HET NEUSJE VAN MEVROUW MARX

Jenny Marx of de vrouw van de duivel door Françoise Giroud 174 blz., gell., De Prom 1993 (Jenny Marx ou la femme du diable 1992), vert. Margreet Hirs, f 32,50 ISBN 90 6801 333 5

Mooie, hartstochtelijke woorden bevat het Communistisch Manifest over de afschaffing van het burgerlijk gezin en de onderworpen positie van vrouwen. Karl Max schreef ze in 1847, in innige samenwerking met zijn levenslange kompaan Friedrich Engels, en thuis op alle fronten bijgestaan door zijn vrouw Jenny, Baronesse Von Westphalen, dochter van een hoge ambtenaar uit de Pruisische aristocratie. Zij was net bevallen van hun derde kind en het gezin leefde in bittere armoede.

Thuis was toen eventjes een kamer in Brussel, de stad waar het paar na uitwijzing uit Parijs zijn toevlucht had gezocht. Ze zouden nog in het verschijningsjaar van het Manifest, 1848, ook uit België worden verbannen, daarna uit hun geboorteland, vervolgens opnieuw uit Frankrijk, waarna als enig nog toegankelijk Westeuropees land Engeland overbleef. London zou voortaan de verblijfplaats zijn van het snelgroeiende gezin; daar, in de bibliotheek van het British Museum, vond Marx het materiaal voor zijn levenswerk, Das Kapital.

En terwijl Marx las, dacht, schreef en er met zijn vrienden op uit trok (hij hield van een goede sigaar en een goed glas wijn), poogde Jenny als altijd het huishouden in stand te houden; nu eens door de verkoop van huisraad, dan weer door het belenen van het voorouderlijk tafelzilver of haar juwelen, en immer bijgestaan door dienstbode Helene Demuth, die vanaf haar twintigste bij de familie woonde en met hen begraven ligt op Highgate.

Net zo min als de twintigste-eeuwse communistische werkelijkheid een vernieuwing van de verhouding tussen de seksen tot stand bracht, praktiseerde Marx zijn fraaie woorden. Zoveel wordt wel duidelijk uit de recentelijk vertaalde biografie Jenny door de Franse journaliste en voormalig Frans staatssecretaris van emancipatiezaken Françoise Giroud. Men kan de stand van de beschaving afmeten aan de positie der vrouw, heeft Marx ooit geschreven. Maar toen zijn vrouw in 1850, zesendertig jaar oud en opnieuw zwanger, op bedeltocht moest naar familie en kennissen op het vasteland, verwekte haar echtgenoot een kind bij hun dienstbode. Opdat zijn vrouw hiervan maar niets zou vermoeden, preste hij Engels, de fabrikantenzoon door wie het gezin Marx jarenlang werd onderhouden, om het vaderschap op zich te nemen; het kind werd uitbesteed.

WEGGEMOFFELD

Engels schijnt de ware toedracht op zijn sterfbed (in 1896, toen Karl, Jenny en Lenchen al waren overleden) te hebben onthuld, maar het verhaal werd nadien in de officiële geschiedschrijving van de arbeidersbeweging weggemoffeld. (Anders overigens dan Giroud suggereert is het allang geen nieuws meer.) Jenny op haar beurt, ook niet vrij van de seksuele moraal van die dagen, weigerde haar leven lang de medestrijdster en levensgezellin van Engels te ontvangen, fabrieksarbeider Mary Burns, naar het gerucht wil omdat de twee ongehuwd waren.

Het conflict tussen Marx' revolutionaire opvattingen en het egostische burgermansbestaan dat hij zichzelf vond toekomen, moet, in combinatie met het weinig comfortabele bestaan van de rijk-opgegroeide, beeldschone en door de revolutionaire vrienden-kring zeer bewonderde Jenny, een spannende levensbeschrijving kunnen opleveren. Theun de Vries schreef er bijvoorbeeld uitgebreid over in zijn driedelige vie romancée van Marx en Engels, "1848'. Zeven jaar was Jenny met haar grote liefde verloofd; bijna veertig jaar van armoede, verbanning en ziekte hield ze het daarna met hem uit (en er waren er - zie de vele vetes rond de vader van het "wetenschappelijk socialisme' - maar weinigen die het met dit scheldende, slecht gehumeurde, ongemanierde genie uithielden).

Wat bracht het haar, dit huwelijk (dat op de flaptekst in een soort Privé-taal ""een echte liefdesverhouding' heet)? Wat dreef deze notabelendochter, wier broer in zijn hoedanigheid van onderminister regelmatig spionnen liet rapporteren over het doen en laten van zijn zus en zijn beruchte zwager, ooit een talentvol buurjongetje in Trier?

We komen het uit Jenny Marx of de vrouw van de duivel niet aan de weet. Al deze dramatische gegevens resulteren bij Giroud slechts in overbekende feiten, tot overmaat van ramp genoteerd in slordige zinnen vol g^enante clichés. ""Een aardig, fris blond ding', schrijft de feministe over de dienstbode; ""briljant, knap, elegant, vlot en gek op de vrouwtjes', noemt de journaliste Friedrich Engels; ""alle mannen worden geregeerd door hun seksuele aandriften', filosofeert de voormalig staatssecretaris van emancipatiezaken diepzinnig. Ook voor haar hoofdpersoon (een groot woord voor een boek dat ten minste zoveel over Marx gaat) hanteert de biografie bij voorkeur de vreselijkste terminologie: nu eens zou Jenny ""geshockeerd haar fraaie neusje optrekken', dan weer ging ze ""in bed liggen met een pijntje hier of daar'.

Vergeleken bij dit alles is het bezwaar dat Jenny Marx geen enkele bronvermelding bevat nog slechts een bagatel. Het enige interessante aan deze biografie van "de vrouw van de duivel' zijn de foto's; maar ook die waren bekend. De revolutionaire barones Von Westphalen, hoe kleinzielig zij ook geweest mag zijn, verdient een betere biograaf; en de lezer een beter boek.