De gevaren van een subtiele bureaucratische repressie

In de NRC van 1 april wijst de politicoloog Raadschelders er op dat het begrip bureaucratie niet per definitie negatief is.

Volgens hem is de bureaucratie in onze samenleving een heel bruikbare organisatievorm. Toch is bureaucratie iets dat alleen met de nodige waakzaamheid gerechtvaardigd kan worden, zoals de oormerkenkwestie, een creatie van de landbouwbureaucratie, overduidelijk heeft aangetoond. De invoering van de oormerken bij het rundvee geeft een duidelijk voorbeeld van falende bureaucratie. Tenminste vier basisregels voor een bureaucratie binnen een democratisch land zijn daarbij met voeten getreden: openheid, betrouwbare redeneringen, een duidelijke rechtsgang en aansluiting bij de waarden en normen die gangbaar zijn in een humane samenleving.

Het is in het belang van iedere Nederlandse staatsburger dat de overheid toezicht houdt op de gezondheid van dieren binnen de veehouderij. Als ergens op een bedrijf een gevaarlijke dierinfectie uitbreekt, wordt het bedrijf geblokkeerd. Terecht, want besmettingsgevaar dient zoveel mogelijk vermeden te worden. Het is daarom legaal dat een Gezondheidsdienst voor Dieren het recht heeft om besmette bedrijven te blokkeren, om te voorkomen dat dieren uit zo'n bedrijf nog verhandeld worden.

Behalve de zorg voor de gezondheid van de consumptieve veestapel, heeft de Gezondheidsdienst ook de oneigenlijke taak gekregen om de dierregistratie te controleren. Hier begint de schoen te wringen. Voor de dwangmatige invoering van de oormerken gaat de Gezondheidsdienst zich (in opdracht) bedienen van een sanctie die haar legalisatie vindt in een heel andere doelstelling.

De grote baas van de Gezondheidsdienst, het Landbouwschap, meent dat de oormerkweigeraars bestraft mogen worden met een blokkade. De blokkade is als afstraffend voorbeeld uitgevonden. De feitelijke situatie is dat de Gezondheidsdienst een bedrijf met gezonde dieren besmet verklaart. Na het aanbrengen van de oormerken is het mogelijk om het bedrijf (met gezonde dieren) weer gezond te laten verklaren. Dit mag alleen gebeuren door de Gezondheidsdienst, die bij alle dieren een bloedonderzoek uitvoert à raison van ten minste ƒ 20 à ƒ 40. Koppelverkoop heet zoiets in bepaalde kringen. Dit betekent voor een bedrijf met honderd dieren een bedrag van ƒ 2.000 of meer.

Verbazingwekkend in deze hele gang van zaken is dat niet langer de rechterlijke macht de strafmaat bepaalt, maar een semi-autonoom functionerend overheidsorgaan onder de vleugels van het ministerie van Landbouw. Aan drie gewetensbezwaarde boeren is door de rechter een boete opgelegd van ƒ 750. Het Landbouwschap (indirecte 'rechtbank') doet daar ten minste ƒ 2.000 bij. Het Landbouwschap is hiermee een macht binnen de staat geworden met autonome regels voor oneigenlijke doelen.

Als gevolg van deze maatregel kan staatssecretaris Gabor op dit moment verklaren dat het aantal weigeraars behoorlijk is afgenomen. Het is interessant om te ontdekken hoe een goochelaar een konijn uit zijn hoed tovert!

Ook de door de Tweede Kamer op 31 maart jl. geaccepteerde regeling voor gewetensbezwaarden maakt een normale bedrijfsvoering haast onmogelijk, want het bedrijf blijft continu geblokkeerd. Zo'n erkenning is geen werkelijke erkenning. Door een werkelijke erkenning krijgt men gelijkwaardige rechten. Nu blijft de subtiele bureaucratische repressie gewoon bestaan.

Voor het wel of niet gebruiken van oormerken bepaalt de bureaucratie de norm en niet het persoonlijke waardebesef van het individu. Vanuit het persoonlijke waardebesef is het mogelijk dat de persoon, zowel esthetisch als ethisch, van walging vervuld raakt door het aanbrengen en aanschouwen van oormerken. Het individu als wezen met autonome waarden wordt hier genegeerd. De standaardnorm van de bureaucratie wordt als normaal gepropageerd. Alles wat niet binnen het systeem past, wordt als afwijkend beschreven en behandeld. Daarom is het psychologisch ook zo'n handige zet van het ministerie van Landbouw om alle probleemgevallen bij het oormerken onder de Gezondheidsdienst voor Dieren te laten vallen. Immers de Gezondheidsdienst bestrijdt ziekten en komt op voor het welzijn van mens en dier. Veehouders die afkerig en dieren die allergisch reageren, worden als aberraties beschouwd die door een behandeling genezen kunnen worden: de veehouders door "psychologische' begeleiding en de koeien door infectiebestrijding.

Het aanbrengen van een oormerk betekent een gewelddadige behandeling van het dier. Sommigen hebben hier weinig moeite mee, maar anderen vervult het met afschuw. Een lichamelijke ingreep die op genezing gericht is, wekt die afschuw minder op. Essentieel in het geval van de oormerken is, dat de bureaucratie sommige mensen over een morele grens heen jaagt, net zoals een fascistisch regime morele remmingen uitschakelt door repressie.

De (oormerk-)bureaucratie berooft het dier van zijn natuurlijke hoedanigheid, legitimeert dier-onvriendelijk geweld en holt het persoonlijk waardebesef van sommige mensen op gewelddadige wijze uit. Het grote aantal veehouders dat nu passief meewerkt, is van het laatste een stille getuige.

Het dringt niet tot de bureaucratische managers door, dat juist hun beleid een afwijking van een natuurlijke en humane norm is. Bureaucratie noodzaakt tot voortdurende waakzaamheid om verkilling van de wereld tegen te gaan. Een belangrijke verworvenheid van onze Westerse cultuur is dat de individuele mens meetelt. Dat gegeven zal een voortdurend spanningsveld met de bureaucratie opleveren, ondanks het feit dat onze samenleving niet meer denkbaar is zonder bureaucratie.