De laatste hoop voor Rusland is de menselijke natuur

Ryszard Kapuscinski, de Poolse journalist en schrijver van onder meer De keizer en De voetbaloorlog, reisde een jaar lang door het uiteenvallende Sovjet-rijk. Zijn vuistdikke verslag, Het Imperium, verscheen deze maand in Polen en zal dit najaar in het Nederlands uitkomen. Deze week hield Kapuscinski in Rotterdam de Burgerzaallezing, "Van de USSR naar Rusland'. Hieronder een verkorte versie.

Alles wat in de voormalige Sovjet-Unie gebeurt moet bekeken worden vanuit mondiaal perspectief. We hebben de Koude Oorlog achter ons gelaten met een vraag: wat gebeurt er na dit hoofdstuk in de geschiedenis van de mensheid, dat bijna de hele tweede helft van de eeuw heeft beslagen?

Daar zijn diverse antwoorden. Aan de ene kant is er de these over “het eind van de geschiedenis”, drie jaar geleden geformuleerd door de Amerikaanse politieke wetenschapper Francis Fukuyama: de ideologische confrontatie, de confrontatie van systemen, is afgelopen - de geschiedenis is derhalve praktisch ten einde.

Aan de andere kant beweert de Amerikaanse wetenschapper John Gaddis, dat de confrontatie tussen Oost en West wordt vervangen door een confrontatie tussen de krachten van integratie en van desintegratie. Volgens een derde opvatting wordt de confrontatie tussen kapitalisme en communisme vervangen door die tussen Zuid en Noord, tussen de ontwikkelingslanden en de ontwikkelde wereld. Met andere woorden: de aard van de verdeling verandert, maar de spanningen blijven bestaan.

Persoonlijk denk ik dat er drie nieuwe fronten opdoemen. Het eerste, de nationalistische confrontatie, zal ontstaan in veel landen en in diverse werelddelen. Het tweede is de rassenconfrontatie, een groeiend gebied van conflicten en bedreigingen. Het derde is het fundamentalistische front, de confrontatie tussen religieuze extremen. En al deze fronten zijn zichtbaar in de voormalige Sovjet-Unie.

Wie zich met de Sovjet-Unie bezighoudt betreedt het terrein van het ondefinieerbare. De vroegere Sovjet-natie bestaat niet. Maar wat bestaat er wel? De oude structuur is ingestort maar niet vervangen door een nieuwe. De oude centra en machtsstructuren zijn verdwenen. Dat levert problemen op.

De massamedia omschrijven Boris Jeltsin vaak als de president van Rusland. In de nationale, wettelijke zin van het woord bestaat Rusland echter niet. Jeltsin is de president van de Russische Federale Republiek en waar Rusland begint en waar het eindigt wordt nergens duidelijk gezegd. Wel is echter duidelijk dat de Russische Federale Republiek 34 republieken, districten en provincies telt, waarvan er veel een hoogst nationalistische koers zijn ingeslagen. Zij zijn niet erg geneigd zich aan Rusland of Jeltsin te onderwerpen. Het gevolg is dat de desintegratie van de hele USSR nu wordt gevolgd door een tweede fase van desintegratie, de ineenstorting van de Russische Federatie.

Het historische Rusland, het voormalige Hertogdom Moskou, beslaat maar twaalf van de 34 administratieve districten van de Federatie. De bewoners van de andere autonome republieken, die ook tot die Federatie behoren, spreken vaak zelfs geen Russisch: het is de moeite waard naar de Jakoetische Republiek te gaan om dat te ervaren. Maar in het gebied van de Jakoeten (Sacha noemen ze zich tegenwoordig), een gebied dat net zo groot is als Europa, liggen de belangrijkste goud- en diamantvoorraden waarover Rusland nog altijd de baas speelt. Het wekt dan ook geen verbazing dat de Jakoeten blijven protesteren; hun bevolking telt maar een miljoen zielen, hun land is afschuwelijk arm, maar hun nationalistische gevoelens zijn al heel sterk ontwikkeld. En dat is maar een van de conflicten die in de Russische Federatie ontstaan.

Het publiek hoort over wat er in Rusland gebeurt van journalisten die doorgaans hun contacten beperken tot de intellectuelen van Moskou en St. Petersburg. Maar de intelligentsia van Moskou en St. Petersburg en de rest van het Russische volk zijn twee gescheiden werelden. De informanten van de publieke opinie in de wereld zijn heel vaak niet vertrouwd met het platteland. De elites in de hoofdstad bestaan uit interessante mensen, maar hun belangrijkste karaktertrek is vaak een totale vervreemding van zowel de samenleving als de werkelijkheid. Russen zijn dol op discussiëren,ze sluiten zich graag op binnen vier muren om dagen en nachten door te kletsen. Negentig procent van de perestrojka bestond uit louter woorden. Toen de mijnwerkers in Vorkoeta ten noorden van de Poolcirkel in staking gingen, was ik het die erop uit ging om hen te bezoeken - niet de Russische intellectuelen.

Laat me de vraag opwerpen: wie is Rus? In de vroegere Sovjet-Unie zijn de naties zo door elkaar geschud dat dat in veel gevallen niet is vast te stellen. Als de vader een Kirgies is en de moeder een Oekraïense, wat is dan de zoon? Op de vraag naar iemands nationaliteit komt vaak dit antwoord: “Ik ben geregistreerd als Rus”, omdat een nationaliteitsaanduiding bepaalde praktische gevolgen had.

Volgens de statistiek telt de voormalige Sovjet-Unie op driehonderd miljoen inwoners honderdveertig miljoen Russen. De ware identiteit van velen van hen is echter twijfelachtig. De notie van “homo sovieticus”, die in mijn land zo wordt veracht, is heel vaak de enige positieve identificatie. Er bestaat een Russisch lied, "Mijn adres is de Sovjet-Unie', maar dit adres bestaat niet meer. Als de media de voormalige Sovjet-Unie presenteren in de vorm van lege winkels manipuleren ze: de ware tragedie van de mensen ligt niet verscholen in het feit dat die winkels leeg zijn, maar in het feit dat hun bewustzijn is geschokt.

Russen zijn een zeer religieuze gemeenschap - niet in de zin van kerkbezoek, maar in de zin van hun perceptie van de wereld: het geloof is voor hen de basis van de menselijke activiteit. Nu staan ze voor de grote vraag waar ze in moeten geloven. Er is niets om in te geloven: God is vergeten, Lenin is van zijn voetstuk gehaald, het communisme bestaat niet meer. Niemand weet wat er over is. Die leegte kwelt en overheerst. Democratie? Niemand weet precies wat dat is. Sommigen bekeren zich tot het kapitalisme, maar anderen zijn bang. De bewustzijnscrisis is zeer diep en leidt tot de verlamming van de hele samenleving. En de enige ideologie die uit die leegte naar voren treedt is het nationalisme.

De huidige fragmentatie van het Imperium wordt voor een deel gerechtvaardigd doordat iedereen zich opsluit binnen de vier muren van zijn eigen natie, zijn eigen stam. Dat is het enige wat mensen verenigt: iedereen wil zich afscheiden, nu, meteen! Niemand denkt na over wat er daarna gebeurt. Ze denken dat ze na de afscheiding Amerikaanse hulp krijgen, dollars, dat ze hun eigen ministeries kunnen vormen en hun eigen KGB, en uit het staatsverband kunnen stappen.

Naast die desintegratie worden de Groot-Russen juist beheerst door de integratiegedachte. Zij zijn het enige volk dat nog in termen van handhaving van het Imperium denkt. Het imperium zit hen in het bloed. De meesten weigeren te accepteren dat de Sovjet-Unie niet langer bestaat. We zijn in twee jaar tijds, zo redeneren ze, alles kwijtgeraakt wat we in vierhonderd jaar hebben opgebouwd. Daar zijn ze het allen over eens, de linksen, de revolutionairen, de democraten, anti-communisten, dogmatici, degenen die de coup van augustus 1991 steunden.

Als we de mentaliteit van een Rus willen begrijpen moeten we Rusland zien als geloofsobject. Tijdens een betoging in Moskou las de democraat en toenmalige loco-burgemeester van Moskou Stankevitsj een soort litanie op Rusland voor, die door de menigte werd herhaald: “Vergeef ons onze zonden, o Rusland, jij zult ons leiden, o Rusland, we knielen voor je neer, o Rusland.” Woord voor woord. Een ware Rus gelooft in Rusland en zijn geloof zal waarschijnlijk in kracht alleen nog maar toenemen.

Laat me tenslotte nog even stilstaan bij de perspectieven. Niet over die van de naaste toekomst - niemand kent het antwoord. Op het ogenblik lijkt het desintegratieproces door te gaan en we kunnen alleen maar bidden dat het een vreedzaam proces zal zijn. Niets wijst er tot nu toe op dat enige alternatieve structuur naar voren treedt. Er is nog een lange weg te gaan naar de verbetering van de levensstandaard. Armoe zal er nog lang blijven. Het Russische klimaat en de Russische grond zijn rampzalig.

Hongersnood is al eeuwenlang een schrikbeeld. Het spook van de hongersnood bedreigt alle Russen. Brood bepaalt daarom in Rusland alles. De samenleving leeft van brood, brood is het goedkoopste en tot voor kort enige goed dat voor iedereen bereikbaar was. Het hele inefficiënte systeem werkte - afgezien van de bewapening natuurlijk - maar in één opzicht: het zorgde voor een rechtvaardige en accurate verdeling van brood. Als je mensen op straat zag, gingen ze brood kopen of hadden ze dat net gedaan.

Nu begint er een tragedie: er treden broodtekorten op. Dat er geen vlees is geeft niets. Maar brood is het symbool van het leven, van het bestaan. Tekort aan brood betekent de dood.

Een ander probleem is het lage kennisniveau. Ik heb het natuurlijk niet over de intellectuele of academische voorhoede, ik heb het over de gewone mensen. Ze weten gewoon heel weinig. En ze stellen zelfs geen vragen, want vroeger werden ze daarvoor naar de werkkampen gestuurd en bovendien, ze weten niet wat ze zouden moeten vragen. Ze weten weinig van de wereld. De Sovjet-Unie is op de een of andere manier hun substituut voor de wereld. Als ik hun vertel dat ik in heel warme landen ben geweest zeggen ze dat zij ook in heel warme landen zijn geweest, in Georgië bijvoorbeeld.

De Russische filosoof Berdjajev heeft het Russische volk eens een antinoom volk genoemd en dat is ook de belangrijkste karaktertrek van de Russen. Het is aan de ene kant een volk dat grote gastvrijheid en hartelijkheid aan de dag kan leggen, maar er is aan de andere kant - Dostojevski heeft dat duidelijk aangetoond - een bepaalde onverschillige wreedheid in de Russische mentaliteit. Die karaktertrek wordt nu in Lenin ontdekt. Onlangs is een aantal telegrammen van Lenin uit de jaren 1918 en 1919 gepubliceerd waarin hij voortdurend nieuwe executies eist. Waarom schieten jullie niet meer mensen dood? Waarom zetten jullie zo weinig mensen voor het vuurpeloton? Waarom hebben jullie zo veel goud en waardevolle spullen in de kerken laten liggen?

Miljoenen mensen zijn in Stalins tijd gestorven. Een deel van die slachtoffers heeft het losgeld betaald voor een wrede logica. Maar een ander deel, miljoenen mensen, is nodeloos vermoord. Niemand weet waarom. Er was geen reden waarom ze moesten worden doodgeschoten of waarom ze moesten verhongeren.

Een vraag die het geweten betreft: wie was schuldig? Daar kun je met Russen niet over praten, ze reageren dan heftig, emotioneel. Ze zijn bereid om met Solzjenitsyn te geloven dat de Oktober Revolutie en alles wat daarop volgde een internationale samenzwering was van joden, Polen, Litouwers en weet ik wie nog meer, bedoeld om het Russische volk te vernietigen. Dat is een van die grote thema's die niet rationeel besproken kunnen worden. Alle argumenten ketsen af op de emoties.

Hoe moet het nu verder met Rusland? Wat is ervan over? De wapenindustrie is over, het hele land ligt vol met massavernietigingswapens, alles is verwoest maar wapens worden nog steeds gefabriceerd. Zestien miljoen mensen werken in de wapenindustrie, zestien miljoen mensen gaan elke ochtend aan het werk en maken nieuwe tanks en artillerie en jachtvliegtuigen.

De democratische krachten zijn zwak. Het gaat om een beweging van academici, van de intelligentsia, zonder verbinding met de wereld en bovendien onderling verdeeld. Aardige, prachtige mensen, briljant in de conversatie. Maar ze kunnen niet de plaats van de huidige machthebbers innemen. De macht berust nu uitsluitend bij het oude partijapparaat. Waar tegenwoordig conflicten zijn gaat het om conflicten tussen verschillende groepen uit de voormalige partijbureaucratie en het bestuursapparaat, tussen bijvoorbeeld centrale en lokale bureaucraten. In het algemeen gesproken zou de lokale bureaucratie graag korte metten maken met het centrum als dat opdringt.

Het vroegere Sovjet-imperium bevindt zich nu in de overgangsfase, nu alle elementen van het oude systeem en het kader van de nieuwe orde door elkaar raken. Die overgangsfase vormt voor alles een alibi. Lopen er zaken verkeerd? Pech gehad, het is een overgangsfase. Zijn er tekorten? Begrijpelijk, dit is een overgangsfase. Zitten oude machthebbers nog op hun stoel? Geen zorg, het is nog maar de overgangsfase.

Amerikaanse sovjetologen hebben de plotselinge ineenstorting van de Sovjet-Unie niet voorzien. Maar zelfs de mensen die die wel hebben voorspeld zijn bang geweest dat de bolsjewieken, alvorens te vertrekken, het land in brand zouden steken, het zouden verdrinken in een zee van bloed. Dat is niet gebeurd. Het communisme is met relatief weinig bloedvergieten gevallen, in Rusland zelf zelfs zonder bloedvergieten. We kunnen in de hele wereld een zich uitbreidend fenomeen van fluwelen revoluties ontdekken, onbloedige revoluties, of - zoals Isaac Deutscher ze heeft genoemd - onvoltooide revoluties.

Hun belangrijkste karaktertrek is dat de oude krachten wel vertrekken, maar niet helemáál, en dat de strijd van het oude tegen het nieuwe aan beide kanten van de barricade diverse aanpassingsprocessen doormaakt. Bloed wordt vergoten - en dat is interessant - op plaatsen waar blind nationalisme, religieus fundamentalisme of beestachtig racisme - de drie donkere wolken die de hemel aan het begin van de 21ste eeuw kunnen verduisteren - in de aanval gaan. Waar het echter gaat om de verandering van het sociale systeem en om uiteenlopende vormen van klassenstrijd, is het transformatieproces veel milder en - en dat is symptomatisch - bloedeloos.

Terug naar Rusland: wat is er van het oude systeem, van de vroegere USSR, nu, in april 1993, nog over? Ten eerste de oude nomenklatoera, bestaande uit de staats-, economische, militaire en politie-bureaucratie. Russische sociologen gaan ervan uit dat het om achttien miljoen mensen gaat. Er is geen alternatief en het zal nog lang duren voor er een nieuwe politieke klasse ontstaat. Dan zijn er twee geweldige legers: het Russische leger en de troepen van het ministerie van binnenlandse zaken. Er zijn legers die de grenzen en de spoorwegen bewaken, de luchtmacht en de marine. Samen tellen zij miljoenen mensen. Ten derde heb je de machtige KGB en de militie. De zware industrie, inclusief het militair-industrieel complex, die in produktie- en research-centra zestien miljoen mensen aan het werk houdt, is nog in staatshanden. De leiders van die sector spelen een belangrijke en actieve rol in het politieke leven. Vervolgens is de staat nog steeds landeigenaar. De oude wetgeving is nog intact en tenslotte zit men nog met alle oude gebruiken, het oude sociale gedrag, de verouderde meningen, die zich in de loop van tientallen jaren hebben vastgezet in de mensen.

Dan kampt men nog met de grote en tragische erfenis van het communisme: de onderdrukking en de vervolging die in 1917 begonnen en tientallen jaren duurden en soms de vorm van massale uitroeiing aannamen.

Dit alles heeft geleid tot een verbijsterende demoralisering van grote groepen mensen, het gedijen van criminele benden, de terreur van mafiosi en racketeers. Die criminaliteit dringt bovendien nogal eens door naar de top. Er is een actieve en schaamteloze zwarte markt in wapens, er is een agressieve vorm van diefstal, er is een epidemie van corruptie, dronkenschap, verkrachting, cynisme, en er is een alomtegenwoordige uiterst vulgaire grofheid.

Op het politieke toneel woedt intussen een felle machtsstrijd. Het valt niet mee te bepalen welke van de groepen die tegenover elkaar staan progressief zijn en welke conservatief. Eigenlijk valt nauwelijks te bepalen of die criteria nog wel kunnen worden toegepast.

De samenleving is vermoeid en gedesillusioneerd, misschien omdat de kansen van de hervormingen tevoren te optimistisch zijn ingeschat. Men schijnt te zijn vergeten dat de samenleving zeventig jaar lang met bloed en ijzer tot een granieten rots is omgevormd. Hoeveel tijd, kracht en geld zijn nodig om die rots te versplinteren? Laten we nog minstens tien of twintig jaar wachten.

Toch is het laatste jaar van teleurstellingen lang genoeg geweest om de politieke atmosfeer in het land te veranderen. De democratische krachten, zo actief in de strijd tegen het communisme, zijn naar de marges van het politieke toneel gedrongen. Over democratie wordt steeds minder gepraat. Er is een atmosfeer van passieve verwachting en apathie en van politieke onverschilligheid. Zij die zich uitspreken voor de consolidering van de macht met autoritaire methoden winnen terrein. Ze scheppen een klimaat dat alle soorten dictatuur ten goede komt.

Toch is er ook plaats voor optimisme. Grote samenlevingen hebben een grote innerlijke kracht. Ze hebben genoeg vitale energie en onbeperkte hulpbronnen van allerlei aard, ze stijgen daarmee uit boven ernstige nederlagen, ze komen daarmee bij van pijnlijke crises.

China slaagde erin uit een dieptepunt van vernedering en hongersnood op te krabbelen, net als India. Brazilië en Indonesië hebben hetzelfde gepresteerd. Het grote aantal inwoners, hun coherente structuur, hun vermogen om te lijden en hun ambitie om te scheppen kunnen onder moeilijke omstandigheden opmerkelijke resultaten opleveren. Dat is ook op Rusland van toepassing.

Nog meer aanleiding voor optimisme vormt de nieuwe generatie. Dat is niet alleen een biologisch gegeven, maar wie weet ook een fundamentele verandering in de politieke en wetgevende orde. De oude generatie die de macht nog in handen heeft en is "geïnfecteerd' door het communisme, zijn waarden en zijn ideologie, zal spoedig verdwijnen. Haar plaats wordt ingenomen door jongeren, die pragmatisch, creatief en democratisch denken en de wil en de ambitie bezitten om een ander Rusland op te bouwen.