Welzijnswerkers lopen loonsverhoging mis

ROTTERDAM, 9 APRIL. De 50.000 werknemers in het welzijnswerk dreigen aan het eind van deze maand de afgesproken loonsverhoging van vier procent niet te ontvangen. De werkgevers, verenigd in de VOG, zeggen over onvoldoende financiële middelen te beschikken.

De VOG wijst hiervoor met een beschuldigende vinger naar minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid). De werkgevers hebben De Vries gisteren een ultimatum gesteld. Als de minister niet voor 15 april de toegezegde financiële ruimte beschikbaar stelt, spant de VOG een kort geding tegen de Staat aan.

Vorig jaar kwamen de vakorganisaties en de werkgevers in het welzijnswerk een twee-jarige collectieve arbeidsovereenkomst overeen. Net als in de overige takken van de zorgsector (ziekenhuizen, bejaardenzorg en kruiswerk) werd zowel voor 1992 als voor 1993 een loonsverhoging van vier procent afgesproken. Het kabinet droeg drie procent bij.

Deze bijdrage van het rijk kwam vorig jaar via de wet WAGGS. Maar per 1 januari van dit jaar moeten gemeenten en provincies de financiële bijdrage van het rijk voor eigen rekening nemen. De gemeenten zeggen echter nooit het beoogde geld van het rijk te hebben ontvangen. Op dit moment zouden zij slechts 0,7 procent hebben ontvangen, de overige 2,3 procent is volgens hen in Den Haag achtergebleven.

De werkgevers vinden dat de overheid hen “een kunstje heeft geflikt” en spreken van een verkapte bezuiniging. Ze vermoeden dat de minister hen zo wil straffen voor de loonsverhoging, die het kabinet te hoog acht. De VOG heeft de vakbonden gevraagd de loonsverhoging op te schorten, maar die zijn hier niet mee akkoord gegaan. De bonden zeggen niet toe te staan dat de werknemers opdraaien voor het conflict. Het huidige bedrag is bij lange na niet genoeg om de afgesproken loonsverhoging van vier procent per 1 april 1993 na te komen.