Italië privatiseert gehele energiesector

ROME, 9 APRIL. Het Italiaanse kabinet wil de gehele staatsenergiesector privatiseren en heeft een tijdschema opgesteld voor zijn totale privatiseringsplan.

Het plan betekent de opsplitsing van de staatsholding ENI, het achtste oliebedrijf ter wereld en voor honderd procent in handen van de Italiaanse staat. De oliemaatschappij Agip en het gasconcern Snam, beide onderdeel van de ENI, zullen in fasen worden verkocht. De details hiervan moeten nog worden uitgewerkt. De verkoop van de ondernemingen moet volgend jaar beginnen.

“Het is onze bedoeling de energiesector op de markt te brengen”, zei minister van schatkist Piero Barucci op een persconferentie. Hij maakte duidelijk dat de staat een minderheidsbelang in de betrokken ondernemingen zal houden.

Dinsdag begint het parlement aan een debat over deze plannen. Deze zijn mede bedoeld om twijfels in de internationale financiële wereld over het tempo van de aangekondigde privatisering weg te nemen. Tot nu toe is geen van de aangekondigde privatiseringsplannen gerealiseerd. In een tijdschema voor de verkoop van staatsbedrijven schrijft het kabinet dat in mei het gasturbinebedrijf Nuovo Pignone (onderdeel van de ENI) en de voedselketen SME (onderdeel van de staatsholding IRI) moeten worden verkocht. In augustus moet de bank Credito Italiano (IRI) volgen en in december de verzekeringsmaatschappij Ina. Volgend jaar moet de privatisering beginnen van het telecommunicatiebedrijf Stet, een van de meest winstgevende onderdelen van de IRI, die verder diep in de rode cijfers zit.

De privatiseringsplannen zijn bedoeld om de overheidsschuld te verminderen. Premier Amato heeft gezegd dat hierdoor ook de greep van de politieke partijen op de economie kleiner zal worden en dat de economie als geheel zal worden gestimuleerd door het opzetten van een aantal middelgrote bedrijven, een categorie die vrijwel ontbreekt in Italië.