"Veel blanken willen zwarten nog steeds hun plaats laten weten'; Vlag confronteert Georgia met verleden

De Amerikaanse Burgeroorlog is al meer dan honderd jaar gestreden en de rassenscheiding is al lang bij de wet opgeheven. Toch steken oude sentimenten in het zuiden van de Verenigde Staten van tijd tot tijd nog de kop op. Zoals blijkt uit de nog onbesliste strijd om de vlag van Georgia.

ATLANTA/MADISON, APRIL. In zijn jongste boek * vertelt de vroegere Amerikaanse president Jimmy Carter hoe de sfeer in de senaat van Georgia veranderde toen er na de verkiezingen van 1962 voor het eerst een zwarte politicus - Leroy Johnson - zijn intrek . “Wij, zijn mede-senatoren, wisten niet hoe we naar hem en naar zijn ras moesten verwijzen - met "gekleurd', "zwart' of met "Negro'. Vooral de afgevaardigden uit Zuid-Georgia hadden moeite het woord van zijn keuze uit te spreken, wat uit hun monden klonk als "ni-grur'. Geduldig wees Johnson dan naar zijn knie, en maakte daarna met zijn rechterhand een gebaar omhoog. We oefenden een paar keer, totdat hij uiteindelijk tevreden was. Van dat moment af aan spraken we zorgvuldig van "knee-grow'.”

De tijden dat zwarten algemeen denigrerend als "nigger' werden aangeduid - een gewoonte waar de Zuid-Georgianen kennelijk moeilijk van af konden komen - en dat zwarte afgevaardigden in politieke organen een novum waren, zijn allang voorbij in het Zuiden van de Verenigde Staten en officieel is van rassenscheiding geen sprake meer. Het feit dat zwarten en andere minderheidsgroeperingen ondanks de in de jaren vijftig en zestig zwaar bevochten gelijkheid voor de wet nog steeds een geweldige economische achterstand hebben, baart nu vooral zorgen - zoals uit Carters boek blijkt.

Toch lijken de oude tijden soms even te herleven. In het parlement van datzelfde Georgia en daarbuiten heeft de afgelopen maanden een curieuze woordenstrijd gewoed met de vlag van de deelstaat als inzet. De traditionele passie waarmee Amerikanen hun vlag bejegenen was in ruime mate aanwezig.

De zwarte emancipatiebeweging NAACP (National Association for the Advancement of Coloured People) ijvert al jaren voor verwijdering van de in haar ogen racistische elementen op de vlag. Tevergeefs tot nu toe. Het ongenoegen richt zich op het andreaskruis met daarop dertien sterren, dat driekwart van de vlag van Georgia in beslag neemt.

Het kruis en de sterren vormden de banier waaronder de troepen van de afgescheiden Zuidelijke staten - de "Confederatie' - in de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865) strijd leverden tegen de legers van de Noordelijke staten. Inzet van de bloedige broederkrijg was afschaffing van de slavernij en het behoud van de Unie die de Verenigde Staten in 1789 waren aangegaan. Het Noorden won en de Unie werd gered, maar de zwarten behielden nog tientallen jaren een achtergestelde positie in het Zuiden. Toen in de jaren vijftig het federale Hooggerechtshof in Washington de rassenscheiding ongrondwettig verklaarde, besloot het parlement van Georgia in 1956 als reactie de gewraakte attributen aan de staatsvlag toe te voegen, waarmee de kiem voor het huidige conflict was gelegd.

“We willen de volksvertegenwoordigers duidelijk maken dat dit onderdeel van de vlag herinnert aan afscheiding, racisme en slavernij en daarom moet verdwijnen”, zegt Walter Curtis Butler. Hij is actief in de NAACP en heeft een leidende functie in de raad van Morgan County, een "gewest' met Madison als centrum. “De confederale vlag hoort in het museum. We zijn nu deel van de Verenigde Staten.”

Dit jaar kreeg het protest tegen de vlag wind in de zeilen toen voor het eerst een blanke politicus in het Zuiden zich met de doelstelling vereenzelvigde. Het was gouverneur Zell Miller zelf die het nu de hoogste tijd vond dat de vlag van Georgia ontdaan werd van de symbolen uit donkere tijden. Hij had een praktische reden: in 1996 zal Georgia's hoofdstad Atlanta de Olympische zomerspelen herbergen en het zou de snel groeiende stad - die zich van een ingeslapen Zuidelijk imago heeft weten te bevrijden - kunnen schaden als ze zich met de huidige controversiële vlag aan de wereld zou presenteren.

Millers stellingname zorgde binnen en buiten het Capitool van Atlanta - waar de volksvertegenwoordiging vergadert - voor heftige debatten. De in meerderheid blanke afgevaardigden beschouwden Millers kleur bekennen als verraad aan de Zuidelijke zaak en weigerden aan wetgeving mee te werken. Ze voelden zich gesteund door demonstraties voor het Capitool van groeperingen als "Zonen van Confederatie-Veteranen' en door opiniepeilingen, waaruit bleek dat ongeveer zestig procent van de inwoners van Georgia tegen een andere vlag is (tweederde van de bevolking is blank).

De gouverneur werd vorige maand zo gedwongen een tactische terugtocht te aanvaarden - tot volgend jaar, zo is de verwachting in Atlanta, als het voorstel opnieuw zal worden ingediend. De blanke volksvertegenwoordigers namen zelfs subtiel wraak door een commissie in te stellen ter bescherming van de slagvelden uit de Burgeroorlog.

Volgens Curtis Butler geeft het felle verzet tegen de verandering van de vlag aan dat “veel blanken de zwarten nog steeds hun plaats willen laten weten, net als vroeger”. Toch is hij niet teleurgesteld: “Als je hier je hele leven woont en de beweging voor burgerrechten hebt gevolgd, weet je dat ze de vlag niet zo maar opgeven. Maar we gaan na het verliezen van deze slag door. We zullen winnen en de komende twee jaar zullen zich goede gelegenheden voordoen om op niet-gewelddadige wijze ons doel te bereiken.”

De rust in zijn woonplaats Madison is door de commotie om de vlag niet verstoord. De blanken in dit provinciestadje op een kleine honderd kilometer ten oosten van Atlanta kennen de wensen op dit punt van wat ze gemakshalve een klein groepje "radicale' zwarten noemen, maar blijven er in het algemeen onverschillig onder, aldus peilingen. Ook veel zwarten laat de kwestie koud, geeft Curtis Butler toe en hij betreurt die houding: “Hoe handel je in belangrijke dingen als je je niet bekommert om iets symbolisch als de vlag?”

Intussen leidt W. Graham Ponder, uitgever van twee regionale kranten, plaatselijke vraagbaak en telg van een geslacht dat al acht generaties in Madison woont, de bezoeker enthousiast langs de ongekende rijkdom aan historische plantershuizen die Madison door een speling van het lot een authentieke Zuidelijke atmosfeer verlenen. Dit alles is te danken aan de Noordelijke generaal William Sherman, die Madison in de Burgeroorlog voor een groot deel spaarde tijdens zijn verwoestende opmars dwars door Georgia naar de kust. De monumenten worden gekoesterd, het historische museum annex cultureel centrum trots beheerd en zelfs de culturele erfenis van zwarten - die nog steeds in een apart deel van het stadje wonen - wordt niet vergeten.

Graham Ponder hoopt op een compromis in het vlagconflict: het exemplaar met het federale kruis voor bijzondere gelegenheden en voor de rest zou de staat het moeten doen met een dundoek zonder symboliek uit het verleden. Voorlopig wappert voor het gerechtsgebouw in Madison echter nog de vlag die Georgia onverwachts met zijn geschiedenis confronteerde.

* Jimmy Carter: "Turning Point. A Candidate, a State and a Nation Come of Age'. 1992.