Democratie

Democratie, concludeert Jolanda Koorevaar in haar prijswinnend essay, is zowel cultuurgebonden als maatschappijgebonden (Zaterdags Bijvoegsel, 3 april). Maar democratie is de uitkomst van een redenering. Het is de oplossing voor de vraag wat de beste staatsvorm is, gevonden na lang heen en weer gepraat door 18de-eeuwse filosofen, die inzagen dat zijzelf en het gros van de mensen erbelang bij hadden dat de staat gefundeerd werd op de rede.

Deze "redelijkheid' is geen totempaal, geen typisch westerse folklore. De "rede' is een algemeen menselijke faculteit. Je zou dus zeggen dat iedereen die maar lang genoeg denkt, waar ook ter wereld, tot hetzelfde resultaat moet komen als de filosofen van de Verlichting.

Democratie is een staatsvorm, die aan ieder individu een gelijk partje van de macht toekent. Die partjes kunnen die individuen vervolgens naar believen afstaan, mengen, ruilen, opeten. Iedereen heeft er belang bij een beetje macht te kunnen uitoefenen, omdat er niemand is die geen enkel eigenbelang kent. Politiek is niets anders dan belangenbehartiging, en in een democratie worden de belangen van het hele volk behartigd, in plaats van die van één bepaalde klasse. Democratie stijgt dus uit boven de historische en geografische toevalligheden waardoor kleine groepjes mensen kans plegen te zien zich de totale macht toe te eigenen.

De vraag is dan ook niet "of we niet erg etnocentrisch zijn als we stellen dat democratie stoelt op goede principes', zoals Jolanda Koorevaar oppert in haar conclusie. Nee, de kwestie is hoe de situatie in sommige landen veranderd kan worden. De vraag is hoe die landen, waarin nog geen effectieve volksvertegenwoordiging bestaat, de weerstanden van de elites, die er bij de invoering van democratie op achteruit zouden gaan, kunnen overwinnen. Geen van de machtelozen in, zeg, Irak, Rusland of China, zul je enig redelijk bezwaar horen uiten tegen het principe van democratie, zoals hierboven uiteengezet. De pioniers die Amerika cultiveerden, kenden meestal slechts een zeer geringe welvaart en intellectuele ontwikkeling. Toch gedroegen deze eerste gemeenschappen zich al strikt democratisch.

"Democratie', heeft iemand eens gezegd, "is de minst slechte staatsvorm'. De minst slechte, omdat ook een democratie niet het paradijs op aarde is. De Tocqueville merkte al op dat de meerderheid, die in een democratisch land meestal het best te verstaan is, een enigszins vulgaire smaak heeft. Bovendien moet ook in een democratie de menselijke rede vaak gekoesterd en beschermd worden, alsof hij op de lijst van monumentenzorg staat. Het door redeneren, met redelijke argumenten, verdedigen van een belang of standpunt is het hoogste en beste waartoe de mens in staat is. Maar dat maakt het nog niet gemakkelijk. Deze faculteit kan zonder veel moeite genegeerd of onderdrukt worden, zelfs in een democratie, zelfs in een parlement.

Democratie, en alle daarvan afgeleide rechten van de mens, stoelt dus op goede, redelijke, door ieder mens te begrijpen principes. Net zo min als wij zelf van democratie afzien omdat zij slechts met moeite te handhaven is, moeten wij ondemocratische landen voorhouden dat democratie niet geschikt voor hen is, alleen maar omdat het moeilijk is haar in te voeren.