De dorst naar lijfrente-appels

Wie nu pas weet hoeveel zijn inkomen over 1992 bedraagt, mag tot 1 juli een lijfrenteverzekering afsluiten en de betaalde (eenmalige) premie aftrekken van dat inkomen om zo de fiscale druk te verlichten.

In advertenties en brochures over dit fenomeen ligt de nadruk meestal op belastingvoordelen: alleenstaanden mogen maximaal 5150 gulden aftrekken en gehuwden/samenwonenden het dubbele. Volgend jaar ligt de aftrek op 5351 en 10.702 gulden. Dat is de algemene regel. In geval van een aantoonbaar tekort aan pensioen mag veel meer worden afgetrokken. De fiscale nadruk is terecht, maar er zijn meer punten waar je op moet letten bij een lijfrenteverzekering. Waar gaat het eigenlijk om?

Een rente is een reeks bedragen die periodiek (maand, kwartaal of jaar) wordt uitbetaald; tijdelijk voor een overeengekomen periode, eeuwig of tijdelijk zolang iemand (het lijf) leeft. De rente kan direct ingaan of uitgesteld na verloop van tijd. De uitkeringen kunnen gelijk blijven of variëren, bij voorbeeld op en neer met een prijsindexcijfer.

Een deelnemer in een pensioenregeling betaalt meestal voor een uitgestelde lijfrente (een ouderdomspensioen) die ingaat op de pensioendatum en voor een direct ingaande lijfrente na overlijden van de deelnemer; een weduwen- en/of wezenpensioen.

De naam lijfrenteverzekering wekt verwarring: meestal gaat het niet om een uitgestelde lijfrente, maar om de opbouw van een kapitaal dat na uitkering (verplicht) dient om een direct ingaande lijfrente te verzekeren/kopen. De hoogte van de rente hangt mede af van het beschikbare kapitaal. Een verzekerde moet daarom twee maal het aanbod doornemen en een beslissing nemen: nú voor een zo hoog mogelijke einduitkering en straks voor de hoogste lijfrente. Deze oudedagsvoorziening bestaat dus uit twee delen.

De verzekeraars van kapitaal en rente hoeven niet dezelfde te zijn: de huidige aanbieder van het hoogste kapitaal hoeft over twintig jaar niet de hoogste rente te voeren. De verhoudingen in verzekeringsland kunnen dan drastisch veranderd zijn. Het verdient aanbeveling de tweede beslissing bewust te nemen.

Wat gebeurt er na betaling van een eenmalig bedrag, voor een koopsompolis, van 10.300 gulden door een 40-jarige man die over 20 jaar een levenslange lijfrente wil kopen?

De verzekerde betaalt per saldo slechts 5.150 gulden, indien de fiscus 50 procent aftrek verleent. De maatschappij ontvangt het volledige bedrag en belegt dat na aftrek van kosten en de eventuele provisie voor een tussenpersoon. Je zou verwachten dat de ruim twintig verzekeraars met een koopsompolis ongeveer hetzelfde uitkeren, maar dat is niet het geval. Wie belt met de 06-lijn van het adviesbureau In'trest (06-35034014; 1 gulden per minuut) hoort dat er duizenden guldens verschil liggen tussen de hoogste en laagste aanbieder van garantiebedragen.

Een van hen bood voor offertes (leeftijd 40/duur 20) in de maand maart het volgende. Een gegarandeerd lijfrentekapitaal van 35.261 gulden, een verwachte (in 2013 kan het anders zijn) levenslange lijfrente van 3205 gulden en een tijdelijke (van 60 tot 65 jaar) van 8.287 gulden per jaar. Bij overlijden voor de zestigste verjaardag wordt de inleg terugbetaald.

Hoe ziet zo'n polis eruit als belegging? Die 10.300 groeit als vanzelf (je hoeft er niet naar om te kijken) en onbelast aan tot 35.261 gulden. Zelfs de vermogensbelasting wil er niets van weten. Dat betekent een gegarandeerd netto rendement van circa 6,35 per jaar voor hen die de eindstreep halen. Dat wèl!

Vanuit de verzekeringnemer/belegger gezien ligt de opbrengst nog hoger: hij betaalt 5.150 gulden en ontvangt 35.261 of rond de 10 procent en meer in perioden met een hogere rente. Er zijn polissen die wat extra geven als de resultaten meevallen. Een lijfrentekapitaal-verzekering levert, dankzij de fiscus, dus een aardig rendement op. Tot de lijfrente ingaat, want dan komt de belastingdienst terug om zijn deel te innen.

Een doorslaggevende argument in een verkooppraatje luidt dat het percentage inkomsten belasting bij aftrek van de koopsom (veel voorbeelden gaan uit van 60 procent) hoger zal zijn dan het tarief dat op de lijfrente zal drukken. Dat zal misschien zo zijn, maar het hoeft niet. Er zijn wèl twee andere zekere voordelen.

De belasting betaling verschuift naar de toekomst. Dat geeft rente- en inflatiewinst, want het is een uitgestelde schuld die je moet aflossen als het geld weer iets minder waard is of helemaal niet als je overlijdt.

De belasting staat direct op de stoep als er geen lijfrente wordt gekocht. Stel dat de belasting op het uitgekeerde kapitaal 50 procent bedraagt, dan resteert er 17.360 van de voornoemde 35.261 gulden of iets meer dan 6 procent per jaar en als bijkomend voordeel de uitgestelde betaling van belasting. De koopsompolis blijft een interessant en veelzijdig instrument.