Recensiepraktijken

In zijn stukje over recensiepraktijken (CS literair 26/3) schrijft Jaap van Heerden: "Douwe Draaisma besprak onlangs in Trouw een selectie uit het werk van William James die hij zelf had gemaakt en ingeleid.' Hij laat daar op volgen "Niets op tegen.' Dat laatste tekent Van Heerden als de ruimhartige natuur die hij is, maar bij de lezer zou de impressie gevestigd kunnen zijn dat ik een boek heb gerecenseerd waar ik zelf aan heb meegewerkt.

In werkelijkheid heb ik een artikel over James' Varieties of Religious Experience geschreven, in het bijzonder over het hoofdstuk "De zieke ziel', en heeft de redactie in een noot vermeld waar dat hoofdstuk in vertaling te vinden was. Van een bespreking van de door Van Heerden bedoelde uitgave was geen sprake.

Ondertussen deed het mij wel deugd dat Van Heerden, die in hetzelfde stukje schrijft dat hij Trouw nooit leest, mijn artikel onder ogen kreeg. Een gedienstige hand moet het hem hebben toegeschoven.