"Het zicht op de koers is volledig kwijt'; Directeur sociale dienst Van Dijk over weer een voorstel tegen fraude met de bijstand

AMSTERDAM, 10 APRIL. “Nee”, zegt P. van Dijk, directeur van de sociale dienst in Amsterdam, “als je fraude met de bijstand wilt voorkomen, is dit niet de waterdichte regeling waarop we zitten te wachten.”

Van Dijk, die tevens waarnemend voorzitter is van Divosa, de landelijke vereniging van directeuren van sociale diensten, heeft weinig vertrouwen in het voorstel dat staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) aan het kabinet heeft gedaan en dat zij deze week bekendmaakte. Zij wil dat een bijstandsgerechtigde een uitkering van 50 procent krijgt (van het minimumloon), tenzij de betrokkene kan aantonen alleenstaande te zijn en dus alleenwonend is. Een omkering van de bewijslast: nu kan de sociale dienst de uitkering pas verlagen als hij overtuigend heeft aangetoond dat iemand samenwoont. Op die manier denkt Ter Veld de fraude met "leefvormen' - bijvoorbeeld uitkeringsontvangers die het bestaan van een vaste partner verzwijgen - terug te dringen.

“Het is nog maar de vraag of dit de oplossing is”, zegt Van Dijk. “De regel dat iemand een uitkering krijgt van "50 procent, tenzij..' geldt nu ook. Alleen moet straks de klant bewijzen dat hij alleen woont. Het zwaartepunt van de bewijslast verschuift. Hij moet financiële gegevens op tafel leggen, waaruit blijkt dat hij alleenstaande is. Maar wij zullen die gegevens toch moeten blijven controleren.”

De ene vorm van samenwoning is de andere niet. Een echtpaar heeft nu en houdt ook volgens het plan van Ter Veld 100 procent (dus twee maal 50 procent, in totaal 1760 gulden per maand als basisbedrag) en een alleenstaande ouder met de kinderen thuis, 90 procent. Maar daarnaast bestaan samenwonenden die net als een echtpaar leven, samenwonenden die alleen bepaalde kosten delen, voordeurdelers, verhuurders en onderhuurders, LAT-relaties waarbij de partners financieel voor elkaar zorgen, enz. enz. Tal van leefvormen, waaraan de huidige Algemene Bijstandswet de uitkering tracht aan te passen.

Onderzoeken, zoals eind vorig jaar in Groningen, hebben uitgewezen dat met deze leefvormen vaak wordt gefraudeerd, omdat partners nu eenmaal liever elk een uitkering van 70 procent hebben dan samen één van 100 procent. Toen de sociale dienst in Amsterdam onlangs 9 van de 20 tips natrok over fraude met leefvormen die zich in één buurt afspeelden, bleken ze alle 9 te kloppen, met een gemiddeld fraudebedrag van 60.000 gulden.

Als omkering van de bewijslast niet voldoende helpt, wat moet er dan wel gebeuren?

“Vanuit Divosa hebben wij recentelijk voorgesteld om het aantal verschillende leefvormen waarop we moeten letten tot vier te beperken: de alleenwonende, het een-oudergezin, de gezamenlijke huishouding en de woningdeler. Toen gingen we nog uit van de bestaande wet. Als je toch de wet gaat veranderen, zou ik zeggen: probeer terug te gaan naar twee, hooguit drie normen. Maar ook dan blijft fraude ontzettend moeilijk eenduidig vast te stellen. Je houdt bijvoorbeeld dat iemand die vandaag alleenstaande is, morgen kan samenwonen. Waar wij behoefte aan hebben zijn objectieve, eenvoudige criteria. Maar in de praktijk zijn er, de leeftijd uitgezonderd, maar heel weinig objectieve criteria waarmee niet te frauderen is.”

Dus?

“Het meest simpele is individualisering van de uitkeringen. Iedereen hetzelfde. Ik denk dat we er dan mee uit de voeten kunnen.”

Maar dan is meteen de vraag: hoe hoog moet zo'n uitkering zijn. Kun je van 50 procent rondkomen?

“Als het een jaar duurt wel. Een uitkering is natuurlijk een laag inkomen, dus een halve uitkering helemaal. Op den duur kun je niet van 50 procent leven. Vijf jaar lang 50 procent, dat is ontzettend lastig.”

Maar als iedereen meer krijgt dan 50 procent gaan de kosten van de bijstandswet alleen maar verder omhoog.

“Ja, als je een uitkering op 70 procent zet, krijgt een echtpaar 140 procent, in plaats van 100. Ik denk dat je dan al gauw een paar honderd miljoen gulden meer kwijt bent. Je kunt er ook 60 procent van maken, maar dan blijf je het probleem houden dat een echtpaar dan samen met de uitkering boven het minimumloon uitkomt. En dan krijg je weer dat ze zich zullen afvragen: waarom zouden we eigenlijk werk zoeken?”

Dus?

“Het is dus een ingewikkeld probleem. De politiek zal een fundamentele keuze moeten maken. Het allerbelangrijkste is dat we het stelsel overeind houden. Je moet het vangnet intact laten. Maar misschien moet je hardere aspecten introduceren, een lagere uitkering in het begin bijvoorbeeld.”

Als U erin slaagt de fraude met leefvormen en de "witte' fraude (officieel werken èn een uitkering krijgen) terug te dringen, komt er dan niet gewoon meer zwarte fraude?

“Dat effect kun je wel verwachten, ja. Aan de andere kant is de markt voor zwart werken niet onbeperkt.”

Vorig jaar waren de staatssecretaris en de Tweede Kamer bezig met de herziening van de Bijstandswet. Daarna kwam de fraude in Groningen en elders aan het licht en riep de staatssecretaris gemeenten op meer aan fraudebestrijding te doen, terwijl intussen de verhaalsplicht op ex-partners werd ingevoerd. In 1 januari gingen 23 aparte regelingen voor jongeren in en kort daarna besloten de staatssecretaris en de Tweede Kamer elk een eigen onderzoek naar de fraudegevoeligheid van de Bijstandswet te laten houden. Intussen is de voorgenomen herziening van de Bijstandswet opgeschort.

Als de staatssecretaris de bewijslast wil omkeren, zal de wet toch, maar dan op een andere wijze, veranderd moeten worden en...

“Inderdaad, je raakt het zicht op de koers volledig kwijt. Die 23 regelingen waren net ingevoerd toen de staatssecretaris zei: dat is eigenlijk te gek, daar moeten we van af, dat is te ingewikkeld. Intussen moeten wij ze voorlopig wel uitvoeren. Neem de controle van de belastinggegevens om de witte fraude te bestrijden. In Amsterdam verwachten wij dit jaar 70 miljoen gulden van 15.000 mensen terug te vorderen. Alleen al het onderhouden van dat debiteurenbestand vergt een sociale dienst op zich. Dus zullen we straks het verwijt krijgen dat we dat niet goed doen en dreigt er weer een maatregel uit Den Haag. Maar goed, dit mag allemaal geen reden zijn om de fraude niet te bestrijden.”

Dus U zult wel verheugd zijn over de al maar toenemende aandacht in de politiek voor de bijstandsfraude.

“Die aandacht is terecht. Het is juist dat de fraude als een groot probleem wordt ervaren, want zij bedreigt het stelsel zelf. Maar de aandacht gaat nu wel erg eenzijdig naar de bijstandsfraude. Alsof de rest van Nederland zich keurig gedraagt, terwijl het bij belastingfraude om aanzienlijk grotere bedragen gaat. Het probleem is natuurlijk überhaupt dat overheidsgeld, ook subsidies, bij mensen terechtkomt voor wie het niet was bestemd. Maar ons probleem is dat alle aandacht, al die nieuwe maatregelen, ontzettend veel energie kosten. Ten koste van ons andere werk, zoals het begeleiden van iemand naar een nieuwe baan. Dat is jammer. Want de beste manier van fraudebestrijding is natuurlijk te zorgen dat iemand geen uitkering nodig heeft.”