GOS

De Unie in stukken. Het nationale ontwaken van volken en staten van het GOS door René Does en Harm Ramkema (red.) 198 blz., Werkgroep Oost-Europa Projekten 1993, f 24,50 ISBN 90 71875 11 3

Het uiteenvallen van achtereenvolgens de Sovjet-Unie, Joegoslavië en Tsjechoslowakije heeft de wereld verrijkt met in totaal negentien nieuwe landen - negentien nagenoeg onbekenden die hun intrede doen op het wereldtoneel: in de CVSE, in de VN, zelfs op het Eurovisie-songfestival.

In De Unie in stukken wordt geprobeerd de nieuwe landen van het GOS voor te stellen: Rusland, Wit-Rusland, de Oekraïne, Moldavië, de drie Kaukasische en de vijf Centraalaziatische republieken. De Baltische landen worden genegeerd, want, zo wordt betoogd, daar wordt al heel veel over gepubliceerd. Het is niet het meest overtuigende argument, want wat er aan lezenswaardigs over Estland, Letland en Litouwen wordt gepubliceerd, verschijnt toch voornamelijk in Duitsland.

De Unie in stukken is, zoals de meeste publikaties van de Werkgroep Oost-Europa Projekten, een gedegen boek, gemaakt door deskundige auteurs. Elk nieuw land, ook het niet tot het GOS behorende Georgië en het inmiddels uitgetreden Azerbajdzjan, wordt min of meer uitvoerig behandeld, waarbij de nadruk ligt op geschiedenis, economische vooruitzichten en eventuele conflicten met buurlanden.

Het probleem met dit boekje is dat "min of meer'. De verschafte informatie is degelijk, maar al te beknopt. Dat geldt voor alle behandelde landen: ingewikkelde problemen worden vaak eerder samengevat of genoemd dan werkelijk behandeld. Dat geldt al helemaal voor de republieken die een hoofdstuk delen met hun buren. Het kleine Moldavië wordt met een heel hoofdstuk van twintig pagina's nog aardig verwend, de Kaukasische republieken Armenië, Azerbajdzjan en Georgië moeten gedrieën al een hoofdstuk van eveneens twintig pagina's delen en de vijf Centraalaziatische republieken komen er met hun vijven (in twintig pagina's) wel erg bekaaid van af. Zelfs de relatieve kolos Oekraïne is samen met Wit-Rusland in één hoofdstuk gestopt. Het verbaast op die manier niet dat - bijvoorbeeld - de niet geheel onvoorbereid aan dit boek begonnen lezer niet zo erg veel wijzer wordt van wat Elizabeth Fuller over Kazachstan of Oezbekistan te melden heeft.

Bovendien: de ontwikkelingen in de voormalige Sovjet-Unie verlopen helaas razendsnel en wie een boek publiceert moet er rekening mee houden dat alles wat hij buiten strikte achtergrondinformatie schrijft, snel gedateerd raakt. De meeste bijdragen in dit boek zijn in de zomer van vorig jaar geschreven. Een zin als ""Met de privatisering van grond en kleine ondernemingen zou in de nazomer van 1992 een begin worden gemaakt' staat ongelukkig in een boek dat in 1993 verschijnt en als ergens inflatiepercentages worden gegeven is het toch handig om erbij te vermelden op welk jaar ze slaan.

Erger: nu, in de lente van 1993, zijn de landen van het GOS in vergelijking met een klein jaar geleden alweer heel wat problemen, conflicten, zelfs hele of halve burgeroorlogen verder, waarover in De Unie in stukken niets of vrijwel niets (en in het beste geval veel te weinig) wordt geschreven: de oorlog tussen Abchazië en Georgië bijvoorbeeld, de conflicten in de Kaukasus (Tsjetsjenië, Noord- en Zuid-Ossetië, Kabardino-Balkarië) en de burgeroorlog in Tadzjikistan zijn daar voorbeelden van. Zelfs de strijd in en om Nagorny Karabach, die toch al jaren duurt, komt niet goed uit de verf. In vrijwel elk hoofdstuk dringt dit probleem zich op; alleen dat over de Oekraïne en Wit-Rusland blijft ervan gevrijwaard. De Unie in stukken krijgt aldus iets encyclopedisch, en dat is jammer.