"Het is me nog een raadsel waarom Anderlecht me heeft genomen'; "Ik kreeg in De Kuip de taak kleedkamers schoon te maken'; "Van Vossen maakte fout met blessure door te voetballen'

Bij het chique Anderlecht heeft na Haagse Aadje (De Mos) opnieuw een Nederlandse volksjongen succes als trainer. Het is nu Rotterdamse Johan, in ons land beter bekend als de ex-Feyenoorder JAN BOSKAMP (45), die de Royal Sporting Club naar de 22ste Belgische titel dirigeert. Als Anderlecht vanavond een punt haalt tegen Lierse SK kan de Brusselse ploeg niet meer worden achterhaald.

“Voorlopig ben ik effekes uitgekeken op oefenmeesters uit uw land, maar voor u maak ik een uitzondering want u bent geen Hollander meer”, zei Constant Vanden Stock toen hij Jan Boskamp op 15 januari vroeg om Luka Peruzovic op te volgen als trainer van Anderlecht. De schatrijke bierbrouwer, nog steeds president van het machtige Brusselse voetbalbolwerk, baseerde die mening op het feit dat de voormalige middenvelder al twintig jaar in België woont en werkt. Maar wie Boskamp kent weet dat hij zijn afkomst niet verloochent. De meeste Nederlandse trainers in België hebben zich toch op zijn minst de Vlaamse intonatie eigen gemaakt en de woordkeus is over het algemeen ook aangepast. Boskamp maakt er echter geen geheim van waar zijn roots liggen. Spelers worden aangesproken met namen die gemakkelijk in het gehoor liggen, zoals “Luckie” (Luc Nilis) of “Flippie” (Philipe Albert). Hij neemt afscheid van een supporter met “de mazzel”, overigens niet typisch Rotterdams, maar overgewaaid uit Amsterdam. Echter, als enkele levenslustige assistenten uit de technisch staf, die voor het middaguur aan een tafeltje in het "Clubhouse' van het Astridpark al vrolijk achter een pint zitten, in een onverstaanbaar Brussels dialect een gesprek met hem aanknopen, weet Boskamp hen moeiteloos te volgen. Op dat moment heeft Vanden Stock gelijk met zijn bewering.

Jan Boskamp, door de Belgen hardnekkig Johan genoemd, een gevolg van het Johannes in zijn paspoort, voelt zich niettemin nog steeds Rotterdammer. “Hoewel toen ik laatst naar De Kuip reed raakte ik bij IJsselmonde de weg kwijt. Was dat even schrikken, zat ik ineens op de verkeerde helft van de snelweg.” Boskamp groeide op in de Woelwijkstraat in het Oude Noorden. Twee straten verder woonde Wim Jansen, met wie hij als kleine jongen op het Schuttersveld al een balletje trapte. Later zouden ze elkaar weer tegenkomen bij Feyenoord.

Na de lagere school werd Jantje naar de ambachtsschool gestuurd. Dat hield hij geen drie maanden vol. “Al snel kwam ik tot de conclusie dat ik alleen wilde voetballen. Toen zeiden m'n ouwe lui: "Als je geen zin hebt om te leren ga je maar werken'. Ik kwam op het Noordplein bij de firma Heijkoop in de groetehandel terecht. Dat heb ik ook niet langer dan een maand of zeven gedaan. Op een dag had ik het geluk dat Fred Blankemeijer mij vroeg voor een jeugdcontract bij Feyenoord in dienst te komen. Ik was veertien jaar. Ik kreeg in De Kuip de taak de kleedkamers schoon te maken en voetbalschoenen te poetsen. Het was de begintijd van het grote Feyenoord, met Coen Moulijn, Guus Haak, Hans Kraay en Cor Veldhoen. Gelukkig was Rinus Israel er nog niet, want anders had ik het nu nog steeds moeten horen wat voor klusjes ik moest opknappen. Toch was dat niet alleen vuil werk. Als Coentje Moulijn uit vorm was, moest hij op een bijveldje met mij apart trainen. Dan gingen we dribbelen en voorzetten oefenen. Zo kreeg ik al wat techniek mee in m'n bagage.”

Jeugdtrainer Ben Peeters bracht Jan Boskamp de eerste kneepjes bij van het trainersvak. “Ik was vijftien, trainde de C-junioren met Frans van der Heide. Ik vond dat schitterend. Zaterdag ging ik dan met ze mee naar de wedstrijd. En verder speelde ik natuurlijk zelf ook nog.” Dat was later bij het eerste van Feyenoord. Jan Boskamp had de pech dat hij moest opboksen tegen een ijzersterk middentrio, dat bestond uit Franz Hasil, Wim Jansen, Wim van Hanegem. Toch kwam hij vaak nog aan 25 wedstrijden per seizoen toe. Mijmerend over die gouden jaren: “Ik trok natuurlijk veel met Wimpie (Jansen, red.) op, die twee jaar ouder was. We woonden immers in dezelfde buurt en hij gaf me elke dag achter op zijn Solex een lift naar de training. Later had hij een autootje en stapte ik daar in. Met hem heb ik nog steeds contact. We konden het samen heel goed vinden met Ernst Happel. Die beschermde ons nog weleens tegen de cynische humor van spelers als Laseroms, Israel en Van Hanegem. Om niet de hoon van die jongens over ons heen te krijgen, gingen we in de kleedkamer altijd achter een muurtje zitten. Happel stond dat oogluikend toe. Veel spelers zijn kapot gegaan aan het sarcasme bij het toenmalige Feyenoord. Zoals Henk van Leeuwen. Later ondervond Mario Been hetzelfde bij de trainer Rinus Israel.”

Ook Happel deed soms een duit in het zakje. Boskamp vertelt over het incident voor de wereldbekerwedstrijd tegen Estudiantes de la Plata in Buenos Aires, toen hij werd geraakt door een muntje uit het publiek. “Het bloed zat in m'n haar en voorzitter Guus Couwenberg zei vastbesloten: "we spelen niet'. Maar Happel wilde gewoon aftrappen. En deed het voorval af met: Zo'n hoofd als Boskamp heeft, kun je ook niet missen.”

Het respect voor de onlangs overleden Oostenrijker was niettemin groot bij de twaalfde man Jan Boskamp. “Happel bleef als trainer altijd zichzelf en had een geweldige uitstraling. Bij het bepalen van de tactiek ging hij uit van de eigen kwaliteiten. Over Estudiantes zei hij: "Die kunnen er helemaal niets van'. Ondertussen had hij zich wel goed laten informeren natuurlijk. En zo traden we ook in het veld tegen het AC Milan van Rivera. Ik heb drie jaar onder Happel gespeeld en in die tijd onzettend veel geleerd.”

Het emotieloze van Happel lijkt tegenwoordig te worden geïmiteerd door Wim van Hanegem. Jan Boskamp heeft dat karaktertrekje in ieder geval niet overgenomen van zijn leermeester. “Na het veroveren van de Europa Cup weigerde Happel op de schouders te worden genomen. Dat vond hij maar niks. Ik heb hem toch een keer zien springen langs de kant: toen we de wereldbeker veroverden thuis tegen Estudiantes. De een kan zijn emoties beter verstoppen dan de ander. Maar inwendig juicht elke trainer mee bij een succes. Als je dat niet meer doet houdt het op in de sport.”

De fysiek sterke Boskamp maakte in 1974 de overstap van Feyenoord naar deBelgische fusieclub RWDM (Racing White Daring Molenbeek) uit onvrede over de aanpak van Wiel Coerver die hem passeerde voor de Europa-Cupwedstrijd tegen Stuttgart. De laatste jaren als profvoetballer sleet hij bij Lierse SK, waar hij ook zijn trainersloopbaan begon. Op het moment dat manager Michel Verschueren hem benaderde voor Anderlecht was hij in dienst van Kortrijk. Boskamp dacht het slachtoffer te zijn van de Bananasplit-show en controleerde bij het huis van Verschueren of er niet ergens een camera verdekt stond opgesteld. Maar de manager handelde wel degelijk in opdracht van Vanden Stock. “Het is me echt nog steeds een raadsel waarom Anderlecht mij heeft genomen. De club nam met mij een veel groter risico dan ik zelf. Ik stond op het punt bij Kortrijk voor drie jaar bij te tekenen. Als ik voor zekerheid had gekozen, was ik daar gebleven want ik ben hier in principe als interim-trainer binnen gehaald (vorige week werd zijn verbintenis met nog een jaar verlengd, red.). Maar al had ik slechts vijf dagen hier mogen werken, dan zou ik het nog hebben gedaan. Anderlecht is de chique van België en biedt mij nu de kans aan de Europese top te werken. Hahaha, de afgelopen maanden kunnen ze me al niet meer afnemen.”

Toen Boskamp begon stond Anderlecht vier punten voor op Standard Luik. Afgelopen weken groeide de kloof tot een recordhoogte: tien punten met een wedstrijd minder gespeeld. Dat resultaat was niet eens de bedoeling geweest van Vanden Stock toen hij met Boskamp in zee ging. “Ik heb geen duidelijke opdracht meegekregen. Ik denk dat hij het publiek weer wilde laten genieten. Hoewel mijn voorganger Peruzovic het uitstekend heeft gedaan ontbrak het aan aantrekkelijk voetbal. Het elftal voetbalt nu vanaf de middenlijn. Achter de bal spelen is het makkelijkste wat er is. Als we nu in balbezit zijn, zoeken we meteen de diepte. Dat is het enige wat ik heb veranderd. Iedereen heeft er in België toch de mond over vol. Het is hier ook heel ongebruikelijk dat je maar met drie echte verdedigers het veld opstapt. De eerste vier, vijf wedstrijden kwamen we daardoor steeds op achterstand. Dankzij onze kwaliteiten konden we dat weer rechtzetten. Je ziet dat het bij de toppers toch ook om het plezier gaat. Het voetbal wint het altijd van het resultaat.”

De eerste maanden van Boskamp verliepen ondanks de goede resultaten niet helemaal geruisloos. Na een paar weken kreeg hij het aan de stok met Peter van Vossen, nota bene zijn protégé bij Beveren. De Zeeuw was verbannen naar de reservebank en benutte een persconferentie van het Nederlands elftal om daarover zijn ongenoegen te uiten. “We hadden juist afgesproken het zo niet te doen. Peter heeft zelf de fout gemaakt door te blijven voetballen met een blessure. Daardoor ging zijn niveau achteruit. Dan is het niet eerlijk tegenover Johnny Bosman, of wie dan ook, om hem te handhaven. Als je vasthoudt aan dit principe verdien je vanzelf het respect bij andere spelers. Ik heb met Michel de Wolf iets dergelijks meegemaakt. Wij zijn al twintig jaar vrienden en hebben nog samen gevoetbald. Toen ik kwam moest ik hem passeren. Liep hij twee weken met zo'n bakkes rond. Toch heeft hij het stilzwijgend geaccepteerd. Ik ken hem genoeg om te weten dat die kleine inwendig is ontploft.”

De handelwijze van Van Vossen heeft Boskamp diep teleurgesteld. “In Nederland vinden ze hem nu een kanjer. Maar toen ik bij Beveren kwam, speelde hij anoniem in het tweede. Ik heb hem een kans gegeven en die heeft hij gegrepen. Vervolgens kwam Vanden Stock. Die zag in Peter iets van zichzelf terug. Zijn werklust en de drang naar presteren beviel hem wel. Vanden Stock heeft ook alles vanuit het niets opgebouwd. Hij onderkende bovendien de voetbalkwaliteiten van Van Vossen. Vanden Stock is de eerste voorzitter met wie ik uren lang op een zinnige manier over voetbal kan praten. Een schitterende man.”

Ondertussen is Van Vossen al weer terug op zijn oude niveau. Door de blessure van Luc Nilis speelde hij vorige week tegen AA Gent mét Johnny Bosman. Boskamp bestrijdt dat hij erop uit is een van de twee weer naar de reservebank te verbannen. “Ik kan Peter van Vossen altijd acties laten maken op de vleugels. Dan maakt hij automatisch ruimte in het centrum voor opkomende middenvelders. We spelen een systeem waarin ook Bosman tot zijn recht komt. Na drie jaar kan die jongen eindelijk weer laten zien dat hij verschrikkelijk goed kan voetballen. Bij PSV en zelfs bij KV Mechelen paste hij niet zo goed in het systeem als nu bij ons.”

Boskamp besprak de afgelopen weken met Vanden Stock niet alleen zijn eigen toekomst bij de "Koninkijke', maar ook dat van de meeste spelers. Als de Italiaanse clubs niet neerstrijken op het Astridpark blijft de huidige groep in tact. “Ajax begon dit seizoen met informatie op te vragen over Johnny Bosman. Daarna toonde de club ook belangstelling voor Philipe Albert, Luc Nilis en Marc Degryse. Allemaal spelers die nog voor een jaar of vijf onder contract staan en dus een flink pak geld moeten kosten. Nilis? Zou een goede opvolger zijn van Bergkamp maar die krijgt Ajax echt niet voor minder dan twintig miljoen gulden. Albert? Schat ik op negen miljoen. Tja, niet alleen de Hollanders zijn zoveel waard. Van de meeste spelers, inclusief Van Vossen en Bosman, weet ik dat ze graag bij Anderlecht blijven. Geen wonder, want het niveau van de Belgische competitie is op dit moment hoger dan in Nederland. Jullie hebben alleen wat meer creatieve spelers. Voor het eerst sinds jaren is in België het krachtsverschil tussen de kampioen en de nummer twee erg groot. Maar neem van mij aan dat het een lekker gevoel geeft zo de titel te pakken.”