De race die niemand won

Afgelopen zaterdag eindigde de Grand National voor jockeys, trainers, paarden- bezitters en de eigenaren van de wedkantoren in een nachtmerrie. De beroemdste en meest omstreden hindernis- race in Engeland werd geannuleerd: geen winnaar, geen roem, geen geld. Leon de Wolff was in de voorafgaande week te gast bij Nick Gaselee, trainer van de favoriet Party Politics. Tussen "lads' en "legs': de dagen voor de National Disaster.

Party Politics, de favoriet van de bookmakers probeert een goed plaatsje te vinden aan de linkerzijde van de startlijn. Het paard wil niet erg vooruit, zodat jockey Carl Llewellyn zijn hoog opgeheven benen tegen het paard moet aandrukken om hem tussen de concurrentie te drijven. Bijna alle 39 paarden staan vlak voor de elastieken startlijn. Uiterst rechts van het veld heeft John Durkan moeite Royale Speedmaster tussen de anderen te voegen en als het hem bijna is gelukt verwachten de 60.000 toeschouwers op de racecourse van Aintree dat het lint naar boven zal springen. Maar de start blijft uit. Agenten en mannen van de veiligheidsdienst rennen naar hindernis één, een haag van gevlochten dennetakken. Plotseling richten de verrekijkers van het publiek zich niet meer op de jockeys en de paarden, maar op een aantal demonstranten van de "Animal Rights Movement' die voor de één meter en zestig centimeter hoge hindernis zijn gaan staan. Ze zien hoe een agent op een schimmel een demonstrant naar de balustrade dwingt. Gejoel en verontwaardiging op de tribunes.

De opgewarmde spieren van de paarden koelen af door de regen die de harde wind tegen hun lichaam striemt. De adrenaline in de lijven van de jockeys begint de tolerantiegrens te naderen. Ze willen weg. Minutenlang stappen ze rondjes. Het is inmiddels 15.56 uur, zes minuten na de beoogde starttijd. Captain Keith Brown, de starter die aan zijn laatste Grand National begint, wacht op het teken dat de baan vrij is en dirigeert dan de paarden voor het vijftig meter lange startelastiek. Het is zover. Captain Brown haalt de hendel over maar het elastiek schiet niet ver genoeg omhoog. Een van de paarden trekt het startlint mee. Een valse start besluit captain Brown snel, waarop tweehonderd meter verder Ken Evans een rode vlag omhoog steekt. Een aantal jockeys kan nog net voor de eerste hindernis worden tegengehouden en de zenuwslopende startroutine begint opnieuw.

""Ik heb alle Grand Nationals van na de oorlog gezien'', zegt een man naast me op de tribune, ""maar dit heb ik nog nooit meegemaakt.''

Weer raken paarden en jockeys verstrikt in het startlint. Het striemt de keel van top-jockey Richard Dunwoody. Hij buigt zijn paard naar rechts om zich te bevrijden. Captain Brown constateert een nieuwe valse start, maar meneer Evans heeft het deze keer niet in de gaten en zwaait niet met de rode vlag. Het is formeel een valse start, maar de meeste jockeys weten het niet. Zij bestormen met 50 kilometer per uur het ruim drie en een halve kilometer lange parcours dat twee keer moet worden afgelegd.

""En daar gaat Romany King aan de buitenkant, met Esha Ness aan de binnenkant gevolgd door Cahervillahow richting Bechers Brook'', klinkt het door de luidsprekers. Bechers Brook is een van de zwaarste hindernissen in het parcours. Het is een 1.60 m hoge heg van gevlochten naaldtakken. Achter de heg is de grond zo'n 50 centimeter lager dan voor de heg en dat betekent dat paard en ruiter de hindernis in een goede balans moeten nemen, doen ze dat niet dan is een val onvermijdelijk.

""Veel te gevaarlijk zo'n hindernis!'' riepen de critici van de Grand National vanaf het moment dat de race in 1839 voor het eerst werd gehouden. En zo is het parcours in de loop der jaren een paar keer aangepast. Aan de hoogte is niet erg veel veranderd, maar drie jaar geleden is wel de kern van de hindernissen van een flexibeler houtsoort gemaakt terwijl de takken minder stevig tegen elkaar zijn getrokken. De paarden kunnen er doorheen springen. Bovendien zijn de afsprongen wat lager en is de bodem waar de paarden op landen vlakker.

Dick Francis, zelf jarenlang jockey en schrijver van tientallen detectives die zich in de racewereld afspelen, laat er geen misverstand over bestaan dat de huidige race door die veranderingen heel wat anders is dan dertig jaar geleden. De inmiddels 73-jarige Francis was even over uit de Cayman Islands om de Grand National te zien en wilde zijn visie wel geven op de ontwikkeling van het evenement.

Francis: ""Er is een groot verschil tussen de Grand National van nu en de Grand National in de tijd dat ik hem reed. Om te beginnen zijn de hindernissen veel zachter dan vroeger. Als je nu een hindernis raakt dan komen de takken eruit, maar vroeger betekende raken een grote kans op een val. In de loop der jaren zijn hindernissen bovendien kleiner gemaakt en zijn de landingen eenvoudiger geworden. Het is waar dat dit er toe heeft geleid dat een ander type paard aan de Grand National meedoet. Het is niet meer zozeer de moedige, slimme springer, maar de snelle racemachine.''

Bolhoed en rode vlag

Alle paarden slagen erin Bechers Brook veilig te passeren en op gaat het naar de Canal Corner. De commentator twijfelt of hij de race moet verslaan of niet. Het is een valse start, maar dertig van de 39 paarden denderen over het parcours. De ruiters beseffen niet dat de start vals is of trekken zich er niets van aan. De paarden springen de ene na de andere hindernis en stormen af op de Chair, de moeilijkste van het parcours: een sloot van twee meter voor een heg van 1.60 m. Een official met bolhoed en rode vlag loopt de baan op, maar maakt zich uit de voeten als hij merkt dat de paarden doorgalopperen.

Daar gaan ze naar de waterhindernis, een heg van 1.40 m met daarachter een sloot van drie meter. Als de paarden naar links afbuigen voor de tweede ronde is het tot de meeste jockeys doorgedrongen dat er iets mis is. Maar negen van hen weten niet van ophouden en beginnen aan ronde twee. De speakers van de racebaan in Aintree Liverpool weten nog steeds niet goed wat ze met de situatie aan moeten. ""Het is heel moeilijk er achter te komen wat er aan de hand is, maar het lijkt erop dat een stuk of tien paarden doorgaan en de Grand National rijden die er nooit was.

""En daar gaan ze richting Bechers Brook met Givus A Buck en The Committee. Allemaal springen ze hem goed en gaan ze verder gaan naar de Canal Turn in deze opmerkelijke Grand National.''

Twee paarden liggen op kop, stormen naar de Valentines, maken een slechte sprong en vallen bij het neerkomen. De jockeys maken zich klein als een bal om de achteropkomende paarden te mijden.

De speaker laat in een zin weten dat Sure Metal is gevallen en dat van officiële zijde is meegedeeld dat dit geen officiële race is. ""Deze race vindt eigenlijk niet echt plaats'', klinkt het door de luidsprekers en onmiddellijk na deze mededeling vervolgt de speaker zijn verslag.

Esha Ness ligt op kop en wekt niet de indruk te weten dat de race ongeldig is. Cahervillahow probeert hem te passeren. De jockeys zitten gehurkt op hun paarden, teugels in de ene hand, zweep in de andere. Esha Ness passeert de finishlijn als eerste en jockey John White denkt dat hij de race heeft gewonnen, waarover hij zijn leven lang gedroomd heeft. Twintig seconden later hoort hij dat er helemaal geen race was en begint hij te huilen. Hij heeft de Grand National gewonnen die niet was verreden. De "Not So Grand National'. De blamage uit de geschiedenis van de Britse paardenraces.

Queen Mother

Nick Gaselee, de trainer van Party Politics, toont zich in de week voor de race een volmaakte "gentleman'. Niet erg rijk, wel erg keurig. Als hij spreekt lijkt het alsof hij glimlacht en wat hij zegt klinkt altijd beschaafd, weinig mondbewegingen, heldere zinnen, zelden een woord teveel. Hij is slank, aan de kleine kant, midden vijftig en als de gelegenheid maar een beetje formeel is, gaat hij gekleed in country tweeds.

Zijn vader was master van de "foxhounds' in Ashford Valley en hij trainde paarden voor de Queen Mother. Prins Charles mocht nog wel eens langs komen en reed dan samen met Gaselee naar de galops, omringd door veiligheidsagenten in Range Rovers. Zelf was Nick Gaselee amateurjockey en hij won als enige amateur de prestigieuze prijs van de meeste winnende races tijdens het Cheltenham Festival.

Het is tijd voor de "evening stables': de trainer - door elke lad in elke stal aangesproken met "gouvernor' - inspecteert de paarden. Gordon, een van de staljongens, haalt het dek van het paard af dat hij verzorgt. Gaselee voelt aan zijn rug en aan zijn benen en constateert dat ze hard en koud zijn. Gaselee geeft Gordon wat aanwijzingen voor de volgende dag en loopt naar de tweede box waar een oudere, gedrongen man het dek van zijn paard afneemt. ""Ziet er goed uit John'', zegt Gaselee die zijn ronde vervolgt.

Net als Gordon die zeventien is, maar er uitziet als dertien, is John een van de "lads', die verantwoordelijk zijn voor gemiddeld twee à drie paarden. Ze rijden de paarden, voeren ze en gaan ermee op wedstrijd. Gaselee heeft ongeveer dertig paarden en zo'n tien lads onder wie de "head lad' bijgenaamd "Jumbo', een hartelijke Ier van midden veertig.

John blijkt Nederlands te spreken. ""Ik heb het in de oorlog geleerd. In Breda, daar heb ik een paar jaar gezeten, als Pools soldaat moet u weten. Na de oorlog ben ik met mijn officier naar Duitsland gegaan om de paarden terug te halen die de Duitsers hadden meegenomen.'' John Ciechenowski heeft over heel de wereld gezworven, is trainer geweest en werkt nu als lad bij Gaselee, maar rijdt de racepaarden alleen als er wordt gegaloppeerd, stappen dat doet hij niet. John is 72. ""Een gestudeerde man'' zou Gaselee later zeggen.

Handicap

Gaselee staat voor de box van Party Politics, de winnaar van de Grand National in 1992 en "PP' voor intimi. Het is een enorm groot paard. Paul Rogers - bijgenaamd "Buck' - slaat met trots het dek terug. Gaselee wrijft over de rug van het paard, voelt aan zijn benen en bekijkt de "tube' die in zijn keel is aangebracht. Twee maanden geleden is "PP' geopereerd. Zijn ademhalingsproblemen zijn verholpen door een gat in zijn keel te maken en er een metalen opening in aan te brengen die direct op de longen aansluit. Op die manier ademt het paard via de buis in zijn keel en niet meer via de neus.

" De tube werkt goed hè?", vraagt Gaselee retorisch. Buck knikt. "PP' is in prima conditie.

Sheila werkt al meer dan 15 jaar voor Nick Gaselee. Ook zij is lad en in de veewagen op weg naar een race leer ik van haar dat de meeste jockeys zo zijn begonnen. Ze verdienen weinig, maar leren een racepaard te rijden. Als ze talent hebben en licht genoeg zijn hebben ze een kans om het te maken. Licht zijn is belangrijk. Acht "stone' - 50 kilo - is mooi, negen "stone' wil ook nog wel lukken, maar zwaarder is niet best.

Voor een trainer is het heel aantrekklijk om een getalenteerde beginnende jockey in zijn stal te hebben. Hij is niet alleen goedkoop, maar mag volgens de regels ook de handicap van het paard met zeven pond verminderen. Zodra een jockey vijftig races heeft gewonnen vervalt die bonus en breekt de beslissende periode aan. ""De meeste jockeys hebben dan geen extra waarde meer'', zegt Sheila. ""Op zo'n moment moet je een trainer hebben die achter je staat en in je gelooft en moet je het geluk hebben om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. Er zijn zoveel jockeys die vijftig races winnen om daarna van de aarde te verdwijnen, je hoort niets meer van ze.''

Heel wat jockeys die zich te oud vinden voor de sport, onderhouden de band met hun avontuurlijke jaren door niet meer op een paard te rijden, maar er een te hebben. Zij vormen een kleine categorie paardenbezitters. Daarnaast zijn er vooral adelijke eigenaren die al sinds generaties paarden hebben en voor wie het hebben van een of meer racepaarden een vanzelfsprekendheid is. Ook deze groep is klein. Dan is er de landed gentry, kleinere landeigenaren die als ze moeten kiezen tussen het hebben van een racepaard of het laten schilderen van hun huis zonder dralen voor het eerste kiezen. We zien het "nieuwe geld' dat probeert het oude geld te imiteren en de races bezoekt in country tweeds en een trilby, een vilten hoed die bij voorkeur havanna-bruin is. We zien ook wel wat "nieuw geld' dat geen enkele poging onderneemt om keurig te zijn en bij voorkeur gebukt gaat onder zware lasten goud. Deze categorie hoort meer bij de "flat races' dan bij de National Hunt (races met hindernissen).

De trainers van National Hunt paarden hebben net als jockeys en paardeneigenaren verschillende sociale achtergronden die mede hun status bepalen in de informele hiërarchie van de Jockey Club, de KNVB voor de Engelse paardenraces. Het trainen van racepaarden is een dure en riskante bezigheid, zodat alleen degenen met geld of degenen met de goede contacten een kans hebben om te overleven. Gaselee behoort tot de categorie van trainers die op een public school hebben gezeten, een paar jaar officier in het Engelse leger zijn geweest en meer contacten hebben dan geld.

Anderen, zoals Martin Pipe, komen uit de categorie nieuw geld: vader werd rijk als bookmaker. Jenny Pitman, de trainer van Grand National favorieten Romany King en Garrisson Savannah, geldt als een uitzondering op de regel. Zij begon als lad, werd jockey en vervolgens trainer: een staljongensdroom die maar zelden uitkomt. Pitman is grof in alles wat ze doet. Ze werkt hard en onbesuisd, schreeuwt veel en voelt zich snel aangevallen. Het heeft haar niet geliefd gemaakt in Upper Lambourn, "the valley of the horse', zo'n dertig kilometer ten zuidwesten van Oxford. Upper Lambourn leeft van racepaarden. Meer dan 25 trainers, onder wie Gaselee, hebben er hun stallen en op de glooiende heuvels lopen verschillende galops, brede goed geprepareerde paden, waar je elke morgen tientallen paarden ziet galopperen.

Duke of Milan

Het zadel is erg smal en de beugelriemen zijn veel korter dan normaal, maar niet zo kort als ik had gevreesd. ""Dat doen ze alleen op de "flat', de races waar de paarden niet springen'', zegt "Jumbo' die me helpt de "Duke of Milan' te bestijgen. ""De Duke heeft ons altijd heel goed gediend'', had Gaselee gezegd, ""maar is nu te oud voor het werk.''

Om kwart voor zeven in de morgen waait het behoorlijk en stort de regen op z'n Engels uit de hemel. De "Duke' is er niet van onder de indruk en stapt rustig over de yard. De lads vinden het helemaal niet spannend in het gure weer te moeten stappen en draven, maar ik denk daar anders over. De "Duke' trekt een beetje, maar als hij voorop mag lopen en ik hem duidelijk maak wat het gewenste tempo is door niet teveel, maar ook niet te weinig druk op de teugel te houden, doet hij precies wat er van hem wordt verlangd. Na een kwartier heeft de regen mijn rijbroek doorweekt en sijpelt er water langs de kraag van mijn jas naar binnen. Maar mijn helm houdt het hoofd droog.

De galops in Upper Lambourn lopen kilometers lang over flauwe heuvels afgewisseld met vlakke stukken, waar hindernissen zijn gebouwd. Er zijn kleine hurdles en steeple-chase hindernissen. Een steeple-chase is een bak met takken die heel vast tegen elkaar zijn gebonden en vervolgens zijn gesnoeid, zodat de bovenkant vlak en plat is. Een volwassen steeple is 1.40 m. hoog, maar ze zijn er ook lager. De hindernis is van onderen veel breder dan van boven, zodat de takken eerst schuin naar voren liggen en dan pas wat meer rechtop gaan staan. Aan de voet van de hindernis ligt een oranje geverfde balk en tegen het midden van de oplopende takken is opnieuw een oranje balk bevestigd, zodat de paarden goed kunnen zien waar ze moeten afzetten. De hindernis wordt aan beide zijden geflankeerd door een railing van zachte plastic buizen, de zogenaamde vleugels.

Dick Francis zal me op Aintree uitleggen hoe een jockey op zo'n enorme hindernis toerijdt met snelheden van rond de 50 kilometer per uur: ""Als je tussen de vleugels van de hindernis komt gooi je je hart eroverheen en hoop je dat je paard de hindernis springt zodat je je hart aan de andere kant kunt oppakken.''

Francis: ""Een ervaren jockey weet of het paard uitkomt of niet. Als het paard goed uitkomt dan ga je mee met de beweging, als het niet goed dreigt uit te komen dan geef je het een schop zodat het zijn galopsprong groter maakt of je laat het de sprong verkleinen door je gewicht meer naar achteren te verplaatsen. Dit soort correcties moeten gebeurd zijn voordat je tussen de vleugels van de hindernis zit, want het gaat zo hard dat er anders geen tijd meer voor is. Hoe eerder je ziet hoe het paard uitkomt hoe groter de kans dat je er daadwerkelijk wat aan kunt doen en hier verraadt zich het oog van de goede jockey.''

De invloed van een jockey mag ik niet overdrijven. ""Zestig kilo heeft niet zoveel te vertellen over 500 kilo die met 50 kilometer per uur over het gras rent. Daarom kan je voor de sprong niet zo erg veel doen en is het belangrijkste dat je het paard niet stoort.''

Groene paarden

Op de galops in Lambourn wordt er die ochtend niet gesprongen. Het is daarvoor te laat in het seizoen. Het heeft weinig zin groene paarden te trainen. De training bestaat vooral uit een uurtje stappen, draven, een handgalop en een rengalop.

Voor een bedrijfstak waar zoveel geld in omgaat is de aanpak van de training opvallend simpel, om niet te zeggen weinig doordacht. Maandag een uurtje stappen en draven, dinsdag een uurtje stappen en draven en een rustige galop van acht furlongs (ongeveer 1700 meter). Woensdag is een "werkdag' en dat betekent een of twee rustige galops van zeven tot acht furlongs en een "blow out' van vijf. Donderdag een uurtje stappen en draven. Vrijdag acht furlongs rustig galopperen, zaterdag hard werken zoals woensdag en zondag niets, behalve als er maandag een race is.

De Engelse trainers baseren hun trainingsschema op traditie en gevoel. Wetenschappelijke begeleiding is er nauwelijks. Hooguit een enkeling maakt gebruik van de bestaande veterinaire kennis bij het fit krijgen van zijn paarden, bij het vaststellen van hun fitheid en bij het voorkomen en behandelen van blessures.

De lads maken grapjes als de paarden door de straten van Lambourn naar de stal van Nick Gaselee stappen. Het regent bijna niet meer. Ik zit doorweekt op de Duke of Milan, mijn handen tintelen van de kou en ik heb zin in een heet bad. ""Het was wel erg nat geloof ik'', zegt mevrouw Gaselee als ik tien minuten later aan hun ontbijttafel zit. ""Niet bijster droog,'' antwoord ik, ""maar ik heb wel een racepaard gereden!''

Fiasco

Jockeys huilen als ze de kleedkamer van Aintree binnengaan. Wat het professionele hoogtepunt van het jaar had moeten worden werd een fiasco. Trainers zijn woedend en geëmotioneerd. Nick Gaselee ziet er kalm uit, maar is het allerminst. "Jumbo' was in Lambourn gebleven om de Grand National gade te slaan achter de tv met een goede fles whisky en na het debâcle ging die zonder veel moeite op.

Anderhalf uur na de race houdt de honorable Peter Greenall, directeur van de Aintree Racecourse een persconferentie. ""De Jockey Club zal een onderzoek instellen'', luidt de mededeling en er wordt bezien of de race opnieuw zal worden gereden maar die kans is klein. De Engelse pers zit achter de man aan die de rode vlag niet heeft geheven.

Een woordvoerder van de gokbedrijven laat weten dat de 75 miljoen pond die op de Grand National aan weddenschappen is ingezet zal worden teruggegeven, maar roept het publiek op niet allemaal op maandagmorgen voor de deur van hun gokkantoor te gaan staan. De woordvoerder van de Jockey Club heeft het al over nieuwe procedures. De zondagskranten meten het fiasco breed uit op hun voorpagina's. "National disaster' kopt de Sunday Telegraph paginabreed onder een foto van een huilende John Wite. "National reduced to farce', schrijft de Sunday Times.

Maar Mr. R. Treloggen, de amateurjockey is nauwelijks somber te krijgen. Net zo min als de eigenaar van Double Silk en zijn trainer Mendip Farmers. De traditie wil dat de dag voordat de Grand National wordt gereden een amateurrace wordt gehouden over hetzelfde parcours waar de hindernissen, alleen leggen de amateurs maar een ronde af. ""En daar komt Double Silk aan de binnenkant en Dark Dawn aan de buitenkant met daarachter Speakers Corner in de richting van finish... en het is Double Silk...''