Uitgebuit door Kongfoe-leraren; Verhalen van Zhang Jie over Chinezen en westerlingen

Zhang Jie: Er is maar één zon. Uit het Chinees vertaald door Koos Kuiper. Uitg. De Geus, 304 blz. Prijs ƒ 39,50

De Chinese romanschrijfster Zhang Jie (1937) geniet een reputatie als feministisch auteur. Die reputatie heeft ze voornamelijk te danken aan de novelle De ark (1981, Ned. vert. 1987). Die novelle had als motto "Omdat je een vrouw bent, zul je doodongelukkig zijn' en beschreef de vele problemen waarmee drie gescheiden intellectuele vrouwen, die zich ook in hun werk onafhankelijk opstelden, werden geconfronteerd in het China van de late jaren zeventig.

Zhang Jie zelf heeft zich altijd tegen die etikettering als "feministe' verzet, en terecht. Zij is zeker geïntrigeerd door de man-vrouw verhouding en de vele vormen die de relaties tussen de geslachten aan kunnen nemen. Natuurlijk zijn vrouwen vaak het slachtoffer in een verhouding maar Zhang Jie kan niet voldoende zusterlijke solidariteit opbrengen om te verbergen dat ook het omgekeerde het geval kan zijn. Het hier besproken boek bevat bij voorbeeld een hoofdstuk waarin uitgebreid uit de doeken wordt gedaan hoe Chinese meisjes door geraffineerd gespeelde onschuld naëve westerse mannen aan de haak weten te slaan. In de Chinese Volksrepubliek hadden haar verhalen en novellen over (zelden geconsumeerde) liefdesverhoudingen buiten het huwelijk een duidelijk taboe-doorbrekend karakter. Voor veel westerse lezers hebben novellen als De liefde moet niet vergeten worden (1980, Ned. vert. 1988) en Smaragd (1984, Ned. vert. 1991) toch ook iets larmoyants en drakerigs.

Misschien belemmert het feit dat ik een man ben me wel om het bovengenoemde facet van het schrijverschap van Zhang Jie voldoende te waarderen. Ik ben veel meer gecharmeerd van een tweede aspect van haar werk, namelijk de satirische observatie van de menselijke verhoudingen binnen het complexe bureaucratische apparaat van Partij en staat. Haar talent op dit terrein komt het beste tot zijn recht in korte verhalen. De Nederlandse lezer heeft met dit aspect van haar werk kennis kunnen maken in de bundel Als er niets gebeurt, blijft alles hetzelfde (1990), waarin verschillende verhalen uit het midden van de jaren tachtig waren verzameld.

Zhang Jie heeft in de afgelopen jaren herhaaldelijk Europa en de Verenigde Staten bezocht. Nederland bezocht zij in 1987; van deelname aan de Feministische Boekenbeurs in Amsterdam van de afgelopen zomer moest zij op het laatste moment afzien. Het "buitenland' is de belangrijkste locatie van Er is maar één zon, dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1988 en waarin de verhouding tussen Chinezen en westerlingen centraal staat. In dit boek komen beide aspecten van haar schrijverschap gelijkelijk aan bod.

Ofschoon Er is maar één zon wordt gepresenteerd als een roman, bestaat het boek eigenlijk uit een verzameling korte verhalen (de hoofdstukken 1, 3, 5, 7 en 9) en een novelle (de even genummerde hoofdstukken). De korte verhalen staan elk op zichzelf en behandelen verschillende aspecten van de man-vrouw verhouding tegen de achtergrond van de spanning China-buitenland. Het openingshoofdstuk beschrijft eerst het eigenmachtige gedrag van een kleine Chinese ambtenaar op een ambassade in Peking tegenover de Chinese bezoekers in tegenstelling tot zijn kruiperige gedrag tegenover het buitenlandse personeel. Het gaat vervolgens over tot de schildering van een buitenlandse avonturier in China die uit financiële wanhoop trouwt met een oudere Chinese vrouw. Het besluit met het portret van een vrouwelijke ambassadesecretaris die geleerde boeken schrijft en daarom op tegenwerking van haar mannelijke collega's stuit. Het instructieve hoofdstuk over de doortrapte wijze waarop sommige Chinese meisjes erin slagen een rijke buitenlander te versieren werd reeds genoemd. Het vijfde hoofdstuk beschrijft de verhoudingen tussen een aantal Chinese studenten in het buitenland die ingehuurd zijn om cursussen in Chinese kookkunst of schilderkunst te geven aan verveelde Amerikanen. Het zevende hoofdstuk beschrijft de blijvende passie van een Chinese vrouw, inmiddels de weduwe van een hoog partijkaderlid, voor haar jeugdliefde, een "achteroom' die in het buitenland heeft gewoond en na 1949 lange tijd in verschillende kampen moest verblijven. Het negende hoofdstuk beschrijft hoe een Chinees echtpaar van kongfoe-leraren in Amerika hun eigen familieleden uitbuit.

Kruier

Tegenover deze hoofdstukken staat de novelle die het korte bezoek beschrijft van een kleine Chinese delegatie aan een niet nader gespecificeerd land in Europa. Kern van de delegatie is de eminente scheikundige Sima Nanjiang, die is uitgenodigd om een lezing te geven op een groot internationaal congres en die zich moet laten vergezellen door een drietal kaderleden, die van scheikunde geen enkel verstand hebben maar op grond van hun positie recht hebben op een buitenlands snoepreisje. Vanzelfsprekend zijn deze delegatieleider, vice-delegatieleider en secretaris hoger in rang dan de geleerde, die dan ook de taken van tolk en kruier op zich moet nemen.

We volgen de delegatieleden tijdens hun voorbereidingen in China en in het vliegtuig, bij een lunch op het voorvaderlijk slot van hun buitenlandse gastheer en bij een onbedoeld bezoek aan de hoerenbuurt en wat daarop volgt. Een van de delegatieleden wordt ziek van het eten van een blikje hondevoer - hij had gedacht dat zo'n blikje met een afbeelding van een vrolijk blaffende hond wel hondevlees zou bevatten. De delegatie valt in handen van een paar gladde Hong Kong Chinezen maar terwijl de overige leden zich naar de vlooienmarkt haasten, bereidt onze brave scheikundige zijn lezing voor. Na de opening van het congres volgt een excursie naar zee en terwijl de overige delegatieleden hun ogen uitkijken op het naaktstrand, verdrinkt Sima Nanjiang, die is gaan zwemmen. In het slothoofdstuk keren de overige delegatieleden met een urn met de as van Sima Nanjiang terug in China. Ondanks het hinderlijke incident van zijn dood is voor hun de reis toch zeer vruchtbaar geweest: zelfs de secretaris houdt er een kleurentelevisie aan over.

De lezer moet van Er is maar één zon geen satirische blik van een buitenstaander op de westerse maatschappij verwachten. De nadruk ligt op de beschrijving van de uitgesproken en onuitgesproken spanningen binnen de Chinese delegatie, waarbij de brave geniale geleerde vooral de functie heeft om als contrast te dienen voor de kleine bureaucraten, die hun bescheiden positie te danken hebben aan hun subtiele manipulatie van de bureaucratische verhoudingen in China en voor wie het buitenlandse reisje een welverdiende mogelijkheid is om iets te doen aan de verbetering van de eigen, povere levensomstandigheden. Corruptie of incompetentie zijn veel te grote woorden om hun gedrag te kenschetsen, bekrompen onnozelheid komt eerder in aanmerking.

Droefheid

De vlot lezende vertaling is van de hand van Koos Kuiper, die reeds eerder werk van Zhang Jie in het Nederlands vertaalde. In overleg met de schrijfster bracht hij enkele kleine wijzigingen aan ten opzichte van het origineel. In het algemeen ben ik daar geen voorstander van maar in dit geval zou het misschien raadzaam zijn geweest nog drastischer op te treden. Het eerste hoofdstuk is overduidelijk het zwakste van het boek en lijkt vooral een defensieve functie te hebben tegenover Chinese critici. Het is alsof de schrijfster hen bij voorbaat de pas wil afsnijden door nadrukkelijk te verklaren: ik heb niet alleen kritiek op mijn Chinese volksgenoten, ook onder de buitenlanders zijn er incompetente profiteurs! Weglating van dit hoofdstuk (of desnoods verplaatsing van dit hoofdstuk naar een andere plaats) zou mijns inziens geresulteerd hebben in een sterker boek, omdat de lezer dan meteen geconfronteerd zou worden met de vermakelijke en tot droefheid stemmende avonturen van Sima Nanjiang en zijn gezelschap.

Er is maar één zon is de boeiende, zij het onevenwichtige reflectie op het thema van de verhouding tussen Chinezen en westerlingen van een intelligente, scherp observerende schrijfster. De dood van de brave Sima Nanjiang symboliseert haar boodschap aan het publiek in de Volksrepubliek: Chinese onschuld gedijt niet in een Westerse wereld. Maar waar wel?