Blanke Willem (7) wil zwarte leeftijdgenootjes doodslaan

'7Up South Africa', Zondag, Ned.3, 18.10-19.31u.

Wat denken negen Zuidafrikaanse kinderen van zeven jaar oud van zichzelf en van hun land? Internationale versie van de Britse documentaire-serie "7Up', waarin regisseur Michael Apted het opgroeiproces volgde van een groep Engelse kinderen uit zeer verschillende milieus. Na "7Up in the USSR', "7Up in America' en "7Up in Japan' wordt nu de Zuidafrikaanse versie vertoond.

Het is de bedoeling van de makers over zeven jaar met een vervolg te komen over dezelfde jongens en meisjes. Aannemelijk is dat deze er dan andere opvattingen op nahouden dan nu. Hopelijk geldt dat ook voor de programma-makers, die de lengte van hun uitzendingen in elk geval zouden moeten halveren. Zelfs de ondervraagde kinderen vervelen zich, ondanks het plezier en de spanning die ze beleven aan het televisie-spektakel, af en toe zichtbaar. Met bungelende beentjes kijken ze dan de andere kant op. De VPRO zendt de documentaire uit op een tijd dat veel kinderen nog op zijn, maar of ze tot het einde aan de buis gekluisterd zullen blijven, valt te betwijfelen. Daarvoor mist de uitzending vaart.

Dit alles neemt niet weg dat er voor de volhouders ook mooie momenten tussen zitten. Het zwarte jongetje bijvoorbeeld dat in zijn eentje op een dure blanke school zit en op een vraag naar het grootste probleem van Zuid-Afrika bedachtzaam antwoordt: "darkness'. Of het blanke Boerenjongetje Willem uit Transvaal, die komt te spreken over het eerste groepje zwarte kinderen dat later in het jaar bij hem op school zal komen wegens het nieuwe onderwijsbeleid van integratie. Met een vriendelijke glimlach kondigt hij aan dat hij en zijn vriendjes die zwarte leeftijdgenoten zullen doodslaan. Ze spreken immers geen Afrikaans en, zelfs als ze dat wel deden, “swarte stinken” en zijn daarom vogelvrij.

Erg verrassend is de documentaire verder niet. Zoals vrijwel alle jonge kinderen ter wereld echoën ze in bijna alle zaken de mening van hun ouders. Wanneer de programmamakers hen vragen naar hun politieke voorkeur, spreken blanke kinderen geheel overeenkomstig de verwachtingen vertrouwen uit in president De Klerk, terwijl zwarte kinderen dat doen in Nelson Mandela of Mangosuthu Buthelezi.

Ook wat hun persoonlijke wensen betreft heeft het negental weinig opzienbarends te melden. Dat kinderen uit welgestelde milieu's niet graag in arme wijken wonen, komt niet als een schok. Dat arme zwarte kinderen het graag wat beter zouden hebben evenmin. En dat er een forse kloof is tussen arm en rijk in Zuid-Afrika, waarvan uiteraard ook veel kinderen de dupe worden, wisten we ook al.

Wel is boeiend om te horen hoe de kinderen bevreesd zijn voor het allengs toenemende geweld in Zuid-Afrika. “Ik haat de geweren”, roept het arme zwarte jongetje Lunga uit. Het is in elk geval te hopen dat de negen kinderen over zeven jaar nog allen in leven zullen zijn, hetgeen in het Zuid-Afrika van vandaag helaas allerminst vast staat.