Van der Valk wil de droom van zijn oom verwezenlijken; Publiek verwacht wonderen van de pier

In september 1991 verwisselde de Scheveningse Pier van eigenaar. Nationale Nederlanden verkocht het door instorting bedreigde bouwwerk voor een minimaal bedrag aan de horeca-keten Van der Valk. Op Eerste Paasdag wordt, bijna een halve kilometer uit de kust, het Grand Café Le Pirate heropend. Daar blijft het niet bij.

SCHEVENINGEN, 9 APRIL. Het wandelen op de Pier gebeurt volgens de bordjes nog altijd op eigen risico. “Geen afschrikking”, zegt Rob van der Valk. “Gewoon een juridische kwestie. Bordjes met een dergelijke strekking hang je ook op in een garderobe, voor het geval er iets verdwijnt.

Eind 1991 stond het voormalige pronkstuk van Scheveningen op instorten. Althans, daar leek het op toen de gemeente Den Haag adviseerde de Pier te sluiten bij windkracht 7 of hoger. “Onveilig is de Pier niet meer”, zegt Van der Valk. “Het is trouwens de vraag of hij dat ooit geweest is.” Zijn “ome Gerrit” betaalde anderhalf jaar geleden namens het concern één gulden voor het 410 meter lange bouwwerk boven de Scheveningse branding. Net zoveel als een bezoeker nu verschuldigd is voor de toegang.

De Pier lijkt een verlaten station, dat ooit een druk knooppunt moet zijn geweest. De armoedige glazen beschutting, de rode bankjes, de manshoge reclameborden, de roestende bouwvallen op de zijarmen.

Aan het begin van de promenade trekken vooral de elektronische geluiden uit de speelholen de aandacht. Lopend richting Engeland volgt er een hele tijd niets - alleen het spel op de grens van zee en land. Op de eerste arm aan de rechterzijde wordt druk getimmerd aan een grijs bouwwerk dat weinig toekomst lijkt te hebben. Een groep Duitse toeristen mag er niet naar binnen.

Links afslaan en afdalen naar het restaurant leidt onherroepelijk tot lichte jazzmuziek, en even later een instrumentale versie van Yesterday. De Chateaubriand Woranoff kost 45 gulden (twee personen). Aan de wand hangt een vele malen uitvergrote foto die laat zien hoe druk de Pier ooit was; honderden Hagenaars met hoeden en parasols op hun zondagse uitje.

Vijfhonderdduizend guldens schoven in 1992 onder het kassaraampje door. “Dat was al een stuk beter dan het jaar daarvoor”, zegt Rob van der Valk, bedrijfsleider van een restaurant in Rotterdam, maar samen met zijn broers tevens belast met het denken over de ontwikkeling van de Pier. De verloedering is gestopt, zegt hij, maar het publiek verwacht wonderen. “Je hebt 'm 1 december gekocht, dus moet ie 1 januari klaar zijn. Dat is ongeveer de reactie.”

De vier kwartjes waarvoor in 1991 de Pier van eigenaar wisselde, verschafte het familiebedrijf toegang tot een miljoeneninvestering die het gezicht van de Pier binnen een jaar of tien drastisch zal veranderen: een overdekte promenade, nieuwe restaurants en cafés, winkeltjes, speeltuinen en een hoteltoren die tachtig meter boven de branding uitsteekt, dertig meter hoger dan de huidige kijktoren.

Hoeveel het gaat kosten en hoe de droom van zijn oom moet worden verwezenlijkt, weet Van der Valk nog niet precies. Eerst moet er een fundament staan. “Maar we gaan door. We laten hem niet zo liggen als er geen mensen komen”, zegt hij met een onbewuste knipoog naar de vorige eigenaar.

Hij ontkent dat de situatie op de Pier eind 1991 gevaarlijk was. “We hebben destijds een ingenieursbureau naar het draagvermogen van de palen laten kijken. Er zaten inderdaad scheuren in, maar de gebouwen hadden nog jaren kunnen blijven staan.” Overigens wordt vermoed dat een deel van de bijna tweehonderd betonnen palen al voor het slaan in 1961 waren beschadigd. Omdat het "visueel' weinig aanlokkelijk is voor badgasten, krijgen de pijlers toch een onderhoudsbeurt.

Op de plek waar de Pier nu ligt werd in 1911 de "Wandelpier Wilhelmina' gebouwd. In de Tweede Wereldoorlog staken de Duitsers de Pier in brand. In 1961, vijftig jaar na de aanleg van de eerste promenade, opende onroerend goed-magnaat Reinder Zwolsman de nieuwe Pier. Maar toen Zwolsmans imperium in de jaren zeventig wankelde, deed hij het bouwwerk over aan een beleggingsconsortium, waarin onder meer Nationale Nederlanden en Bredero deelnamen.

In 1987 werd Nationale Nederlanden weliswaar eigenaar van de Pier, maar de verzekeraar zag meer brood in de bouw van appartementen, bioscopen en winkels aan wal, dan in de renovatie van het aftakelende bouwwerk. Hoge onderhoudskosten en de slechte staat van de Pier dwongen de verzekeraar tot verkoop. Van der Valk: “Het punt is, dat je als eigenaar de hele exploitatie voor je rekening moet nemen. Nationale Nederlanden had die mogelijkheden niet.”

De nieuwe eigenaren verbouwden het restaurant op de linkerarm van de Pier, maar alleen om de wandelaars "iets' te bieden als ze tot het einde wandelden. Na dit seizoen gaat het tegen de vlakte en wordt op de oude fundamenten een nieuw restaurant met congres- en feestzalen gebouwd voor ongeveer 15 miljoen gulden. Op eerste Paasdag gaat Grand Café Le Pirate weer open. Als alles een beetje gaat draaien, zegt Van der Valk, zal de toegang gratis worden. “Die gulden handhaven we alleen om een hele kleine drempel op te werpen. We kunnen door alle werkzaamheden en het kleine aanbod van eetgelegenheden en attracties geen twaalf miljoen mensen per jaar op de Pier hebben.”