Gepluk op "VW-Kever harp' en dromerige composities

Concerten: Directions '93 met het trio Martien Groeneveld, Braaxtaal en The Real Man. Gehoord: 9/4 BIMhuis, Amsterdam. Het programma wordt vanavond vervolgd met de vocalisten Jodi Gilbert en Cas de Marez, toetsenspeler Gene Carl en de groep Dull Schicksal.

"De diversiteit in de muziek van nu' luidt de ondertitel van een tweedaags programma in het Amsterdamse BIMhuis. Er treden vooral attracties in op die moeilijk te categoriseren zijn. Ze spelen geen swing, bebop, of funk, maar slaan kleine zijwegen in en komen daar nauwelijks anderen tegen. Ze hebben geen volgelingen, laat staan dat ze concurrentie hebben te duchten. Neem beeldend kunstenaar Martien Groeneveld. Wie zou er net als hij een "VW Kever harp' willen bespelen, de bodemplaat van het genoemde autotype, de rechterhelft bespannen met snaren? Groeneveld heeft het instrument zelf gebouwd, net als zijn verticale reuzenxylofoon die ook als klimrek of ladder te gebruiken is. Er stond nog meer op het podium: twee elektromotoren, lege voedselblikken, een vergeelde palmboom die voortdurend omviel en een heel groot bouwsel dat wel kunst mocht heten. Martien Groeneveld scharrelde er tussendoor, plukkend, strijkend, hamerend en zelfs rook verwekkend, als een Nikkelen Nelis in een stuk van Wim Schippers. De richting was bij dit alles onduidelijk, behalve bij afloop, toen alles weer naar de vrachtwagen moest. De pauze duurde derhalve extra lang.

Het optreden van 'stemkunstenaar' Jaap Blonk was een stuk compacter en daardoor spannender. Hij begon zijn optreden met een viertal stukken klankpoëzie waarbij het basismateriaal steeds anders van aard was. Van een babylonische bliksemreis langs de klank van de letters - de Scandinavische O, de Nederlandse G en de Arabische H waren goed vertegenwoordigd - tot wat hij zelf als klankgedicht het mooist vindt, Ango Laïna van de dada-ist Rudolf Blümner.

Met toetsenspeler Rob Daenen en slagwerker Theo Bodewes erbij werd het nog aardiger met een fraaie climax in All Day Belly Rumble waarin veel menselijke keelgeluiden de revue passeerden: van boeren tot rochelen, van gorgelen tot hikken. De roemruchte Constipation Blues van 'Screaming' Jay Hawkins was er niets bij en na het no shit, vomit, aan het eind wist iedereen waarom de groep 'Braaxtaal' heet.

Dat bij de slotact The Real Man, de klemtoon op het woordje 'real' ligt werd snel duidelijk; als er iets is wat deze groep mist, dan is het wel dramzucht, blufpoker en ander macho-gedrag. Fantasie gaat voor kracht, verleiding verdient de voorkeur boven kanonvuur. Rietblazer/componist Raymund van Santen is een typische eclecticus die vrolijk put uit vele tradities. Hij weet van Zappa, dat is te horen, hij kent de conventies van de rockmuziek. Maar hij speelt ermee, zoals hij dat ook doet met wat bij jonge groepen maar heel zelden voorkomt: invloeden uit volksmuziek. Zijn Blue 22, op de plaat gezet door gitarist Fred Frith, danst lieflijk, zijn ballad Spoetnik is van een dromerigheid die men in ons polderland maar zelden hoort. De groep kan wel keihard spelen zoals in Hard Rocks bij vlagen te horen is, maar is gewoon te slim voor alleen maar geheadbang. En dan nog die kostelijke aankondigingen los uit de pols; The Real Man van Raymund van Santen zijn echt leuk.