Jakarta opent alle deuren voor VN-gezant in Oost-Timor

JAKARTA, 10 APRIL. De speciale gezant is zeer tevreden over de ontvangst, heeft zijn ogen en oren goed de kost kunnen geven, maar houdt zijn gevolgtrekkingen angstvallig voor zich. Die indruk blijft over van het bezoek dat VN-man Amos Wako, persoonlijk rapporteur van secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali, deze week aan Oost-Timor bracht.

De Keniaanse procureur-generaal Wako, die vorig jaar namens de VN poolshoogte kwam nemen na het bloedbad dat het leger aanrichtte in de Oosttimorese hoofdstad Dili, deed dezer dagen onderzoek naar de mensenrechtensituatie in Indonesië's jongste provincie. Zijn hoogste baas in New York wil goed beslagen ten ijs komen als hij later deze maand in Rome een nieuw ronde geheime diplomatie voorzit tussen Portugal en Indonesië.

Wako is door minister van buitenlandse zaken Ali Alatas met alle égards bejegend. Tijdens een hoge drukprogramma van drie dagen in Dili heeft hij niet alleen gesprekken gevoerd met de gouverneur en de bisschop, maar ook met vorig jaar tot lange gevangenisstraffen veroordeelde Oosttimorezen, die voorgingen in de bloedig verlopen demonstratie. Klapstuk van Wako's bezoek was een gesprek onder vier ogen met de legendarische verzetsleider "Xanana' Gusmao, die sinds 1 februari terechtstaat wegens rebellie. Zelfs een geïmproviseerd verzoek om te mogen spreken met de vorige week gerarresteerde opvolger van Xanana, "Mauhunu' Gomes da Costa, werd gehonoreerd.

Terug in Jakarta meldde Wako alleen dat beide heren uitstekend worden behandeld en dat met name Xanana hem “openhartig en met grote helderheid” te woord had gestaan. De inhoud van de gesprekken hield de VN-man voor zich, want hij wil niet dat de secretaris-generaal zijn bevindingen “uit de pers verneemt”.

Westeuropese diplomaten, die Wako verzochten om publicatie van zijn rapport, kregen hetzelfde antwoord: eerst mijn baas.

In een ontmoeting met mensenrechtenorganisaties in Jakarta vroeg Wako hen naar hun mening over inschakeling van VN-troepen ter “beveiliging van een eventueel overeen te komen regeling” tussen Portugal en Indonesië. Hij bleek ook geïnteresseerd in de consequenties van de aangekondigde opheffing van het "operationele legercommando' in Oost-Timor.

Het enige programmapunt dat de mist inging was een voorgenomen ontmoeting met de nieuwe provinciale legercommandant. Brigade-generaal Theo Syafei was demonstratief "verhinderd', een aanwijzing temeer voor de irritatie in legerkring over Jakarta's diplomatieke strijkages richting VN. Het toeval wilde dat Syafei's voorganger, brigade-generaal Samuel Warouw, tijdens Wako's bezoek "eervol ontslag' kreeg omdat het garnizoen dat het Dili-bloedbad aanrichtte formeel onder zijn verantwoordelijkheid viel.