Het gezin als broeikas van agressie in "Bobby Fischer'

Voorstelling: Bobby Fischer is alive and lives in Pasadena van Nars Norén door Het Nationale Toneel. Vertaling: Karst Woudstra. Regie: Albert Lubbers. Spel: Anne-Wil Blankers, Will van Kralingen, Bram van der Vlugt, Hans Ligtvoet. Decor: Rien Bekkers. Gezien: 8/4 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 28/5.

Kaarsen staan op tafel, whisky flonkert in sierlijke glazen en op de achtergrond klinkt gedempte pianomuziek. Om de tafel zitten vier feestelijk geklede mensen, een vader, een moeder en twee volwassen kinderen. Ze zijn met z'n allen naar de schouwburg geweest en nu zal de avond besloten worden met een gezellige dronk in het appartement van de ouders. Wat dan volgt in dit nieuwe stuk van Lars Norén lijkt nog het meest op een uitputtende therapeutische sessie. Driften en neuroses, vaderhaat en moederbinding - dat alles komt uitvoerig aan de orde.

De moeder, een gewezen actrice, heeft verdriet om haar afgebroken carrière, de dochter treurt om de dood van haar kleine meisje, de zoon lijdt onder het besef dat hij een ongewenst kind is en de vader wanhoopt omdat zijn firma hem wil ontslaan. Alle vier voelen zich gekwetst, vernederd, onbegrepen en onbemind, en dat zetten zij elkaar betaald, met choquerende opmerkingen, borende vragen en boosaardige attaques.

Elk van de gezinsleden heeft zo zijn eigen manier om de ander pijn te doen. De schizofrene zoon Tomas gebruikt daartoe vooral zijn lichaamskracht. Zijn woedeuitbarstingen komen altijd onverwachts, zoals die keer dat hij zijn moeder streelt en streelt, totdat hij haar keihard aan haar haren trekt. En dochter Ellen bezit een dodelijk sarcasme. De barrières die zij daardoor tussen zichzelf en anderen opwerpt probeert zij te overwinnen door walgelijk veel te drinken. Zij is de gecompliceerdste figuur van allemaal en Will van Kralingen speelt haar prachtig. Met haar slap langs het gezicht hangende haren en haar schokkerige motoriek lijkt ze net een junkie. Haar tasje drukt ze stevig tegen haar borst: denkt ze soms dat het haar dode dochtertje is?

In de familiedrama's van de Zweed Lars Norén is het gezin een broeikas van agressie en vernederingen. Ieder is gefixeerd op zijn eigen kinderjaren, niet in de laatste plaats om met het gewroet in zijn herinneringen de ander eens flink te kwetsen. Ieder heeft een vertekend beeld van de ander en ieder vermoedt in die ander op z'n minst een geesteszieke. De liefde is onder het puin van de alledaagse ellende bedolven geraakt en wie van zijn allang in hun verdriet verstarde bloedverwanten niettemin nog een sprankje liefde probeert af te dwingen, krijgt de wind van voren. Toch blijft men aan elkaar klitten, omdat men bang is voor de leegte die het verlaten van het nest met zich mee zou brengen.

Noréns werk lijkt uitstekend te passen bij de serieuze instelling van Albert Lubbers. "Voor mij is toneel een plek voor verdriet", zei deze regisseur eens in een interview. Nu is Bobby Fischer te levendig gespeeld om een langdurige depressie bij de toeschouwer los te weken, maar een zekere ontroering kon ik toch niet onderdrukken.