Ieder voor zich in een godvergeten land

Tijdens een jubileumbijeenkomst van het CDA heeft premier Lubbers gezegd dat Nederland dreigt af te glijden naar "een godvergeten land'. Hij wekte de indruk dat hij dit betreurde, maar hij liet in het midden hoe hij tot deze waarneming was gekomen, want overal in dit land zie ik nog kerktorens aan de horizon staan.

In een onderzoekscentrum aan de Universiteit van Californië (Los Angeles) is onlangs een studie verschenen, met als titel "Guide to the Gods'. De auteur, Marjorie Leach, heeft er vijftien jaar aan gewerkt. Er staan niet minder dan 20.000 referenties in naar goden in de loop van de geschiedenis, vanaf de prehistorie tot heden. Het boek moet een nachtmerrie zijn voor hen die de zogenaamde niet-christelijke godsdiensten tot hun vakgebied rekenen. De arrogantie van dat woord "niet-christelijk' dringt nu ook ineens tot mij door. Ik was benieuwd of temidden van dit veelgodendom de God van de Joods-Christelijke traditie, die in onze grote kerkgenootschappen wordt vereerd, wellicht was vergeten. Na enig zoeken vond ik inderdaad het woord, dat niet mocht worden uitgesproken: "Yahweh'.

Kerken en abdijen bepalen inderdaad nog steeds het landschap, en hun monumentale gebouwen zijn ook in de grote steden van West- en Oost-Europa te vinden. Er zijn prachtige platenboeken over verschenen. De kerkgenootschappen maken echter een crisis door. In een recent nummer van "The Economist' (13 maart) staat een cartogram, waaruit blijkt dat de zogenaamde "mainstream Christianity' achteruitgaat en nieuwe religieuze bewegingen meer levenskracht vertonen. In Europa heeft vooral de grote wereldkerk van de katholieken het moeilijk. In andere werelddelen groeit die kerk nog.

Net zoals H. Kuitert doet in ons land wordt er ook in andere landen getwijfeld. Twee recente titels van Duitse uitgevers luiden: “Müssen wir an der katholischen Kirche verzweifeln?”, een bundel van bekende katholieke en niet-katholieke auteurs, en erger nog, in een vertaling van Peter de Rosa, een "godvergeten' titel: "Der Vatikan - von Gott verlassen?' In al die boeken gaat het over het gezagsverlies in de katholieke kerk of, zoals dit zo mooi in het Duits klinkt: "Selbstzerstörung der Autorität.'

De vraag is evenwel of deze vorm van gezagsverlies bepalend is voor het voortbestaan van de christelijke kerken en van godsdienst en geloof in het algemeen? Is er geen sprake van een overgangsproces naar een geheel nieuw type kerk. Religie wordt door antropologen en sociologen gedefinieerd in relatie met uiterste grenservaringen over leven en dood, almacht en onmacht, eenheid en scheiding enz. Dit soort ervaringen zijn er in onze tijd meer dan ooit. Er zijn auteurs die tot de conclusie komen, dat zogenaamde context-factoren, zoals welvaart en recessie, oorlog en vrede en daarmee samengaande migratieverschijnselen voor meer dan de helft verantwoordelijk zijn voor de op- en neerwaartse bewegingen van de kerken.

Gaat het misschien te goed in Nederland en raakt ons land daardoor "godvergeten'? Lubbers zei bij het koperen jubileum van het CDA, dat we in een land leven waar iedereen aan zichzelf denkt: “ik bekijk wel wat ik uit de samenleving haal.” Dit overmatig individualisme zou in verband kunnen staan met een afzwakking van het christelijk geloof in God en in het hiernamaals. Mensen seculariseren en de godsdienst heeft minder invloed op het dagelijks leven. Men heeft minder voor een ander over. Er is niet alleen sprake van externe factoren, mensen seculariseren ook "van binnen', zodat er maar een vaag transcendentiegeloof overblijft.

Op grond van dit soort ontwikkelingen kwam prof. J. Peters in zijn inaugurale rede te Nijmegen (14 januari) tot de volgende conclusies: “De sterk toegenomen drang naar individuele vrijheid en autonomie ten koste van de waarden gelijkheid en solidariteit, betekent dat er een ontwikkeling plaatsvindt in de richting van “ieder voor zich en God voor ons allen”.

Daarbij moeten wij bedenken dat dit spreekwoord - gezien het proces van secularisering - voor de meeste Nederlanders de vorm heeft aangenomen van “ieder voor zich en niemand voor ons allen”. Politici als Lubbers zijn daar volgens hem terecht bezorgd over en het is te gemakkelijk om die bezorgdheid af te doen als "gemoraliseer'. Te ver doorgeslagen individualisering wordt ervaren als een toenemende bedreiging van de samenleving.

De godsdienstsocioloog Peters is het duidelijk niet eens met theologen, die de "godvergetenheid' relativeren. Zij zeggen, dat de historisch gedateerde en achterhaalde vorm van christelijke godsdienstigheid moet worden afgebroken. Daardoor komt er ruimte voor een nieuwe, meer authentieke vorm van religiositeit, die zich nu al openbaart in nieuwe religieuze bewegingen.

De kerkhistoricus L. Rogier heeft eens gezegd: “Alle saneren begint met slopen. Zo schijnt de kerk al slopende herboren te moeten worden.”

De pas benoemde godsdienstsocioloog aan de Amsterdamse universiteit, prof. G. van Tillo, lijkt het daarmee wel eens te zijn. Hij constateert een verschuiving van religie naar geloof. “Een geloof dat zich ontdaan heeft van al te dominerende religieuze elementen krijgt eerder een sociale dimensie. Een christelijk geloof in deze zin wordt dan eerder een geloof van mensen in elkaar en brengt gemakkelijker een integratie tot stand tussen geloof en leven.”

Hij maakt zich ook geen zorgen over de teruggang van het aantal gewijde ambtsdragers. Zo verschuift de statuspositie van pastores van zelf van beroep naar roeping en van wijding naar toewijding. “Een kerk die zelf niet meer is dan een onbeduidende minderheid en waaraan geen eer meer te behalen is, wordt eerder een kerk van de armen en komt er eerder toe het lot te delen van degenen waarmee ze zich vanuit haar opdracht het meest verbonden zou moeten voelen”.

De zogenaamde "godvergetenheid' van ons land vergt zo nog heel wat bezinning. Ik begrijp dan ook, dat Lubbers erover denkt om na volgend jaar mei, buiten de schijnwerpers van de publiciteit te blijven: “Ik wil wat gaan studeren, werken, bidden en tot mijzelf komen.”