A.M. BUTTS 1900-1993; Uitvinder van scrabble

De dood van de uitvinder van het scrabble-spel heeft mij diep geschokt. Ik wist namelijk niet dat scrabble een uitvinder had. Zou u niet pijnlijk getroffen worden als u in de krant las dat de uitvinder van het broodrooster, of van het puntje op de i, op 93-jarige leeftijd in de staat New York was overleden?

Er is dus een tijd geweest dat scrabble niet bestond. Er waren letters. Je kon letters naast elkaar zetten om woorden te vormen. Je kon woorden horizontaal en verticaal vlechten in amuletten en kruiswoordraadsels. Maar verder zaten echtparen verveeld voor zich uit te kijken, omdat ze geen zin in halma of schaak hadden. Niemand veerde op als hij het woord quixotic tegenkwam.

Bordspelen als dam en go zijn niet bedoeld voor mensen. Ze zijn voor computers die niet eens kunnen lezen en schrijven en denken en ruzieën.

Toen Alfred Mosher Butts in 1931 of 1933 de honderd lettertjes zaagde, zeven lettertjes aan elke speler gaf en een bord van 225 velden ontwierp, toen had hij de pech dat hij geen Nederlands kende. Hij moest het met Engels doen. In de New York Times keek hij hoe vaak de letters in een tekst voorkwamen. Daarop baseerde hij de letterverdeling en de letterwaardering. Dat was dom, want de letterverdeling in een krant is heel anders dan de letterverdeling in een woordenboek. Er zitten meer fouten in het ontwerp, en die fouten maken er een echt spel van. Waarom springt een paard twee vooruit en een opzij? Omdat het anders geen schaakpaard is.

Voor elke taal zou een andere letterverdeling gemaakt moeten worden, maar wie bij Harrods een echt Engels spel hoopt te kopen, merkt dat hij hetzelfde spel uit de Nederlandse spellenfabriek krijgt. In Italië bestaat Scarabeo, dat in Hong Kong is vervaardigd, waarbij enkele absurde letterwaarden zijn ingeslopen. Scarabeo is een mooie variant van scrabble, dat zelf afkomstig is van het Nederlandse schrabbelen, dat krabbelen betekent.

In de Franse taal is scrabble ongelooflijk flauw, omdat die taal nauwelijks samenstellingen toestaat en alle woorden in een dun Laroussetje passen. Toch is scrabble er zeer populair en hebben veel kranten een dagelijkse scrabble-rubriek.

Voor lijmtalen als Nederlands is de vondst van Butts het beste. Geen woordenboek is definitief. De laatste druk van Van Dale heeft het zelfs opgegeven. Daar staat bijvoorbeeld het algemene voorvoegsel wonder. Nee, zei de recensent in deze krant, want wonderzuur kan niet. Prompt dicht Kousbroek een vers waar het woord wonderzuur wondergoed in past.

Elke scrabble-partij is volkomen nieuw. Het aantal mogelijke partijen overtreft vele ordes dat van schaken en dammen. Er is dan ook weinig theorie. Iedere speler moet beslissen tussen de korte baan (per beurt veel punten halen) of de lange termijn (sparen tot een beurt met zeven letters mogelijk wordt). De geniale greep van Alfred Butts was namelijk om het uitleggen van alle zeven letters op je plankje te belonen met 50 extra punten. De score kan daarmee tot 613 punten oplopen, in één beurt, en tot 3000 in een spel. Engelse spelers sparen de letters i,n,g om achter een werkwoordsstam te leggen, Nederlanders de letters j,e,s, die vaak achter een zelfstandig naamwoord mogen.

De charme van het spel is het ontbreken van een scheidsrechter. De spelers voeden elkaar op en bereiken overeenstemming: wel brildeel, maar geen lensdeel.

Scrabble speelt men met intimi. Dan weet je of "vieze' of "racistische' woorden mogen worden gelegd. En dan gebeurt het ook dat een speler een woord neerlegt, niet omdat het veel punten oplevert maar omdat het een bijzonder, uniek, nooit eerder in het spel gebruikt, woord is. Op zulke momenten verdient Alfred Butts herdacht te worden.

Zonder hem zou de wereld minder genoegen, vrede en hersenschraping genieten. Er zijn mensen om minder heilig verklaard. Butts leeft voort in de tien miljard houten lettertjes op de honderd miljoen kartonnen borden.