Jezus als paashaas

Pasen is, net als Kerstmis, eigenlijk twee feesten. Een christelijk en een heidens.

De christenen vieren dat Christus na zijn kruisiging uit de dood is herrezen. Het heidense feest heeft iets met voorjaar en vruchtbaarheid te maken - daar horen al die eieren bij, liefst ook nog gekleurd. Maar anders dan met Kerstmis worden die twee dingen met Pasen eigenlijk niet gecombineerd. We hangen wel engeltjes in de kerstboom en we zetten er een kribbe onder, maar niemand heeft met Pasen een kruisbeeld versierd met eieren en kuikentjes. Op een of andere manier lijkt de ernst van het Paasfeest, Jezus die sterft en weer uit de dood opstaat, niet te combineren met zoiets vrolijks als gestippelde eieren.

In Griekenland denkt men daar anders over. Daar kan Jezus best op eieren lopen, of zelfs de rol van de paashaas overnemen: ooit zag ik een kaart waarop Hij een kruiwagen vol gekleurde eieren voor zich uit duwt. Op een andere Griekse paaskaart zie je kuikens met vlaggen optrekken naar een in de lucht zwevende kerk. “Vrolijk Pasen, Christus is opgestaan” staat erbij. Bloemen, kaarsen, eieren en daar tussen een opstijgende Christus - geen probleem.

In de Griekse paasdienst gaat het ook spectaculair toe. Eerst is de kerk heel donker en wordt er gepreekt. Op een gegeven moment gaat iedereen de kerk uit, de Pappas (zo heet de priester daar) loopt drie keer om de kerk heen om de duisternis en het kwaad uit te drijven, en dan gaat iedereen weer naar binnen en steekt een kaars aan zodat de kerk baadt in licht. Geen wonder dat in Griekenland zoveel meer mensen naar de kerk gaan.