Onrust onder docenten muziekschool over plannen van directie

AMSTERDAM, 9 APRIL. Bij het personeel van de Stichting Muziekschool Amsterdam is onrust ontstaan over plannen van de directie en het bestuur om in het muziekonderwijs nauwer te gaan samenwerken met de basisscholen. In de praktijk komt dat erop neer dat docenten van de muziekschool lessen moeten gaan geven op de basisscholen zelf. Directie en bestuur van de muziekschool hebben deze week de docenten van de beleidsvoornemens op de hoogte gesteld.

Volgens directeur Marion van der Hoeven sluiten de plannen aan bij het Amsterdamse Kunstenplan 1993-96 dat voor de toekomst meer integratie van de kunsteducatie in het basisonderwijs beoogt. In het Kunstenplan wordt het idee opgeworpen van een "verlengde schooldag' , waarin na de normale lessen tijd is voor extra onderwijs, bij voorbeeld voor computerlessen maar ook voor muziekonderwijs.

Het gaat volgens Van der Hoeven om zowel de afdelingen instrumentale en vocale muziek (viool-, fluit-, piano- zanglessen, enz), waar ongeveer zeventig muziekleraren werken, met zo'n 4000 leerlingen, als de afdelingen lichte muziek en wereldmuziek (50 docenten en 2000 leerlingen). De muziekdocenten zijn ongerust dat ze hun baan zullen verliezen, als ze niet bereid zouden zijn op een geheel andere manier les te gaan geven. De directrice zou hebben gesuggereerd dat docenten die hun methode niet wensen aan te passen, maar naar privé-scholen zouden moeten afvloeien. Het gevolg van deze ontwikkeling zou volgens de docenten kunnen zijn dat het muziekonderwijs in de toekomst alleen nog kan worden betaald door ouders met hoge inkomens.

Van der Hoeven ontkent dat er plannen zijn om docenten te ontslaan. Zij zegt de bezorgdheid te begrijpen, maar kan ook geen duidelijk beeld van de toekomst schetsen. In grote lijnen is het de bedoeling kinderen in het basisonderwijs via luisteren naar muziek en actieve muziekbeoefening meer interesse in de muziek bij te brengen, zowel voor klassieke als lichte en allochtone muziek. “Wij willen eerst met een groep docenten die interesse hiervoor toont een plan opstellen. Die docenten krijgen de gelegenheid te hospiteren, want de meesten zijn nooit in het basisonderwijs werkzaam geweest. Bijscholing zal nodig zijn, want er ontstaat een heel andere onderwijssituatie.” Niet alle basisscholen komen volgens haar in aanmerking. “De scholen bepalen hun eigen prioriteiten. Bovendien moet op de scholen waar wij aan het werk gaan wel eerst een goed klimaat voor het muziekonderwijs worden gecreëerd. Op die scholen beginnen we met het aanbod”. Ook zullen niet alle leraren bij het project worden ingeschakeld. “De muziekschool blijft er voor de verdieping”, aldus Van der Hoeven.

De docenten vinden dat het hele plan past in het idee om over het muziekonderwijs alleen maar te spreken in termen van "emancipatie' en "integratie'. “Dat er in de toekomst zo nauwelijks doorstroming zal zijn van muziekschoolleerlingen naar het conservatorium, lijkt niet aan de orde.” Op de Muziekschool bestaat al langer een gespannen situatie, omdat de docenten ontevreden zijn over het functioneren van de directrice. Zij zou inhoudelijk niet voor haar taak berekend zijn en de docenten verwijten haar een gebrek aan communicatie. Ze zou volgens een recente brief van de ondernemingsraad, waarin ongerustheid wordt uitgesproken over de ontstane situatie, geen ruimte geven aan afwijkende meningen of fundamentele kritiek. Plannen om een tweede directeur te benoemen voor de de inhoudelijke kant van het werk, zijn tot nu op niets uitgelopen.