HOE BRUSSEL DE NATIE-STAAT VAN DE ONDERGANG REDT

The European Rescue of the Nation-State door Alan S. Milward 477 blz., geïll., Routledge, 1992, f 130,- ISBN 0 415 08141 6

Soms heeft de lezer geluk. Bijvoorbeeld als een schrijver zich heeft laten leiden door passie, woede of ergernis. Die laatste inspiratiebron ligt ten grondslag aan het boek The European Rescue of the Nation-State van de Britse historicus Alan Milward, en dat maakt het boek een leesbare uitzondering in de reeks van treurigmakende boeken die elk jaar weer over Europa verschijnt. Milward irriteert zich mateloos aan de oppervlakkigheid van de argumenten die er in het huidige "Europadebat' worden uitgewisseld.

Die discussie verloopt al jaren vanuit dezelfde loopgraven. De tegenstanders van verdere integratie betogen dat de Gemeenschap vooral economisch zou moeten blijven omdat verdergaande politieke integratie een bedreiging vormt voor de soevereiniteit en daarmee voor de identiteit van de natie-staat. Het is prachtig als de Europese Gemeenschap onze welvaart stabiliseert door een gegarandeerde afzet maar verder moeten wij niet gaan. Het ambitieuze plan voor een politieke unie zou uiteindelijk het staatshoofd, de bestaande machtsstructuur en de historische traditie van elke staat op het spel zetten. Deze school, die in ons land maar weinig aanhangers telt, komt eigenlijk neer op een apologie van de natie-staat in zijn huidige vorm.

De voorstanders van verdere integratie hebben een wat minder hoogdravende benadering van de natie-staat. Zij wijzen erop dat toenemende handelsvervlechting, technologische vooruitgang en milieuproblemen de natie-staat in toenemende mate afhankelijk hebben gemaakt van beslissingen die over de grens genomen worden. Om deze reden houden zij een pleidooi voor supranationale samenwerking omdat het verlies van nationale soevereiniteit gecompenseerd zal worden door een veel effectiever internationaal beleid dan ooit op nationaal niveau mogelijk zou zijn. Volgens hen is het een zegen als de oude natie-staat, die voor zoveel onheil op het continent heeft gezorgd, uiteindelijk verdwijnt als gevolg van de toenemende macht van een supranationaal Europa.

Het curieuze feit doet zich dus voor dat zowel de voor- als tegenstanders van eenwording een tegenstelling zien tussen integratie en de natie-staat. Geërgerd door zoveel onbegrip betoogt Milward echter, dat deze antithese niet gebaseeerd is op een historisch verantwoorde voorstelling van zaken. Op basis van een diepgaand archiefonderzoek in acht landen toont hij aan dat integratie de natie-staat niet heeft ondermijnd maar juist heeft gered van de ondergang.

VERZORGINGSSTAAT

Milward wijst daarbij naar de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen de aangeslagen regeringen in de oude wereld op zoek waren naar een nieuwe overlevingsstrategie. Daartoe ontwierpen zij een politiek die maatschappelijk perspectief bood aan bredere lagen van de bevolking dan in het interbellum het geval was geweest. De basis van de na-oorlogse politieke consensus werd versterkt door de georganiseerde arbeid en de boeren beide onderdeel van het politieke systeem te maken, waarbij overigens de eerste groep aanmerkelijk minder invloed kon uitoefenen dan de tweede.

De politieke stabiliteit werd nog verder versterkt door de introductie van de verzorgingsstaat. Hiermee werd de kiezerssteun van de lagere en midden-inkomens verkregen. En die groep was electoraal het meest interessant.

Het behoud van die na-oorlogse politieke consensus vereiste in sommige gevallen blootstelling aan internationale concurrentie en in andere gevallen juist protectionisme. De keuze voor vrijhandel of protectionisme hing af van de mate waarin deze opties nationale beleidskeuzes van de regering ondersteunden.

Toen België bijvoorbeeld in de jaren vijftig een politiek wilde voeren waarin de teloorgang van zijn kolenindustrie op een uiterst prudente wijze zou worden gereguleerd, was regulering van het marktmechanisme een betere keus dan vrijhandel. Indien België gekozen had voor het laatste, zouden de meeste kolenmijnen direct gesloten hebben moeten worden hetgeen politiek volstrekt onhaalbaar was. De Europese Kolen en Staal Gemeenschap (EGKS) verschafte België een betere oplossing dan de vrije markt. Intern kon de Belgische regering de EGKS gebruiken als een zondebok voor de onvermijdelijke rationalisatie terwijl tegelijkertijd datzelfde supranationale kader heel wat subsidies opleverde om de werkloze mijnarbeiders te herscholen.

Regulering was ook een betere keus dan vrijhandel toen de Zes kozen voor een gemeenschappelijke markt in het kader van het Verdrag van Rome. Vrijhandel was hier geen goede oplossing omdat het onvermijdelijk de zwakke sectoren in de afzonderlijke landen onder druk zou zetten waardoor de politieke consensus er ondermijnd zou worden.

Vanuit dit perspectief was de keuze voor marktregulering en zodoende rust aan de thuisfronten dus snel gemaakt. Regulering sloot ook beter aan bij de behoefte van de Westeuropese landen om hun handelsbetrekkingen met West-Duitsland, die cruciaal waren voor de groei en de stabiliteit van de regio, te consolideren. West-Duitsland moest namelijk niet alleen politiek verankerd worden maar ook economisch.

AFGRIJZEN

In plaats van meer markt, zoals de literatuur ons wil doen geloven, bood de Europese Gemeenschap dus niet alleen meer vrijhandel maar ook meer gereguleerde markt. Milward laat zien dat het door de Amerikanen genstigeerde handelsliberalisatieprogramma in het OEES-forum (de voorloper van de OESO) de politieke consensus in de Westeuropese natie-staten begon aan te tasten.

De Amerikanen hadden tot hun afgrijzen vastgesteld dat de meeste staten de na-oorlogse kwantitatieve invoerbeperkingen bleven hanteren. Dit ondermijnde natuurlijk de bestaande tariefonderhandelingen. Om deze reden was het handelsliberalisatieprogramma erop gericht om de kwantitatieve restricties te verminderen. Hierdoor werd de Europese balans tussen vrijhandel en protectionisme, die cruciaal was voor de politieke stabiliteit in het Europa van de Zes, bedreigd. De Europese Gemeenschap was een antwoord op die bedreiging.

De Europese Gemeenschap was echter meer dan uitsluitend een protectionistisch bouwwerk. Daar waar het electoraal mogelijk was moest via vrijhandel hogere economische groei worden gegenereerd. En meer groei maakte natuurlijk het verdelingsvraagstuk eenvoudiger. De combinatie van vrijhandel en protectionisme van het Verdrag van Rome gaf de nationale regeringen zo meer invloed op elkaars handelspolitiek zonder dat dit een bedreiging vormde voor de na-oorlogse stabiliteit in de landen. Een keuze voor vrijhandel had bijvoorbeeld de Europese boeren blootgesteld aan onbeperkte internationale concurrentie, hetgeen politiek onhaalbaar was.

BOEMAN

De relevantie van Milwards boek ligt vooral in het feit dat er nu voor het eerst een poging is ondernomen aan de hand van archiefonderzoek te toetsen in hoeverre de bekende theoretische visies op de recente Europese politieke geschiedenis houdbaar zijn. Theoretici zijn er immers genoeg onder de academici die zich met Europa bezighouden, maar vuile handen maken met gedegen onderzoek is er meestal niet bij.

Het zou jammer zijn indien dit boek alleen door historici en politicologen zou worden gelezen. Alle deelnemers aan het Europa-debat, dat wil zeggen zowel de voor- als tegenstanders van verdere integratie, zouden er hun voordeel mee kunnen doen. De tegenstanders van integratie zouden kunnen leren in te zien dat zij uitgaan van de onjuiste veronderstelling dat nationale soevereiniteit nog steeds bestaat.

De term soevereiniteit heeft in het debat een boeman-functie. Het idee dat men soevereiniteit dient te beschermen gaat namelijk voorbij aan het feit dat het voortbestaan van de natie-staat in hoge mate afhankelijk is van de internationalisering van belangrijkde delen van het beleid.

De voorstanders van verdere integratie zouden kunnen leren dat de term federalisme al net zo'n boeman-functie heeft. Het gaat voorbij aan het feit dat deze samenwerkingsvorm de interne politieke stabiliteit niet altijd vergroot en zodoende belangrijke tegenkrachten oproept die tot desintegratie kunnen leiden. De federalisten dienen zich te bedenken dat vooruitgang op het gebied van de integratie in het verleden alleen geboekt kon worden indien het nationale regeringen de mogelijkheid gaf om nationale problemen te lijf te gaan.

Het is niet ondenkbaar dat bijvoorbeeld de invoering van een gemeenschappelijke munt, waar nog maar een half jaar geleden zo ongeveer iedereen voor was, de cohesie binnen de gemeenschap ernstig zal aantasten. En dat in een tijd waarin al meer dan voldoende centrifugale krachten werkzaam zijn.

Milwards benadering lijkt eveneens een belangrijke les in te houden voor Delors en zijn medewerkers. Door de monetaire chaos, de uitslag van het Deense en Franse referendum en de Europese lethargie in Joegoslavië, hebben de nationale regeringen hun kans schoon gezien om de macht van de Commissie te ondermijnen door haar de schuld van de huidige malaise te geven. Het was misschien tactisch ook niet zo handig van Delors om luidkeels te verkondigen dat in tien jaar tijd driekwart van het nationale beleid naar Brussel zou worden overgeheveld.

VERHEVEN MISSIE

Verstandiger lijkt het om de Brusselse instellingen te afficheren als een samenwerkingsvorm die onmisbaar is voor de overleving van de natie-staat. Dat lijkt mij een missie die historisch gesproken even verheven is als het oude idee van een federatie en in ieder geval gebaseerd is op een meer historische benadering.

Het zou ook de Commissie de kans geven om meer weerwerk te bieden aan de lawine van ten dele ongerechtvaardigde kritiek die zij nu over zich heen krijgt. De media lijken er nu genoegen in te scheppen om Brussel af te schilderen als een organisatie die niet in staat is om ook maar iets tot stand te brengen. Hierdoor raakt het feit volledig ondergesneeuwd dat de nationale regeringen voor hun eigen machtspositie in hoge mate afhankelijk zijn van de internationalisering van delen van het nationaal beleid en dus Brussel niet kunnen missen.

Eng nationalistische beperkingen aan soevereiniteits-overdracht zullen zowel de integratie als de natie-staat verzwakken. Tegelijkertijd zullen integratievoorstellen die het nationaal beleid niet meer ondersteunen en dus de natie-staat overstijgen, uiteindelijk het hele bouwwerk ineen doen storten. Europese eenwording blijft koorddansen.

Ik heb begrepen dat Delors en zijn naaste medewerkers Milwards boek op hun nachtkastje hebben liggen. Ze hadden een slechter boek kunnen kiezen.