Turken onderling oneens over ingrijpen in oorlog op Kaukasus

ANKARA, 9 APRIL. Hoe serieus zijn de uitspraken van de Turkse president Turgut Özal dat de tijd is aangebroken voor militaire acties om de Armeense agressie in Azerbajdjzan tot staan te brengen? “Veronderstel”, aldus Özal, “dat we troepen in Nachitsjevan (een door Azeri bewoonde enclave tussen Armenië en Turkije in) stationeren, een paar manoeuvres uitvoeren en enkele kogels afvuren naar de Armeniërs. Zal de internationale gemeenschap, die niet heeft ingegrepen in Bosnië-Herzegovina, Turkije daarvoor met een militaire inval bestraffen?”

De Turkse minister van buitenlandse zaken, Hikmet Çetin, reageerde woedend op dit verbale geweld. Evenals premier Süleyman Demirel wees hij erop dat de “Turkse politiek wordt geformuleerd door de regering en niet door de president”.

En haar standpunt is dat Turkije, in het licht van de ontwikkelingen in Azerbajdjzan, wellicht wordt gedwongen zijn neutrale opstelling te heroverwegen. Zonder daar evenwel nu al de conclusie aan te verbinden dat een eenzijdige Turkse militaire interventie de enige nog overgebleven mogelijkheid is om het Armeense offensief in Azerbajdjzan te keren.

Maar Özal, berucht om zijn harde opstelling met betrekking tot de oorlog tussen Armenië en Azerbajdjzan om de enclave Nagorny Karabach, krijgt steeds meer medestanders. De ultra-nationalistische partij van Alparslan Türkes, de MHP, heeft al een voorstel ingediend op basis waarvan het Turkse parlement de regering het mandaat geeft om militair in te grijpen in Azerbajdjzan. Terwijl president Ebulfaz Elçibey van Azerbajdjzan Turkije heeft verzocht “alle methoden aan te wenden om de Armeense aanvallen tot staan te brengen”.

Bovendien zijn de Turkse troepen aan de noordoostgrens in een verhoogde staat van paraatheid gebracht. Turkse kranten melden vandaag dat er extra militair materieel, tanks en pantservoertuigen, naar het grensgebied met Armenië worden overgebracht, terwijl het aantal verkenningsvluchten in de regio in de afgelopen dagen is toegenomen. Bovendien is het treinverkeer tussen Turkije en Armenië stopgezet en werden gisteren 750 toeristen uit de voormalige Sovjet-republiek massaal de grens overgezet.

Volgens de chef van de Turkse generale staven, Dogan Güres, heeft Turkije echter niet het recht militair in te grijpen in Nagorny Karabach. “Ankara en Baku hebben niet eens een defensieverdrag”, aldus Dogan. De verhoogde militaire aanwezigheid aan de Turkse noordoostgrens zou dan ook vooral bedoeld zijn ter ondersteuning van het politieke dreigement dat “Turkije niet toestaat dat Azerbajdjzan wordt opgeslokt door Armenië”. De ambassadeurs in Turkije van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de VN werden het deze week tijdens een bijeenkomst op het Turkse ministerie van buitenlandse zaken niet voor niets aan herinnerd hoe Turkije in 1974 ook militair heeft ingegrepen op Cyprus.

Turkije vindt dat de Veiligheidsraad eerder deze week niet ver genoeg is gegaan in zijn verzoek aan de Armeense milities om de veroverde gebieden in de corridor tussen Armenië en Nagorny Karabach aan Azerbajdzjan terug te geven.

Armenië moet expliciet verantwoordelijk worden gesteld voor het offensief, aldus Ankara, die daartoe ook voorstellen had ingediend in New York.

Maar al het gebakkelei de afgelopen dagen, meldt de Turkse krant Milliyet (Nationaliteit) vandaag met een vette kop op de voorpagina, over de vraag of nu de harde lijn van president Özal, of het diplomatieke opereren van de regering de juiste politieke koers is, heeft alleen maar verlammend gewerkt, en dat is de reden dat de Russen nu als vredesbemiddelaar de show kunnen stelen. Azerbajdzjan en Armenië zouden er gisteren op een bijeenkomst onder leiding van de Russische minister van defensie Pavel Gratsjov, in Sotsji aan de Zwarte Zee, in hebben toegestemd om vanaf het middaguur de wapens neer te leggen.