Geachte lezer

Op de eerste krantendag van 1993, 2 januari, stelden we u in het Zaterdags Bijvoegsel twaalf vragen over NRC Handelsblad. De krant had het oplagecijfer van een kwart miljoen gehaald en deze mijlpaal wilden we niet geheel geruisloos voor de lezers voorbij laten gaan. Vandaar dat we "een gesprek' met u op touw hebben gezet met het middel dat ons ter beschikking staat: de krant.

We wilden voor één keer het eenrichtingsverkeer redactie-lezer doorbreken en u de gelegenheid bieden om "eens iets terug te kunnen zeggen'. Dit initiatief is boven alle verwachting aangeslagen: bijna tienduizend lezers hebben van onze uitnodiging gebruik gemaakt.

Het fenomenale aantal inzendingen stelde ons, de redactie, voor het probleem van de verwerking. Natuurlijk boden zich onmiddellijk professionele onderzoekbureaus aan - "de offerte gaat hierbij' - om het vraagstuk snel en efficiënt voor ons op te lossen. Maar het ging niet om een onderzoek, hielden we vol, maar om een gesprek waarin veel vertrouwelijke mededelingen worden gedaan. En dat geef je niet uit handen. Een kleine groep redacteuren heeft gedurende een paar maanden uw inzendingen gelezen, notitie gehouden van al het opmerkelijks dat u heeft losgelaten, en de concrete gegevens geturfd. Vandaar dat we weten dat ongeveer vijfenzestig procent van de inzendingen afkomstig is van lezers ouder dan vijftig jaar. Dertig procent van de respondenten is tussen de dertig en de vijftig en nog geen vijf procent is jonger. Deze leeftijdsopbouw, met een zwaar accent op de oudere lezers, komt in het geheel niet overeen met die van het lezersbestand van NRC Handelsblad, dat juist door de middengeneratie wordt overheerst.

We willen niet verhelen dat we niet elke van de bijna tienduizend ingevulde en vaak volgeschreven krantepagina's van a tot z hebben doorgeploegd. Wat we u op deze pagina aanbieden, is een representatieve impressie van uw reacties.

Vóór 2 januari 1993 waren we ons er al van bewust dat NRC Handelsblad voor veel lezers iets meer betekent dan zomaar een krant. Maar zó veel meer als uit de meeste reacties blijkt - tot regelrechte verknochtheid - hadden we niet voorzien. We danken alle respondenten voor hun commentaren, verzuchtingen en kritiek.

1. Welk gevoel overheerst als u de krant leest? Het gevoel van plicht, of van ontspanning?

Ontspannende verplichting en verplichte ontspanning, zo wordt het lezen van de krant door een overgrote meerderheid van de respondenten gevoeld. Vooral oudere lezers laten weten dat tijdens hun werkzame leven het een harde plicht was om de krant te lezen. Nu is het een puur genoegen, de bevrediging van een intellectuele behoefte "uit passie voor de waarheid'. Een jonge, mannelijke lezer ontleedt zijn gemoedstoestand tijdens het lezen als volgt: ""In het begin het aspect van plicht. Tijdens het lezen snel toenemend gevoel van geborgenheid en ontspanning. Aan het eind tevredenheid en toch ook een element van "de klus geklaard'.'' Een vrouw (32) verklaart haar plichtsgevoel: ""...omdat het een te dure krant is om niet serieus te lezen.''

2. Heeft u de krant wel eens uit?

Ja, zeggen opvallend veel inzenders, maar ze voegen er veelal aan toe dat "uit' natuurlijk een relatief begrip is. Veel blijft ongelezen, maar toch hebben ze de krant uit. Andere inzenders gebruiken dit argument juist om deze vraag te beantwoorden met: Nee. De meeste respondenten die het lezen van de krant als "plicht' ervaren, hebben tevens de krant "nooit' uit. De combinatie van die twee strenge woorden aan het begin van het onderzoek bezorgde ons, lezers van het onderzoek, een gevoel van licht mededogen met deze inzenders. Sommige lezers hebben zichzelf een strenge tijdslimiet gesteld: Één uur per dag aan de krant besteden, "meer mag niet'. Een minderheid overschrijdt de gemiddelde dagelijkse leestijd van bijna drie kwartier, met een half uur of meer. Veel inzenders onthullen dat alleen de krant op maandag hen niet opscheept met een schuld- of "onaf'-gevoel.

3. Is de krant compleet? Houdt de krant u volledig van alles op de hoogte?

Ongeveer vijftig procent van de inzenders vindt de krant geheel compleet. De andere helft is van mening dat een complete krant natuurlijk niet bestaat. De inhoud is gebaseerd op een door de redactie gemaakte selectie en met die keuze is het merendeel van de inzenders tevreden. Sommigen van hen willen niet weten wat er wordt overgeslagen: ""Wat niet leest, wat niet deert.'' Aan de andere kant blijken er legio lacunes in de berichtgeving te zijn. De verslaggeving over FC Groningen is bijvoorbeeld bedroevend. Aan Portugal, Scandinavië, Almere, het koninklijk huis, postzegels, de internationale wapenhandel en de heersende vreemdelingenhaat wordt veel te weinig aandacht besteed. De geschiedkundige aspecten van actuele gebeurtenissen worden verwaarloosd. Betrekkelijk massaal wijzen de inzenders misprijzend op het gebrek aan kerkelijk en religieus nieuws. Een rubriek Geestelijk Leven ontbreekt ten onrechte. En zonder de "Wereldbolletjes' is de krant ook niet compleet.

Er is ook teveel: ""Zoals die vliegtuigrampen worden uitgemolken, walgelijk.'' En er is te weinig redactionele "nazorg'. Een lezer van 24 jaar: ""Veel gebeurtenissen worden alleen verslagen zolang ze nog actueel zijn. Eenmaal in gang gezette gebeurtenissen kunnen na maanden bijzonder interessant zijn. Zoals bijvoorbeeld Boris Jeltsin die een loonsverhoging aan het leger zou hebben beloofd. Is die loonsverhoging er dan gekomen? - vraag ik me af.''

4. Wanneer heeft u het afgelopen jaar het gevoel gehad: nee dit is mijn krant niet!

Nooit, is het antwoord van negentig procent van de inzenders. De dag dat de krant niet wordt bezorgd of "wanneer de acceptgiro in de bus valt' kunnen voor de resterende tien procent onder andere de momenten zijn voor een dergelijk gevoel. ""Toen de kwezelige stukjes van Koos van Zomeren op de voorpagina verschenen'' is de mening van een 43-jarige vrouw. ""Als op de voorpagina een agressieve voorstelling verschijnt'', vindt een lezer (31), die daarmee ook de gevoelens van andere inzenders vertolkt. Kleurenfoto's op de voorpagina worden door vooral oudere lezers niet gewaardeerd. Een vrouw (79) krijgt het gevoel door haar krant in de steek te zijn gelaten ""bij rare recepten of bij grove seks''. Sommige inzenders hebben dit gevoel dagelijks of wekelijks, zoals deze vrouw (37): ""Bijna iedere zaterdag! Waar zijn de bijvoegsels gebleven waarvan het een sport is ze als eerste te bemachtigen. Saaiheid troef, zelden iets verfrissends of spraakmakends. Waar is de tijd van bijvoorbeeld Van Dis (alle plagiaat ten spijt), waar is sowieso het uitgebreide reisverslag gebleven? Waarom blijven columnisten uitgebreid aan het woord, ook als ze niets meer te melden hebben? Waarom moet een dagboek blijven als mensen elkaar erin naspreken? Waarom pagina na pagina over zoiets als Oostenrijk? Brrrr!''

Een enkeling refereert nog aan het vertrek van de columnist J.A.A. van Doorn als het moment waarop de gedachte "Nee, dit is mijn krant niet' boven kwam. En een mannelijke inzender (54) wordt, heel raadselachtig, door dit gevoel bekropen "Aan de leestafel van Américain'.

5. Wat vindt u van de temperatuur van de krant, te koud of te warm?

Aangename kamertemperatuur, vinden de meeste inzenders, die niet als antwoord "rare vraag' hebben ingevuld. ""Een gemiddeld landklimaat'', zegt een vrouw van 60. Goede thermostaat ingebouwd. Gewoon lekker. Niet te koud, niet te warm, verantwoord koel. 17 graden, vindt een man van 48. Een vrouw van 34 meent: 8 graden onder nul. Zij is niet de enige inzender die wat meer warmte en "meer humor' zou toejuichen. Maar de tevredenheid met de koele temperatuur is overheersend. De voorkeur is: onderkoeld dus objectief. Hoe nuchterder hoe liever bij de berichtgeving, dus: ""Al die steeds vaker verschijnende dramatische couleur-locale-aanlopen met wat willekeurige plaatselijke burgers te melden hebben, kunnen mij gestolen worden.''

6. Beschouwt u het lezen van de krant als een esthetisch genoegen?

De meeste inzenders brengen de krant niet in verband met een esthetisch sensatie, zoals het lezen van een boek dat kan zijn, het kijken naar beeldende kunst of het luisteren naar muziek. Nou moeten jullie (wij, de vragenopstellers) niet gaan overdrijven, is de teneur van veel antwoorden. Maar er is ook een groot aantal respondenten dat wat verder op deze vraag ingaat. Zij roemen het taalgebruik, de schrijfstijl die vaak in gunstige zin afsteekt bij andere Nederlandse kranten en de kwaliteit van de foto's - de fotografen Vincent Mentzel en Rien Zilvold worden meer dan eens met name genoemd. De vormgeving van vooral de bijvoegsels kan vele inzenders bekoren. ""Maar de illustraties zijn vaak vervelend, met gewilde vondstjes, hinderlijk voor mijn oog'', is het commentaar van een 45-jarige vrouw en zij is niet de enige die zich aan gekunstelde elementen in de vormgeving stoort. Meer dan eens wordt het formaat van de krant te groot gevonden om hem te kunnen beminnen en "vieze drukinkthanden' zijn ook niet bevorderlijk voor een schone ervaring.

Gaat het niet om stilistische, of uiterlijke schoonheid maar om inhoudelijke esthetiek, de esthetiek van het nieuws, dan is de reactie van een 61-jarige inzender exemplarisch: ""Een ondubbelzinnig nee is mijn antwoord op deze vraag voor zover het hoofdblad in het geding is. Voor de bijlagen en dan met name voor Cultureel Supplement en delen van Wetenschap & Onderwijs en het Zaterdags Boeken Bijvoegsel komt de esthetiek wel eens om de hoek kijken. Tot en met pagina 5 van het hoofdblad is 90% geen pretje om het te lezen (ik lees soms uit afschuw bepaalde dingen niet eens in zijn geheel). De opiniepagina's behandelen ook in veel gevallen onderwerpen waarvoor hetzelfde geldt. Een tamelijk onbekommerde pagina is 6, de kunst. U die ons berichten doorgeeft waaruit je de domheid, de kortzichtigheid, de geborneerdheid en de verwatenheid tegemoet straalt, zou zo'n vraag eigenlijk niet moeten stellen. Of u iets schoons in de wereld had ontdekt!''

7. Betekent de krant voor u "éducation permanente'?

Deze vraag wordt vaak met oui of yes beantwoord, maar slechts een heel enkele keer met non of no. Ongeveer driekwart van de inzenders beaamt stellig dat de krant als zodanig voor hen een belangrijke rol vervult. Vooral de bijlagen Wetenschap & Onderwijs, Cultureel Supplement en het Zaterdags Boeken Bijvoegsel worden genoemd als onmisbaar bij de noodzakelijke "eeuwige kennisvergaring'. Maar veel artikelen zijn eerder aanzet tot een tocht naar boekenkast of bibliotheek, dan dat zij in staat zijn de dorst naar kennis op eigen kracht volledig te lessen. Een inzender (62) heeft altijd onthouden wat hem tijdens zijn studietijd op de Nederlandse Economische Hogeschool in 1949 is geleerd: ""Prof. Lambers zei tegen dit onbeschreven blad: een student is op de hoogte van zijn tijd. Hij leest de NRC. Veel weet ik alleen maar uit de NRC, niet uit Keynes of Hegel.''

8. Merkt u dat de krant macht heeft?

Geen macht, wel gezag en invloed, zeggen de meeste inzenders. ""Op mij niet, het spijt me voor u. Op liberale mensen is het natuurlijk moeilijk vat te krijgen'', schrijft een man van 62. Het merendeel van de respondenten vindt macht een te groot woord. Het CDA, de televisie en andere kranten - met name De Telegraaf - wordt meer macht toegedicht. NRC Handelsblad heeft wel het vermogen om bepaalde onderwerpen "op de politieke agenda te plaatsen' en een discussie uit te lokken. Vaak wordt uit deze krant geciteerd, "vooral op vergaderingen', en daaruit blijkt dat hij gezaghebbend is. Maar de krant heeft ""geen macht in de opiniërende zin: als de krant onderzeeërs naar Taiwan wil, zal dat om die reden niet gebeuren. Alleen als onthullingen gevolgen hebben, toont de krant haar macht'', schrijft een vijftigjarige man.

9. Heeft de krant voldoende mening?

""Zoveel meningen dat 250.000 lezers te vriend worden gehouden, en die totale gezichtsloosheid vind ik wel plezierig'', (man, 34). De consequente scheiding van feiten en meningen wordt gezien als het belangrijkste beginsel en het hoogste goed van de krant. Over de objectiviteit bestaat grote tevredenheid. Maar de meeste inzenders hebben eigenlijk niet zoveel behoefte aan meningen. Zij willen goed worden geïnformeerd en zijn dan "heus wel in staat' om op eigen kracht een standpunt in te nemen. ""Een krant hoeft voor mij geen "mening' te hebben. Liever zag ik dat de NRC functioneert als een goed collectief geheugen en zodoende de politiek voortdurend confronteert met eerder gedane uitspraken. Dat gebeurt thans te weinig'', is de mening van een 65-jarige lezer. Vooral jongere inzenders vinden de mening van de krant, de hoofdartikelen, vaak te genuanceerd, te voorzichtig en daardoor onherkenbaar. ""Liever de helft minder opinie en een tweemaal zo hoog niveau van de opiniepagina'', (man, 30) is een opvatting die in verschillende toonaarden in veel antwoorden is terug te vinden.

10. Waarin (of in wie) schuilt de karakteristieke stijl van de krant?

In de scheiding van meningen en feiten, volgens de meeste inzenders. Verder in het ontbreken van schreeuwerige koppen en sensatie. ""Hoewel de aandacht voor het treinongeluk redelijk "buitenperspectief' was, 8 doden op 1 januari is géén ramp en een artikel van 1 kolom'', schrijft een man (32). De liberale, relativerende toon wordt ook vaak typerend voor de krant genoemd en "echt beschaafd Hollands', evenals het verzorgde uiterlijk, ""het verantwoord elitaire dat niet blasé is'' (man, 20), de veelzijdigheid, de kwaliteit van de interviews, "in de hoofdredacteur' (vrouw, 49), de Achterpagina, maar ook in de "zeikerige ingezonden brieven' (man, 28) en in de vaak onvindbare vervolgen van artikelen die op de voorpagina beginnen. Karakteristiek voor de stijl van de krant zijn, volgens de verzamelde inzenders, alle schrijvende redacteuren en vaste medewerkers, want geen naam uit het colofon blijft ongenoemd. Hofland, Heldring en Chavannes komen het meest aan bod, maar niet uitsluitend in gunstige zin.

11. Geeft de krant u het gevoel maatschappelijk op een zeker niveau te zijn gesitueerd?

""Welnee. Omdat ik geestelijk - niet maatschappelijk - op een zeker niveau meen te zijn, lees ik de NRC'' (man, 70). Zo denkt het merendeel van de oudere respondenten. Van de twaalf vragen heeft deze "jasses, streepjespakvraag' (man, 78) de meeste ergernis opgeroepen. ""Welke geschifte psycholoog heeft deze vraag bedacht?'' (man, 72) Toch geven ook veel inzenders toe dat NRC Handelsblad en maatschappelijk niveau "helaas' (man, 67) iets met elkaar te maken hebben. Een respondente (37): ""Het behoort wel bij mijn status als ik kan zeggen: "Ik lees de NRC.' Ik hoop dan mezelf te profileren als een kritische burger, die de enige echte krant in Nederland leest.'' Vooral de jongere inzenders geven toe dat ze zichzelf wel eens betrappen op "een superioriteitsgevoel t.o.v. lezers van andere kranten' (man, 26). Een heer van 62 plaatst zich boven het verontwaardigde gekrakeel: ""Mijn maatschappelijk niveau ligt zo hoog dat daar bij lange na geen 250.000 Nederlanders aan voldoen.'' Een bescheidener inzender (68) laat weten: ""De NRC is een vriend, geen hefboom!''

12. Hoe zou u uw betrokkenheid bij de krant omschrijven?

""Een vriendin die ik 300 uur per jaar in de handen houd'', bekent een man van 48. De laatste vraag heeft een onvoorstelbare golf van metaforen losgeslagen, waarmee de meeste respondenten trachten uit te drukken hoezeer zij aan de krant "verknocht' zijn. ""Een oude huisvriend voor wie ik helaas lang niet altijd de tijd heb die ik aan hem zou willen besteden. Maar die van harte welkom is, ook als ik niet thuis ben'' (vrouw, 57). De krant speelt vele edele rollen: de koele minnaar, het enige dagelijkse lichtpunt in een verder rampzalige poel van droefheid, "een mooie vrouw die vaak boeit maar ook stomvervelend kan zijn en die meer geld vraagt naarmate zij belangrijker wordt' (vrouw, 65). Slechts een enkeling laat zich niet tot een blinde liefdesverklaring aan deze "eigendunkelijke allemansvriend' (vrouw, 48) verleiden. De boodschap van deze respondenten is: jullie moeten niet overdrijven, 't is maar een krant, ƒ 2,25 per dag.