Galeries in New York na de goldrush; Bronzen koeievlaaien voor het goede doel

Van de 250 galeries die de Newyorkse wijk SoHo twee jaar geleden rijk was, zijn er nu 70 gesloten. Maar het is alsof je een draak de kop afhakt: er zijn er minstens zoveel bijgekomen. De kunst die er verkocht wordt is minder duur dan in de jaren tachtig en wordt niet meer uitsluitend gemaakt door blanke, heteroseksuele mannen. “Wat nu gebeurt, komt slechts eens in de 25 jaar voor,” beweert een galeriehouder. “Er verschijnt een hele nieuwe esthetiek.”

Twee jaar geleden werd door sommige mensen nog gesuggereerd dat het nu wel gedaan was met New York als centrum van de beeldende kunst. Het tegendeel is waar. In SoHo, de belangrijkste galeriewijk in Manhattan, gelegen tussen Houston Street en Canal Street, is sprake van meer optimisme en energie dan ooit. Er zijn nieuwe galeries, nieuwe kunstenaars en nieuwe kunst. Zeker, de "goldrush' is afgelopen, de speculanten zijn verdwenen. Veel galeries laten kunstenaars vallen als ze niet meer verkopen, maar andere verlengen de tentoonstellingsduur of brengen ineens beduidend kleiner werk van hun kunstenaars.

Van de ruim 250 galeries en expositieruimtes die twee jaar geleden in SoHo gevestigd waren, zijn er ongeveer zeventig gesloten. Maar het is alsof je een draak de kop afhakt: er zijn er minstens zoveel bijgekomen. Avontuurlijke, enthousiaste galeriehouders beginnen weer bij het begin. Ze beschouwen het als hun missie vooral aankomende, meest jonge kunstenaars te steunen.

De Australische Dooley le Cappelaine, gevestigd op 252 Lafayette Street, is een van de nieuwe galeriehouders. “Wat nu in New York gebeurt, komt slechts eens in de 25 jaar voor,” beweert zij. “Er verschijnt een hele nieuwe esthetiek. In de kunst van de jaren tachtig is het in een paar seconden volkomen duidelijk wat de bedoeling is. Nu moet de kijker meer moeite doen. De grote verandering uit zich niet in een bepaalde stijl of een bepaald medium. De inhoud van het werk is het belangrijkste.”

De Politically Correct (PC) Art, met installaties en objecten over culturele en seksuele identiteit, kolonialisme en klassestrijd, op de Biennale van het Whitney Museum de grote trend, is volgens Le Cappelaine al weer aan het veranderen. “PC Art is gebaseerd op de illustratie van theorieën. De nieuwe politiek correcte kunst is gebaseerd op ervaring, op het leven zoals het echt is. Je zou het neo-existentialistisch kunnen noemen. Het is authentiek in plaats van cynisch, en niet gepreoccupeerd met de vervaardiging. Vroeger liep je een galerie binnen en dacht: alleen al het maken van zoiets kost een miljoen.”

De prijzen bij Le Cappelaine zijn relatief laag, onder de tweeduizend dollar, omdat ze geen gebruik maakt van assistenten, maar alles zelf doet. Een van haar interessantste kunstenaars is Charles Labelle. Hij maakt "slagvelden' met spelden en vlaggetjes op gevonden kussens en matrassen. Vijftig dollar kost een foto uit de serie "Invisible Cities', opnamen van matrassen op straat en kaarten van de vindplaatsen. De galerie organiseert veel groepstentoonstellingen, waar regelmatig conservatoren van musea komen grazen.

Museum Row

De komst van een dependance van het Guggenheimmuseum naar SoHo gaf ondanks tegenvallende bezoekerscijfers nieuwe allure aan het stuk Broadway tussen Houston Street en Spring Street. Het is een ware "Museum Row' geworden, met ook nog The New Museum of Contemporary Art, het net geopende Museum for African Art en het Alternative Museum, dat al PC kunst bracht toen het woord nog moest worden uitgevonden.

Op Broadway 548 bevindt zich in een prachtige lichte ruimte het hernieuwde "Exit Art', een non-profit galerie die 1984 werd opgericht door Papo Colo en Jeanette Ingberman. Exit Art wil nu laten zien hoe verschillende culturen binnen de Amerikaanse maatschappij elkaar beïnvloeden. De oprichters streven naar een "hybride kunst' van een "hybride' cultuur. Poëzie overheerst gelukkig de didactiek. Op de tentoonstelling "1920', het jaar dat vrouwen in Amerika stemrecht kregen, waren bijvoorbeeld een prachtige, enorme penis gevormd uit op elkaar gestapelde ijzeren helmen te zien (van Lilla LoCurto) en frivool damesondergoed, door extra ruimte in het kruis geschikt om door heren gedragen te worden ("Slight Alterations' van Mary Ellen Croteau). Exit Art heeft ook een "museum'-winkel met door kunstenaars ontworpen meubels en gebruiksartikelen, en een café. Deze maand wordt er bovendien een theater geopend.

Op de negende verdieping van 580 Broadway, is de "AC (Art Cart) Project Room' gevestigd. Begonnen als een commerciële galerie door een groep kunstenaars, is men nu bezig zich de non-profit status te verwerven. Dat houdt in dat giften aan de galerie van de belasting aftrekbaar zijn, wat het verwerven van fondsen aanmerkelijk vergemakkelijkt. Een bezoek is alleen al de moeite waard wegens de nog steeds groeiende rij zwart-wit portretten van vrouwelijke kunstenaars in de gang, een doorlopend project van Barbara Yoshida.

De ruimte binnen is een parodie op de typische "witte kubus galeries' uit de jaren tachtig. De houten vloer is ongepolijst. In het midden staat een verveloze pilaar. Het plafond is vlekkerig en de plinten hebben een vieze groene kleur. Een raam staat open om frisse lucht en stadsgeluiden door te laten. Dit soort ruimtes wordt hier wel neerbuigend "grunge' genoemd, naar de bijna al weer voorbije mode van Leger-des-Heilskleding en geruite hemden. Maar hier is eerder het woord "gezellig' van toepassing. Tot 26 april is hier het resultaat ter zien van de samenwerking van Byron Kim en Glenn Ligon. Beiden nemen nu ook deel aan de Whitney Biennale. Byron Kim onderzoekt het gegeven "huidskleur' door middel van monochrome schilderijtjes, opgehangen in een rastervorm. Verrassend en geestig zijn de vier paneeltjes "Byron Kim's Forehead (okergeel), Glenn Ligon's Forehead (lichtbruin), Byron Kim's Penis (een naar lila neigend vleesroze) en Glenn Ligon's Penis (chocoladebruin)' (2400 dollar).

Wasserettes

Een paar jaar geleden al openden enkele Uptown galeries, zoals Gagosian en Pace, gevestigd in de 57th Street en daarboven, filialen in Soho. Het laatste half jaar groeit het aantal galeries dat er in Uptown de brui aangeeft en in SoHo neerstrijkt. Holly Solomon begon in 1975 in SoHo met de eerste generatie conceptuele kunstenaars. In 1983 verhuisde ze naar Fifth Avenue bij 57th Street. Deze maand keert ze terug naar SoHo, naar een voormalige dansstudio op de hoek van Houston en Mercer Street.

Solomons openingstentoonstelling is gewijd aan de video-kunstenaar Nam June Paik. “Ik probeerde de avant-garde Uptown te brengen,” zegt Solomon. “We hadden performances, poëzievoordrachten, politieke bijeenkomsten, fundraisers. Maar het werd daar behoorlijk eenzaam.”

Veel galeries verhuizen ook binnen SoHo, vooral naar de goedkopere Zuidwesthoek, tussen Greene Street en Grand Street. Het is er leger en rommeliger, met vooralsnog meer wasserettes dan boetieks. Joe Fawbush, vertegenwoordiger van onder andere Kiki Smith, is gelukkig in zijn nieuwe ruimte op Grand Street, al klaagt hij dat er opeens twee nieuwe restaurants zijn in zijn straat. Hij wil het liever onontwikkeld houden. Van Elliot Greens kleine, mooi geschilderde surrealistische schilderijen heeft hij er in een week tien verkocht, voor 2500 dollar per stuk. Fawbush: “De galeries die nu goed lopen, hebben hun kosten teruggebracht. De overhead is niet meer in het werk terug te vinden. Een paar jaar geleden zou ik voor hetzelfde werk drie of vierduizend dollar hebben gevraagd.”

In dit gedeelte van SoHo kom je wonderlijke dingen tegen als een galerie vol in brons gegoten koeievlaaien, die als warme broodjes de deur uitgaan omdat een gedeelte van de opbrengst bestemd is voor de vestiging van een ziekenhuis in de buurt van Kathmandu. Het werk, getiteld "Cow Dung', is gemaakt door Not Vital en wordt geëxposeerd in Wooster Gardens (40 Wooster Street, prijzen 1000 tot 2300 dollar).

Ook hier zijn mensen te vinden met "a dollar and a dream', om een reclamecampagne van een Newyorkse loterij te citeren. Een voorbeeld is Peter Tunney, een bankier die zich op 476 Broome Street nestelde in een enorme loft, "The Time is Always Now' gedoopt. Hij is geïnspireerd door Viktor IV, de kleurrijke Newyorker die van begin jaren zestig tot zijn dood in 1986 op een boot in de Amstel in Amsterdam woonde. In het najaar komt hier een installatie van Viktors werk. De wc is alvast als een schrijn ingericht, met stro op de grond en een foto van Viktors begrafenis. De muren van de ruimte zijn nu van boven tot onder behangen met Tunney's eigen "Shower Art': honderden variaties op oude voorpagina's van "Life' en "Look', in plastic gevat en waterdicht (20 dollar per stuk).

Van Gogh

Het is tot de nieuwe generatie Newyorkse kunstenaars doorgedrongen dat succes niet langer het logische gevolg is van zorgvuldige carrièreplanning. Het is gedaan met "de kunstenaar als superstar'. In plaats daarvan doet waarempel het "Van Gogh model' weer opgang, al had Van Gogh geen baantje als behanger of leraar. Eenstemmig beweert men dat de kunstwereld hier nog nooit zo open is geweest. Zwarte kunstenaars, die tot voor zeer kort in SoHo maar bij één commerciële galerie te zien waren, Aziaten, Native Americans, Latino's, homoseksuelen en vrouwen worden overal zichtbaar. Het is nauwelijks meer voor te stellen dat een jaar geleden een paar honderd vrouwen zich buiten het Guggenheim Museum SoHo kwaad stonden te maken over het feit dat daar bijna alleen werk van blanke mannelijke heteroseksuelen tentoongesteld zou worden. Niet dat het Guggenheim zich gebeterd heeft, maar dat is dan jammer voor het museum, vinden veel kunstenaars nu.

Niet iedereen is het er echter over eens wat nu de "nieuwe esthetiek voor de jaren negentig' is. Politiek correcte kunst is niet nieuw. Het is nieuw voor de musea. En er zijn opeens nieuwe klanten voor. Dat hangt samen met de verkiezing van Clinton tot president. Galeriehouder Fawbush: “De afgelopen acht jaar vergaten de mensen in ons land liever de daklozen, Aids, vrouwen. Mensen waren gepreoccupeerd met geld verdienen, zonder er iets van terug te geven aan de maatschappij. Nu is er een massaal schuldgevoel.” De PC-kunst die nu op de Whitney Biennale getoond wordt - het soort dat gelezen en bestudeerd moet worden als een sociologisch document - wordt alweer passé gevonden. Het gaat nog wel in de eerste plaats om de inhoud, maar er wordt gelukkig meer op gelet of de kunstenaar beschikt over een visueel vocabulaire.

Iedereen die een tijdje in SoHo rondloopt, zal het opvallen dat het volstrekt niet gedaan is met de schilderkunst. De moeilijkheid is dat, in een gemeenschap die zo dol is op het aanwijzen van trends, nog geen duidelijke tendens overheerst. Abstracte kunst is een goede kandidaat. Ook wordt voorspeld dat de tentoonstelling in het Museum of Modern Art, gewijd aan Max Ernst en de begintijd van het surrealisme, die tot 1 mei is te zien, grote invloed zal hebben op jonge kunstenaars.

Hebberigheid

De meeste galeries geven desgevraagd toe dat het nog steeds moeizaam zaken doen is, maar met al het nieuwe werk tegen lagere prijzen, wordt wel de hebberigheid gevoed. Verzamelaars die niet meer of nooit iets hebben kunnen kopen voor 100.000 dollar, wagen hun geluk nu met een aankoop tot zes, zeven duizend dollar.

De topgaleries uit de jaren tachtig, in Amerika blue chipgaleries genoemd naar het duurste fiche bij kansspelen, doen ineens gedateerd aan. Hun werkwijze wekt de lachlust op. Bij Tony Shafrazi is nu een groepstentoonstelling met de uitdagende titel "Extravagant, the Economy of Elegance', met onder andere een wandvullende foto van Jeff Koons en zijn pornokoningin, die 200.000 dollar moet kosten. De prijslijst ligt niet op, maar onder de toonbank.

SoHo is door de komst van de nieuwe galeries minder intimiderend geworden. Ik kreeg zowaar een beetje medelijden met de hellehond van Mary Boone, een galeriehoudster die in de jaren tachtig "de beste kunst op het beste moment voor het beste geld' bracht. De galerieassistent, die voorin de galerie op West Broadway meestal op een zwarte typemachine zit te tikken, is een stuurse, beeldschone lange jongeman met geblondeerd haar. Naast hem staat een witte kast die bijna tot het plafond rijkt, vol ordners in zwart plastic kaften. In de zwarte muur achter hem hangen telefoons met flikkerende lichtjes. Zijn bureau met groenig marmeren blad is leeg, op een zwart houten kaartenbak en een sinaasappel. Hij is een karakter in een toneelstuk dat nog moet beginnen. "(Cezanne komt binnen, begint met dik Frans accent een conversatie)'. Het is een van de mooiste installaties in SoHo, en niet eens kunst.