Amerikaanse dollar wil maar niet stijgen; Bundesbank werkt niet mee op de manier die de VS graag zouden zien

ROTTERDAM, 10 APRIL. Op de markt voor financiële derivaten - opties, termijncontracten, swaps en alle bedenkbare combinaties en tussenvormen daarvan - schuifelen de deelnemers onrustig heen en weer op hun stoelen. Als hun planners, analisten en strategen het eind vorig jaar ergens over eens waren, dan was het wel dat de koers van de Amerikaanse dollar dit jaar fors zou gaan stijgen. En daar is massaal op ingespeeld. De grens van twee gulden moest met gemak door de Amerikaanse munt kunnen worden gepasseerd. Gemiddeld was de verwachting dat de dollar vervolgens door zou stijgen naar een koers van rond 2,20 gulden, en een enkele waaghals hield het zelfs op 2,50 gulden - waarmee de Amerikaanse munt een bijna-pariteit zou bereiken met het Britse pond.

Na meer dan een kwartaal in 1993 heeft de dollar die verwachtingen niet waargemaakt. Gisteren bereikte de Amerikaanse dollar een koers van nog geen 1,60 D-mark (1,80 gulden), en dat is lager dan aan het eind van vorig jaar. Dat heeft een viertal hoofdoorzaken. Allereerst werd verwacht dat de Amerikaanse economie zijn veelbelovende groeitempo van 4,6 procent in het laatste kwartaal van 1992 langer zou kunnen handhaven. Om de inflatoire effecten daarvan tegen te gaan, zo werd beredeneerd, zou de Amerikaanse centrale bank de geldmarkttarieven hoger inzetten. Dat laatste is niet gebeurd. Fed-voorzitter Alan Greenspan heeft president Clintons economische plannen gesteund met de toezegging de rentetarieven zo laag mogelijk te houden om zo de economische groei niet in de kiem te smoren. Bovendien is het groeitempo van de Amerikaanse economie weer fors afgenomen, zodat substantiële renteverhogingen voorlopig niet te verwachten zijn. Op de obligatiemarkten, waar hoogte van de rentetarieven veel sterker van de beleggers zelf afhangt, is de inflatie-angst voor de lange termijn overigens wel in de rente verwerkt.

Tweede oorzaak voor het uitblijven van de dollarstijging is dat de Duitse rente niet zo snel is gezakt als aanvankelijk werd aangenomen. Weliswaar is de kapitaalmarktrente in Duitsland op dit moment lager dan de Amerikaanse, maar de geldmarkttarieven hebben, door de geldmarktstrategie van de Bundesbank, nu een bodem van 8,10 procent. Dat maakt de D-mark nog steeds aantrekkelijker dan de dollar.

Aan het eind van vorig jaar werd ook een heet voorjaar op de Europese valutamarkt verwacht. Maar ten tijde van de Franse verkiezingen in maart bleef de Franse franc fier overeind. Dat betekent dat de funktie van valutaire vluchthaven, die de dollar in die periode had moeten bekleden, de Amerikaanse munt goeddeels ontviel. Wel bereikte de dollar in maart met bijna 1,67 mark zijn hoogste koers van dit jaar, maar de Amerikaanse munt viel snel terug toen bleek dat de valutaire storm uitbleef.

Misschien wel de belangrijkste reden voor het uitblijven van de dollarstijging is de kracht van de yen. De Japanse munt is in de laatste twee maanden fors in waarde gestegen tegenover de dollar, nadat bleek dat de Amerikaanse regering een lagere dollarkoers tegenover de yen nastreeft om het weer opgelopen handelstekort met Japan terug te dringen. Gisteren bereikte de dollar met een koers van 113,15 yen een nieuw historisch dieptepunt. Omdat er weinig reden is waarom de yen ook tegenover de Europese munten in waarde zou moeten stijgen, legde de dollar de laatste vijf weken van zijn glijvlucht alleen af, en verloor ook waarde tegenover het D-mark-blok.

Nog steeds gelden de meeste redenen die aanvankelijk voor de dollarstijging werden aangedragen. De Amerikaanse korte rente kan nog stijgen, de Duitse kan nog meer naar beneden. En de huidige koers tegenover de yen wordt niet houdbaar geacht. Op basis van koopkrachtpariteit zou de dollar een koers moeten hebben van tussen 2 gulden en 2,20 gulden, in vergelijking met 1,80 gulden nu. Dat een waarde van tussen 1,80 en 1,90 gulden zich voor langere tijd zou kunnen ontpoppen tot een evenwichtskoers tussen de dollar en de harde Europese munten, wordt niet aannemelijk geacht.