bovendien werkt het goed ten opzichte van bijvoorbeeld de middenstand als je kunt laten zien dat Justitie een hele dag uittrekt voor het berechten van winkeldieven. Je vraagt de samenleving preventieve maatregelen te treffen om criminaliteit te voorkomen; dan is het ook psychologisch goed als je laat zien dat het openbaar ministerie krachtig optreedt.”

Volgens Van Dijk moeten de huidige persofficieren van justitie worden vervangen door professionele voorlichters en zou op elk van de negentien arrondissementsparketten een publieksvoorlichter moeten worden aangesteld die actief informatie naar buiten brengt. Justitie hoopt zo duidelijk te maken dat het openbaar ministerie tot meer in staat is dan het maken van vormfouten en het vrijlaten van verdachten wegens cellentekorten. “Het beeld dat via de pers nu van het OM wordt geschetst is te veel gebaseerd op incidenten”, zegt de persofficier van justitie in Dordrecht, mr. J.A. van Zon.

Pag.2: "Boodschap uitdragen in een bredere kring'

De hoofdofficier van justitie in Breda, mr. L.A.J.M. de Wit, zegt dat het openbaar ministerie moet overgaan tot het bedrijven van public relations. Hij denkt aan “een uurtje Justitieverslaggeving per week” op de lokale televisie waar “een officier van justitie vertelt welke zaken hebben gespeeld en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken”.

“Als je denkt dat ons werk enige betekenis heeft op het gebied van het handhaven van normen en waarden dan is het ook heel goed als wij onze boodschap in bredere kring uitdragen”, aldus De Wit. “Al was het maar om in de pas te blijven lopen met al die andere functionarissen belast met veiligheidsbeleid, zoals de korpschefs van politie, die steeds meer aan de weg timmeren.”

Tegenover jonge rechters in opleiding zei minister Hirsch Ballin vorige week dat het “wenselijk is dat aan de generaal-preventieve werking van requisitoir en straf vaker kracht wordt bijgezet door middel van een actief voorlichtingsbeleid gericht op de te beïnvloeden doelgroepen”.

De hoofdofficier van justitie in Dordrecht, mr. J. Th. de Wit, zegt dat vooral bij “strafbare feiten waar bij de dader sprake is van een zekere calculatie” een preventief effect te verwachten is van het requisitoir van de officier van justitie. Met name over de bestraffing van delicten als rijden onder invloed en de sociale zekerheidsfraude zou wat hem betreft actiever voorlichting moeten worden besteed.

Officier van justitie Van Zon wijst erop dat de preventieve werking van het tot de rechtszaal toelaten van de televisie niet moet worden overschat. “In het begin zal je een hausse aan reportages krijgen maar uiteindelijk zal er toch alleen maar weer verslag worden gedaan van spectaculaire drugs- of geweldsmisdrijven. En juist bij dat soort delicten is er nauwelijks sprake van gedragsbeïnvloeding door meer voorlichting over bestraffing”.

Van Zon waarschuwt bovendien voor het “aanwakkeren van onveiligheidsgevoelens” als er te veel aandacht wordt besteed aan het werk van de officier van justitie.