Compositie 1 van Belgische choreografe Bakelants; Herhaling zonder climax

Voorstelling: Compositie 1 en Studie no 2. Choreografie, kostuumontwerp: Veerle Bakelants; tekst: Samuel Beckett; acteur: Tone Brulin; muziek: Karel Goeyvaerts; lichtontwerp: Bart Verlaenen, Veerle Bakelants. Gezien: 8/4 Rotterdam Lantaren/Venster. Aldaar: t/m 10/4.

In Nederland had niemand ooit van Veerle Bakelants gehoord tot zij vorig jaar een omstreden tweede prijs won op het Internationale Choreografen Concours Eigentijdse Dans in Groningen. De Belgische danseres en choreografe (26) presenteert nu in Rotterdam opnieuw haar gelauwerde duet Studie no 2 als inleiding voor de avondvullende produktie Compositie 1.

Studie no 2 is bedoeld als "een architectonisch spel van ritme, vorm, kleur en beweging'. De basis ervan is de dwingende pianocompositie Litanie 1 van de Belg Karel Goeyvaerts. De choreografie heeft net als de muziek een repetitieve inslag. Het grondpatroon van dit duet bestaat uit veel rechte lijnen met slechts een enkele flauwe bocht.

De twee danseressen zijn aanvankelijk geïsoleerd van elkaar, maar later ontstaat er tussen beiden toch contact. Niet dat er dan gevoel uit de handeling spreekt, daarvoor zijn de bewegingscombinaties te hard en hoekig van aard. Toch hebben die een enkele keer, ondanks de lelijke groene belichting, iets sensueels.

Bakelants grotere werk Compositie 1 is nieuw voor Nederland. Het is gemaakt voor zes danseressen op het ijselijke tikken van een metronoom en de tekst "Worstward Ho' van de (toneel-)schrijver Samuel Beckett. Tone Brulin - een oudere, zilverharige acteur die aan de zijkant van het speelvlak staat opgesteld - brengt de zinnen over jeugd en ouderdom, leven en dood terloops, terwijl hij zijn Engels kruidt met een licht Frans accent.

Het repetitieve element is ook nu aanwezig. Maar waar de herhaling de tekst opstuwt naar een climax, verstikt dit juist de choreografie. Het experiment van Beckett wordt in Bakelants Compositie 1 niet geëvenaard. Hierin zijn de langzame verschuivingen in de poses, het steeds terugkerende rondrennen, staan of liggen in wisselende formaties - uitgevoerd door in witte jumpsuits geklede figuren in een kale zwarte omgeving - even drakerig als een opgerekte sterfscène. Op de eerste avond waren er net als bij een begrafenis veel bloemen en weinig applaus.