Reptielen in de slaapkamer; Museum voor figuratieve kunst in Eelde

“Abstracte kunst kun je overal zien,” vinden Jos en Janneke van Groeningen. Zij kochten het Nijsinghuis in Eelde en lieten de muren door onder andere Matthijs Röling en Wout Muller beschilderen met herkenbare voorstellingen. Vanaf 1995 komt er een paviljoentje voor "verbeeldende kunst' in de tuin en wordt het huis enkele weken per jaar opengesteld voor bezoek.

In 1972 kochten Jos en Janneke van Groeningen-Hazenberg, psychologen te Groningen, een zeventiende-eeuws herenhuis in het Drentse dorp Eelde. Ze kochten het van de gemeente, waarvan het tot 1939 het gemeentehuis was geweest, op voorwaarde dat ze het zouden restaureren. Het herenhuis maakte deel uit van een buitenplaats van de Drents-Groningse patriciërsfamilie Nijsingh, die volgens een beschrijving uit 1755 verder bestond uit "considerabele tuynen met exquise vrugtbomen, cingels, grachten, vijvers (-) en een vrije laan naar de kerke.' De tuinen zijn nagenoeg verdwenen, het huis staat nu op een leeg grasveld. Maar binnen, in de eetkamer, lopen groene olifanten; in de bibliotheek graast een stier voor een Romeinse ruïne en in de hal is de hemel nooit bewolkt. Daar turen een poolreiziger en een Pers naar de sterren. “Er zijn al zoveel stijlkamers,” zegt Janneke van Groeningen (49). “Toen we in 1980 begonnen met het opknappen van het interieur, wilden we iets uit de huidige tijd aan het huis toevoegen.” De Van Groeningens vroegen daarom de Groningse schilder Matthijs Röling om een wandschildering. Ze noemden hem "onze winterschilder'. Een winter lang werkte Röling iedere zondag in de eetkamer. Er verschenen palmen en chinezen, olifanten en negerinnen. Op de deurposten staan vogels. Röling schilderde flora en fauna uit alle continenten. “Het verveelt nooit,” zegt Jos Van Groeningen (59). “Röling heeft in de wand allerlei perspectivische grapjes gemaakt. Tussen de planten zitten mensen verscholen.” Ook in het museum vindt Van Groeningen dat er in de zalen met figuratieve kunst meer te zien is dan in die met abstracte.

De Van Groeningens besloten hun hele huis te laten beschilderen. Röling ging verder in de bibliotheek, die hij uitzicht gaf op een Italiaans landschap vol ruïnes waarvoor jonge mensen met bloemenkransen om hun hoofd aan het dansen zijn. Wout Muller verdreef het echtpaar uit hun slaapkamer. Die wordt nu bevolkt door halfnaakte dames en reptielen. Op de eerste verdieping gaan Olga Wiese en Clary Mastenbroek nog aan het werk.

De wandschilderingen zullen vanaf 1995 een paar weken per kwartaal voor publiek toegankelijk zijn. Het Nijsinghuis gaat dan deel uit maken van "De buitenplaats te Eelde. Museum voor verbeeldende kunst'. In een paviljoen op het grasveld tussen het huis en de hervormde kerk zullen schilderijen van Röling, Muller en de andere wandschilderaars komen te hangen. Als het aan de raad van advies ligt, komt daar, onder de noemer "Nederlandse figuratieve kunst van na 1945' nog werk van Peter Vos, Melle, Sal Meijer, Kurt Löb, Henk Helmantel, Nicolaas Wijnberg, Herman Berserik en Herman Gordijn en zo'n zestig andere schilders en beeldhouwers bij. Aan hen zal worden gevraagd werk in bruikleen te geven aan het nieuwe museum. De Van Groeningens beschikken voor het nieuwe museum in ieder geval over honderd schilderijen uit de collectie van de Amsterdam galerie Mokum, in 1962 opgericht uit onvrede met het beleid van het Stedelijk Museum in de hoofdstad, dat hoofdzakelijk abstracte kunst aankocht. Matthijs Röling exposeert nu in de Amsterdamse galerie.

De raad van advies van het nieuwe museum wordt voorgezeten door Jan Jaap Heij, conservator van het Drents museum in Assen, een museum dat zich wat de hedendaagse kunst betreft vooral wil richten op de "Noordelijke realisten', die het traditionele schilderen na de oorlog in ere hebben gehouden, onder wie, alweer, Matthijs Röling, Wout Muller en Diederik Kraaijpoel. Deze drie schilders vormen samen met Nicolaas Wijnberg de raad van advies van het nieuwe museum.

Klassiek

De term "verbeeldende kunst' leende de Van Groeningens van Diederik Kraaijpoel, die in zijn boek De Nieuwe Salon (1989) de hegemonie van de moderne kunst in Nederland hekelde. Volgens Kraaijpoel werden schilders die van de klassieke traditie uitgaan door de musea voor hedendaagse kunst bewust geweerd.

De Van Groeningens zijn pas door de wandschilderingen voorvechters van figuratieve kunst geworden. In hun woonkamer staat een abstract beeldje van Edu Waskowsky. Maar dat komt niet in de collectie van het museum terecht. Jos van Groeningen: “Abstracte kunst kun je overal zien. Hedendaagse figuratieve kunst wordt wel verzameld door particulieren, en door enkele musea, waaronder het Singer Museum in Laren en het Henriette Polak museum in Zutphen af en toe geëxposeerd. Wij willen hier laten zien wat nergens systematisch getoond wordt.” Om tot de permanente collectie van het nieuwe museum te gaan behoren is het echter niet genoeg om herkenbare voorstellingen te schilderen. Jos van Groeningen: “Het gaat om schilders die niet vanuit een concept werken. Het ambacht en de waarneming zijn voor deze schilders het belangrijkst. Maar precies zoals Vermeer hoeft het ook niet meer. Er gebeuren hier nieuwe dingen.” Van Groeningen wijst op een gekleurde vlek in de bibliotheek. “Zo'n vlek zou een eeuw geleden weggehaald zijn. Matthijs Röling laat hem gewoon zitten. Onze schilders hebben goed gekeken naar abstract werk, maar toch aansluiting gezocht bij een bestaande taal.”

De Van Groeningens hadden eerst gedacht dat hun huis pas na hun dood een museum zou worden. Maar twee jaar geleden hoorden ze dat de gemeente op het gras tussen het Nijsinghuis en de kerk een hoge flat wilde laten bouwen. De Van Groeningens stelden de gemeente toen voor om op het grasveld een museum te bouwen, en de oude tuinen van het Nijsinghuis gedeeltelijk te reconstrueren. De gemeente Eelde stemde in met het plan en de 2,8 miljoen die de verwezenlijking nog moet kosten is bijna binnen. Grootste subsidiegever is de Europese Gemeenschap (1,9 miljoen) wegens de voorgenomen samenwerking met enkele musea in het noorden van Duitsland.

Janneke van Groeningen houdt zich veel bezig met de tuinen. Zij denkt aan "bemoste stenen en grillig gevormde buxushagen, die de sfeer van de Renaissancetuinen in Bomarzo moeten oproepen'. Matthijs Röling liet zich in de bibliotheek eveneens door de tuinen van Bomarzo inspireren.

Van Janneke van Groeningen is het idee afkomstig om het dak van het paviljoen te laten begroeien. Het eerste ontwerp voor het paviljoen van Wiek Röling, broer van schilder Matthijs en ontwerper van onder meer de Verweyhal in Haarlem, was een licht en strak gebouwtje aan de rand van een gracht. Begin dit jaar strandde de samenwerking met Röling, volgens de Van Groeningens omdat ze het niet eens konden worden over de condities van de opdracht. Ton Alberts, ontwerper van onder andere het hoofdkantoor van de Gasunie in Groningen, heeft nu een glooiend, half in de grond verzonken paviljoen van baksteen ontworpen, dat volgens de Van Groeningens goed past bij de tuinen van J⊘rn Copijn, die eerder met Alberts samenwerkte voor het hoofdkantoor van de NMB in Amsterdam Zuidoost. In de tuin en op het dak van het paviljoen zal ook plaats zijn voor beeldhouwwerken. Voor het paviljoen komt een klein amfitheater waar zomers theatervoorstellingen kunnen worden gegeven. Oude soorten vruchtbomen uit de Appelhof, waaronder de bijna uitgestorven Drentse paradijsappel, zullen hier straks worden verkocht.

“De gemiddelde Drent gaat niet snel naar een museum,” zegt Jos van Groeningen. “Hopelijk komt hij wel naar onze buitenplaats.” Maar de Van Groeningens hopen ook op bezoekers van buiten de provincie, zo'n 20 à 30.000 per jaar. “Ga voor kunst en cultuur nu eens niet naar Toscane of Griekenland, maar naar het noorden van ons eigen land.”