MAX CROISET

"Mensen die van literatuur houden': wat zijn dat eigenlijk voor mensen? Als je vijf of zes bent, leer je lezen maar misschien ben je voor die tijd al rijp gemaakt door de verhaaltjes van je vader en moeder die daarmee de aanzet hebben gegeven tot de ontwikkeling van je gevoel voor drama.

Met de leeskunst plus de zin voor en in drama is de grondslag gelegd, al weet je niet dat er "literatuur' bestaat. Het kan nog altijd dat de Bouquetreeks je straks meer plezier doet dan de klassieken van vroeger en nu. Ergens in de leesgeschiedenis voltrekt zich dan op een tweesprong een incident waardoor men de helden uit de Bouquetreeks nooit zal tegenkomen - of onophoudelijk. Wie het literaire leespad kiest (als we al van kiezen kunnen spreken, 't is meer geluk dan wijsheid) komt dan nog op allerlei andere tweesprongen, maar de belangrijkste is achter de rug. Wat is dat eerste beslissende incident? Valt dat nog op te sporen, valt de inhoud te achterhalen?

De dood van Max Croiset, afgelopen woensdag, bracht me op een spoor. Kort na de oorlog waren er een paar acteurs die voordrachten hielden. Ze hadden verhalen uit hun hoofd geleerd en vertelden die in kleine zaaltjes. Nel Oosthout had succes met De Krijtkring van Klabund, die eigenlijk Alfred Henschke heette en Max Croiset had een aantal Russische verhalen op zijn repertoire. Het was op zichzelf ook al een tweesprong: je ging òf naar Oosthout òf naar Croiset. Oosthout/Klabund wekte mijn door vooroordelen bezield wantrouwen: ik hield niet van Chinese kunst en evenmin van een buurvrouw die erin zwijmelde. Dus ging ik naar Croiset en de Russen.

Het was in een zaaltje van Museum Boymans. De collectie Van Beuningen hing toen nog bij de eigenaar in Vierhouten; Pieter Bruegels Toren van Babel gewoon aan een haakje in de huiskamer aan de muur. In het museumzaaltje was het stampvol. We gingen luisteren naar het Verhaal over zeven gehangenen van Leonid Andrejev die in de programmablaadje als "een kleine maar gave Rus' werd beschreven. Het licht ging uit, alleen Croiset werd fel beschenen waarbij het me toen opviel dat hij een groot hoofd had. Hij begon en al vlug raakte ik ervan overtuigd dat ik hier deel had aan een literair evenement. De verdachten worden ter dood veroordeeld. Dan spreekt een van hen zijn rechter toe. “Edelachtbare,” zegt hij ongeveer. “Hebt u er nooit eens zin in gehad te kruipen, gewoon zonder reden of noodzaak te kruipen. Krijgt u er nu geen zin in? Voelt u niet de verleiding van uw kniegewrichten, maken uw benen en uw rugspieren geen aanstalten om u van uw stoel ta laten verheffen, en u dan op de grond te laten knielen om gewoon eens even een paar meter te kruipen?”

Max Croiset deed dat prachtig. Toegegeven, het zijn grote woorden, maar dat verhaal was voor mij een openbaring: de exploitatie van het willekeurige tot de aankomende krankzinnigheid die tot de mogelijkheden van ieder brein hoort maar door de grote meerderheid meestal keurig in bedwang wordt gehouden. Veel en veel later heb ik een variant op deze passage van Andrejev in de praktijk gezien: op het voetbalveld toen Jantje Peters van de Nijmeegse club N.E.C. in de hitte van de wedstrijd plotseling op de bal ging zitten. Niemand begreep het; alle normalen in het veld en op de tribune waren verontwaardigd en Jantje Peters kreeg de gele kaart "wegens spelbederf'. Later werd hij natuurlijk streng ondervraagd. Waarom had hij het spel bedorven? Hij wist het ook niet precies. "Ik had er opeens zin in.'

Spelbederf is een van de weinige ook op ander gebied bruikbare termen uit de voetballerij. Om redenen die we zelf misschien nooit zullen ophelderen kunnen de regels van het spel ondragelijk worden; uit onze tenen en voetzolen, vingers en handpalmen stijgt een categorische imperatief naar de hersenen. We moeten de regels overtreden om het spel te bederven; het spel is voor een ogenblik tot een vernederende onzin geworden. Door de rechter uit te nodigen om een rondje te kruipen deed Andrejevs veroordeelde een beroep op diens redelijkheid, of beter: de extraredelijkheid die iemand in staat stelt te begrijpen dat het bestaan niet alleen uit "naleving van de spelregels' bestaat. Als ik fenomenoloog was zou ik het woord naleven ook al veelbetekenend vinden: na-leven.

Dat avondje Croiset is voor mij in mijn leesgeschiedenis een incident zoals ik hierboven bedoel. Daarom zal ik de kunstenaar niet vergeten.