HDZ verdeeld tussen "partizanen' en "emigranten'; Kroatië blijft politiek instabiel

LJUBLJANA, 9 APRIL. Kroatië heeft een nieuwe regering, maar of het kabinet van Nikica Valentic de politieke verhoudingen zal kunnen stabiliseren is zeer de vraag. Valentic, een 42-jarige jurist die tot zijn benoeming de olie-maatschappij INA leidde, behoort evenals zijn voorganger Hrvoje Sarinic tot de liberaal-reformistische vleugel van de alleenregerende HDZ. De HDZ is echter tot op het bot verdeeld.

De toekomst van de regering Valentic is bijzonder onzeker omdat de conservatief-nationalistische vleugel van de HDZ, die de regering Sarinic vorige week ten val bracht, zich in de nieuwe regering heeft weten te handhaven.

De politieke conflicten en fractievorming binnen de HDZ worden geïnspireerd door de samenstelling van deze partij die in beide kamers van het parlement een riante meerderheid heeft. Enerzijds bestaat de partij uit voormalige anti-titoïstische emigranten die begin 1990 de verkiezingscampagne van de HDZ tijdens de eerste democratische verkiezingen financierden. Hun visie wordt gekenmerkt door een compromisloos anti-communisme, conservatisme en nationalisme. In 1991 werden op hun aandringen etnische Serviërs uit de overheidsdienst, de top van de staatsbedrijven en de politie ontslagen, een van de oorzaken voor de opstand van de Kroatische Serviërs tegen het HDZ-regime. Zij ook legden de persvrijheid aan banden.

Hoewel zij de partij met hun geld op poten hebben gezet en veel invloed hebben op de lijn van de partij, is de HDZ geleid door een concurrerende fractie, die van de "partizanen'. Het gaat hier om ex-communisten die tijdens de Tweede Wereldoorlog met Tito tegen de Duitsers en het fascistische Ustasa-regime hebben gevochten en daarna carrière in de communistische partij hebben gemaakt. Sommigen werden begin jaren zeventig als nationalisten uit de partij gezet, zoals Franjo Tudjman, Stipe Mesic en Josip Manolic, tot voor kort de nummers één, twee en drie van de HDZ. Zij richtten in 1988 de HDZ op als een democratisch alternatief voor de communistische partij. Hun eisen betroffen een herstel van de mensenrechten, persvrijheid en invoering van een markteconomie. Een onafhankelijk Kroatië buiten de Joegoslavische federatie werd pas later aan het eisenpakket toegevoegd.

Het was met name Tudjman die vanuit Zagreb contacten legde met de politieke emigratie in het buitenland. Wegens publikaties waarin hij de Ustasa-beweging rehabiliteert is hij ook als ex-communist acceptabel voor de vleugel van de "emigranten'. Na de ineenstorting van het communisme kregen de "partizanen' de leidende posities in de partij. Tudjman, Mesic en Manolic waren immers wegens hun verzet tegen de communistische machthebbers, waarvoor zij zelfs jaren gevangen hadden gezeten, bijzonder populair, terwijl de "emigranten' thuis zo goed als onbekend waren. De emigranten concentreerden zich op hun beurt op de politieke en verkiezingsstrategie van de HDZ: zij hadden in het buitenland de fijne kneepjes van de democratie geleerd.

Alles wees er op dat het verstandshuwelijk tussen "emigranten' en de "partizanen' een succes zou worden. De HDZ won alle verkiezingen en leidde Kroatië de onafhankelijkheid binnen. Er waren ook niet veel redenen om ruzie te maken. Daarbij komt dat de scheidslijnen tussen de twee fracties leken te vervagen. De "partizanen' verdwenen immers wegens hun hoge leeftijd steeds meer uit de partij. De twee fracties bestaan nu voornamelijk uit jonge politici die na de Tweede Wereldoorlog geboren zijn. De "partizanen' worden geleid door de 40-jarige Vladimir Seks en de nieuwe premier Valentic. De nationalisten en conservatieven sloten zich aan bij de "emigranten', de reformisten en technocraten zochten hun heil bij de partizanen. President Tudjman bleef min of meer neutraal tussen deze twee vleugels.

Sinds de parlementsverkiezingen van augustus vorig jaar kunnen de twee fracties steeds moeilijker met elkaar overweg. Een belangrijk strijdpunt werd de kwestie van de Servische bezetting van eenderde van het Kroatisch grondgebied. De nationalisten zouden het liefst de in deze gebieden gelegerde blauwhelmen wegsturen en de bezette gebieden heroveren. De reformisten daarentegen pleiten voor een politieke oplossing van het conflict met de Serviërs.

Ook de positie van de pers is een strijdpunt. De leiding van de HDZ is er de afgelopen jaren in geslaagd een groot deel van de pers onder haar controle te brengen. Dit leidde begin dit jaar zelfs tot een journalistenstaking in Dalmatië. Het Europese Parlement en internationale mensenrechten- en journalistenorganisaties hebben de Kroatische regering laten weten dat het mediamonopolie van de HDZ hun zorgen baart. De reformisten zijn nu in tegenstelling tot de nationalisten bereid de controle over de pers op te geven. De reformisten willen ook een snelle privatisering van de staatsbedrijven, de nationalisten vrezen echter een uitverkoop van Kroatisch kapitaal aan het buitenland en vrezen dat door de privatisering de "HDZ-directeuren' hun posities in de bedrijven zullen verliezen.

De ruzie liep de afgelopen maanden zo hoog op dat zowel het functioneren van de partij als dat van de regering verlamd raakte. Tijdens partijvergaderingen werd steeds minder gediscussieerd en steeds meer gescholden. Vice-premier Seks liet informatie uitlekken over een mogelijke betrokkenheid van premier Sarinic en parlementsvoorzitter Mesic bij financiële malversaties. De chef van de geheime dienst, Manolic, dreigde daarop documenten openbaar te maken waaruit zou blijken dat een aantal Ustasa-veteranen in de HDZ zich tijdens de Tweede Wereldoorlog schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. Tudjman onthief Manolic van zijn functie voordat hij zijn dreigement kon uitvoeren.

De afgelopen weken leek het er op dat de nationalisten aan het langste eind zouden trekken. Mesic, Sarinic en Mesic waren als voormannen van de reformisten door de onthullingen in het defensief gedrongen. De slechte economische situatie werd tenslotte door de nationalisten met succes aangegrepen om de regering Sarinic nog verder in diskrediet te brengen. Sarinic bleef vorige week niet veel anders over dan zijn ontslag aan te bieden.

Tudjman wil het nu proberen met Valentic. Maar of deze vertegenwoordiger van de reformisten erin zal slagen de fracties dichter bij elkaar te brengen is de vraag. Liefst 15 van de 21 ministers zijn afkomstig uit de vorige regering, onder wie enkele belangrijke nationalistische en conservatieve haviken.