Woningraad wil meer inspraak huurverhoging

AMSTERDAM, 9 APRIL. De Nationale Woningraad vindt dat de gemiddelde huurstijging volgend jaar tot 3 procent beperkt moet worden en dat de woningbouwcorporaties tegelijkertijd meer vrijheid moeten krijgen bij de vaststelling van de huurverhoging.

Dit zei adjunct-directeur Hamersma gisteren op een symposium van zijn organisatie over het "subsidieloze tijdperk' waarnaar de volkshuisvesting onderweg is. De Woningraad is de koepelorganisatie van de meeste woningbouwcorporaties.

De sociale verhuurders willen dus tot een gemiddeld lagere huurstijging komen dan het kabinet van plan is. Dit heeft voor de jaren tot en met 1994 afgesproken de rijkssubsidie op de exploitatie van sociale huurwoningen steeds met 5,5 procent te verminderen, hetgeen jaarlijks tot een ongeveer navenante huurstijging heeft geleid.

Bij de huurverhoging voor dit jaar, die per 1 juli ingaat, hebben de woningbouwverenigingen voor het eerst al een grotere vrijheid gekregen om impopulaire woningen niet of minder in huur te laten stijgen en andere juist wat duurder te maken. Aanvankelijk wilde staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) bij een stijging die gemiddeld op 4,75 procent moest uitkomen een maximum van 7,5 procent toestaan. Op aandringen van de Tweede Kamer verlaagde hij dat maximum vervolgens tot 6. De Nationale Woningraad wees er toen al op dat dit de mogelijkheden tot huurdifferentiatie te veel beperkte.

Het Tweede-Kamerlid A. de Jong (PvdA) erkende gisteren dat de Tweede Kamer met het vaststellen van de marges voor de huurstijging “overdreven voorzichtig” is geweest. De Nationale Woningraad vindt dat de huren volgend jaar gemiddeld met 3 procent omhoog kunnen, maar dat de maximale stijging 6 procent en liever nog 7,5 procent moet zijn. Hamersma wees erop dat er “nogal wat woningen van goede kwaliteit zijn, die best een meer dan gemiddelde huurverhoging kunnen hebben”.