Het Westen heeft zich verslikt in de Russische werkelijkheid

MOSKOU, 10 APRIL. De snelle adviseurs van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), met hun kant-en-klaar oplossingen voor goed en fout in de economie, hebben het in Rusland niet gered. Hun macro-economische schema's zijn gesneefd op een praktische werkelijkheid die hun theorie te boven is gegaan. Anders gezegd: de mannen van het IMF hebben de afgelopen anderhalf jaar het primaat van de politiek in Rusland wat over het hoofd gezien.

Directeur Ardy Stoutjesdijk van het filiaal van de Wereldbank in Moskou wenst hen dat echter niet euvel te duiden. Hij is uiteraard voorzichtig in zijn oordeel over het IMF omdat hij bij de Wereldbank leiding geeft aan een enigszins vergelijkbare instelling en dus niet de indruk wil wekken het IMF uit concurrentie-overwegingen te willen kritiseren. Dat neemt niet weg dat Stoutjesdijk bijna een jaar geleden al voorspelde dat de shocktherapie van de toenmalig premier Gaidar het niet ver zou brengen. Gaidar werd in het Westen toen nog luid toegeklapt, hij was de man op wie het IMF en de andere waarnemers uit de G7 al hun kaarten wensten te zetten.

Stoutjesdijk begrijpt niettemin wel waarom er indertijd bij het IMF zoveel misverstanden zijn gerezen. “Het IMF heeft hier in Rusland een enorm moeilijke taak. Het IMF adviseert slechts regeringen met macro-economische plannen die in drie à vier jaar iets moeten opleveren. Het IMF is hier gekomen omdat Moskou zijn buitenlandse schulden moet afbetalen. In een situatie als in Rusland, waar alle macro-economische factoren totaal uit evenwicht zijn, had het IMF dus geen ander alternatief dan oplossingen aandragen die grote sociale problemen met zich zouden meebrengen. Daarom was het IMF een jaar geleden zo blij met Gaidar. Maar de hervormers zijn niet in staat geweest hun beleid politiek te verkopen. De hervormers, hoe hard ze ook werkten, waren in de minderheid. Hun departementen bleven in handen van de oude ambtenaren. Het ministerie van economische zaken is bijvoorbeeld nog altijd het vroegere Staatsplanbureau. Hun tegenstanders, die enorme politieke, financiële en sociale belangen hebben gehad in het oude systeem, zijn veel luidruchtiger gebleven. Maar nu is alles anders en is het IMF dus ook bezig met het opstellen van een nieuw hulpprogramma”, aldus Stoutjesdijk.

Maar waarop moet dat programma zich baseren? Waarheid en verzinsel liggen in de Russische economie zeer dicht bij elkaar. De officiële statistieken kunnen gelezen worden als een requiem voor het hervormingsbeleid dat president Jeltsin tot nu toe heeft gevoerd. In cijfers uitgedrukt:

De produktie is vorig jaar met 17,5 procent gedaald ten opzichte van 1991 en het einde is nog niet in zicht. De ineenstorting van de industriële produktie zit zelfs op 20 procent. In het eerste kwartaal van dit jaar wordt daarom een daling van het bnp verwacht van 16 tot 18 procent. Het nationaal inkomen keldert volgens de prognoses met maar liefst 21 procent.

De handelsbalans ligt uit het lood. In 1993 wordt een daling van de export met 19 procent voorspeld. De import neemt met 58 procent af. Vooral het feit dat de uitvoer afneemt, legt een zware druk op de buitenlandse schuld die 85 miljard dollar groot is.

De overheid moet om politiek-sociale redenen niettemin doorgaan met een monetaire financiering van haar tekort. Dit jaar wordt het begrotingstekort op 9,8 triljoen roebel geraamd, mede het gevolg van een rijkelijk subsidiebeleid voor bedrijven die aan de rand van het faillissement bungelen. De keerzijde is dat Rusland het onwaarschijnlijk lage aantal van 1 miljoen werklozen kent, ongeveer anderhalf procent van de beroepsbevolking.

De roebel is daarom niet in staat zich te stabiliseren. In januari 1991 zaten er 120 roebels in een dollar, begin dit jaar nog 410 en afgelopen donderdag 740, een devaluatie van 80 procent in amper drie maanden.

De inflatie blijft dan ook in vliegende vaart doorhollen. De prijzen zijn in 1992 met ruim 2600 procent gestegen.

En dat in een land dat een economische basis heeft die niet past bij zijn potenties en pretenties. Zo heeft Rusland een dienstensector die slechts 8,7 procent van de economie voor zijn rekening neemt. In vergelijkbare industriële naties beheert die branche 30 à 40 procent van de economie.

De vraag is of al deze cijfers de waarheid weerspiegelen. Veel bedrijven geven maar wat op om van de belastinginspecteurs af te zijn. “Normaal zou je zeggen dat zo'n drastische devaluatie van de roebel de export zou moeten bevorderen. Het zou me dan ook niet verbazen als bijvoorbeeld de uitvoer van olie en textiel, produkten die zich relatief makkelijk laten exporteren, wel dertig procent hoger is dan wordt gezegd en dat het verschil zich veilig op Zwitserse bankrekeningen bevindt”, aldus de econoom Stoutjesdijk.

Anderzijds zijn er volgens Stoutjesdijk sectoren waar de reele rendabiliteitsdaling veel hoger is. “Zeventien procent is soms ook geflatteerd. In veel gevallen gaat het om 30 tot 40 procent. In Rusland worden de productiecijfers namelijk opgemaakt aan de hand van de verkoop. Door de inflatie en de enorme terughoudendheid om mensen te ontslaan, draaien veel fabrieken zonder dat ze geld verdienen. Toen ik een keer in Nizjni Novgorod een vrachtwagenfabriek bezocht, bleek me dat ze daar honderdduizend trucks in voorraad hadden staan. Het management speculeerde op de inflatie. Je inkomsten beleggen heeft immers geen zin. Hoe ze hun produkten in het buitenland kunnen verkopen, weten ze vaak niet of het kan niet. Er is geen ervaring met marketing. Kwaliteitscontrole en de noodzaak om een regelmatige aflevering van je produkten te garanderen, bestaan niet. Door de centralistische traditie uit het verleden zijn er weinig contacten met het buitenland en zoiets als een export-kredietverzekering is onbekend. Integendeel, vijftig procent van de deviezen die een onderneming verdient, moeten officieel aan de centrale bank worden verkocht tegen roebels waar niemand iets aan heeft”.

In het hervormingsgezind kamp wordt de schuld daarvoor de laatste maanden bij de centrale bank gelegd. In de ogen van Stoutjesdijk is dat niet helemaal eerlijk. “De centrale bank houdt zich ongetwijfeld bezig met doelstellingen die de bank niet aangaan, zoals de bestrijding van de werkloosheid en het subsidiëren van failliete bedrijven. Maar dat de centrale bank alleen verantwoordelijk zou zijn voor de inflatie is onterecht. Want het overheidstekort is enorm en de regering is tot nu toe ook niet in staat geweest een belastingstelsel op te bouwen. Er is geen controle op inkomsten en uitgaven.”

Toch heeft Rusland volgens Stoutjesdijk wel degelijk de mogelijkheden om de export op peil te brengen en daarmee kansen te scheppen voor enige vorm van herstel. “Misschien niet naar Wallstreet of de Champs Elysées, maar wel naar Azië of Latijns Amerika. We zijn daarom voortdurend in gesprek met de regering om haar te overtuigen van de noodzaak de belemmeringen op de export te beperken”, aldus de Wereldbank-directeur. “Er is bovendien geen alternatief. Zelfs als het ergste scenario werkelijkheid wordt en de communisten in staat zouden zijn de tot nu toe gerealiseerde hervormingen terug te dragen, zullen de problemen hooguit aan de oppervlakte worden opgelost. Uiteindelijk zal dan ook alles in chaos opgaan.” Misschien, aldus Stoutjesdijk, is de periode van verwarring die Rusland nu in zijn greep heeft “wel een noodzakelijke fase”.