De mooiste meisjes zaten achter ons aan, nu worden we verdrongen door de gele piraten'; China's chauffeurs getroffen door de cyclus van het lot

PEKING, 10 APRIL. China's gestage opmars naar de markteconomie zit vol ironieën. Een van de meest schreeuwende is dat de profiteurs van het eerste uur van China's zig-zag hervormingsproces, de taxi-chauffeurs, nu plotseling eisen dat de staat het marktmechanisme stopzet om concurrentie uit te schakelen. Jarenlang waren de chauffeurs van China's honderden staats-taxibedrijven, type Toyota Crown, de meest uitverkoren nouveaux-riches, die het tienvoud van een fabrieksarbeider of een hartchirurg verdienden.

“Tot ongeveer twee jaar geleden waren we de rijkste mannen van China. Alle mooie meisjes zaten achter ons aan. Nu hebben we bijna geen business meer wege ns die gele piraten”, lamenteerde chauffeur Wang en hij wees naar een van de talrijke mini-busjes, merk Daihatsu, die vanaf vorig jaar bij duizenden, allen geel gespoten, de files domineren.

Taxi-chauffeurs werken op contract-basis. Voor een Toyota Crown betalen zij 6.000 Yuan (fl. 1.800) per maand aan het taxi-bedrijf en wat zij daarboven binnenhalen is voor henzelf. In de jaren tachtig konden zij al naar gelang hun eerlijkheid 2.000 tot 8.000 yuan per maand vergaren, drie tot tien keer zoveel als opperste leider Deng Xiaoping.

Hun geprivilegieerde positie bereikte een hoogtepunt tijdens de ideologische ijstijd en economische inzinking die volgde op de gewelddadige onderdrukking van de democratische beweging in 1989. Er was opnieuw schaarste aan alles, ook aan taxi's die in de mottenballen gingen. Degenen die op de weg bleven pretendeerden dat hun meters kapot waren en verveelvoudigden hun tarieven. De passagiers waren hoofdzakelijk buitenlanders.

Maar met de geleidelijke terugkeer van het hervormingsgetij in 1991 en de doorbraak in 1992 hebben allerlei nieuwe marktfenomenen toegeslagen. Het regime moedigt overheidsfunctionarissen aan in de handel te gaan, professoren verkopen worstjes op de campus en langs de straat staat om de tien meter een Chinees met een doek te zwaaien om auto's te poetsen.

Het is zo extreem dat er een nieuwe cultus in China waart, niet die van Mao, maar van Mammon, de god van het geld. Het geld rinkelt zeer luidruchtig overal en steeds meer Chinezen hoeven niet meer op de fiets weer en wind te trotseren of zich in de overvolle, trage bussen te vechten. Zij hebben echter geen zin om twee yuan (fl.0,60) per km voor een Toyota Crown te betalen. Er is een enorme markt voor goedkoper "aanvullend vervoer' en Daihatsu, een Chinees-Japanse joint venture in de havenstad Tianjin 150 km oostwaarts heeft vorig jaar alleen al op de straten van Peking 3.000 kleine autootjes TJ 7100 en 30.000 mini-busjes losgelaten, die nu voor zeer concurrerende prijzen mensen oppikken.

De nieuwe taxi- en minibus-bedrijven functioneren als privé-ondernemingen, maar zijn in feite dochterondernemingen van allerlei noodlijdende staatsinstellingen, die in de dienstverlening gaan om extra inkomen te genereren. De TJ 7100 kost 1,60 yuan (fl. 0,50) per km en de busjes met zes zitplaatsen kosten tien yuan (fl. 3,-) voor elke rit binnen de derde rondweg, ongeacht de afstand. De lease voor een TJ 7100 is 5.000 yuan per maand en voor een minibus 3.000. De Chinezen zijn echter zo prijsbewust dat zij alleen nog maar in de alom tegenwoordige busjes stappen.

De Toyota Crowns en in mindere mate de TJ 7100's staan daarentegen in rijen van honderden bij de grote luxe hotels en het vliegveld urenlang op passagiers te wachten. De Toyota-chauffeurs zijn ten einde raad en hebben geëist dat hun lease-tarieven drastisch verlaagd worden, maar zonder resultaat. Zij willen gaan demonstreren en het verkeer op de Boulevard van de Eeuwige Vrede, de 16 kilometer lange achtbaans Oost-West as van Peking stilleggen. Mini-bus chauffeur Zhang was genadeloos in zijn commentaar: “Die verwende Toyota-chauffeurs moeten geen kapsones hebben. Zij zijn jarenlang God geweest en nu is de passagier God, want die heeft de keuze. Zij hebben zoveel geld verdiend en alles opgemaakt aan lekker eten en mooie vrouwen in de karaoke-bars. Ik ben heel realistisch over de markteconomie. Ik werk heel hard voor 2.000 yuan in de maand, maar dit blijft niet duren. De zon schijnt voor iedereen om de beurt, de cyclus van het lot”.

De politie heeft de taxi- en minibus-bedrijven gewaarschuwd hun chauffeurs onder druk te zetten niet te demonstreren. Toyota-chauffeur Wang verzuchtte: “Demonstreren in dit land is te gevaarlijk en werkt averechts. Er zit voor mij niets anders op dan mijn comfortabele Toyota Crown te verwisselen voor zo'n krap minibusje, waarin mijn knieën klem zitten tegen het stuurpaneel en mijn kop bij elk gat in de weg tegen het plafond vliegt. Ik was chauffeur bij een staatsbedrijf. Deze staat richt mij en zichzelf te gronde”.